Mark Weghorst
M a r k e n d e D i n g e n
Vooruit denken

Ik kan vooruit denken. Het is mij gegeven om dat zelfs erg goed te kunnen. Vandaar dat ik ook zo’n moeite heb om dit stuk te schrijven, maar dat wijst zich later. Ik kan ver vooruit denken en kan voor me zien wat keuzes tot gevolg hebben.
Ik snap bijvoorbeeld waarom dingen op termijn niet zullen brengen wat men er vandaag van verwacht. Ik snap zelfs dat dat voor de mensen die de dingen van vandaag bedenken zo vervelend is dat ze later de focus graag leggen op de dingen die dan verbeterd zijn. Terwijl iedereen dan vergeten lijkt wat er ook al weer mee beoogd werd.

zwermDan lijkt “ver-vooruit-kunnen-denken” dus een prettige eigenschap. Toch is dat niet zo. De meeste mensen denken niet zo ver vooruit en kunnen mij, in mijn uitleg, al snel niet meer volgen. Ze kunnen immers niet zover vooruit denken. Dat is niet om die mensen tekort te doen. De meeste mensen halen alles uit hun mogelijkheden. Iedereen heeft alleen niet dezelfde mogelijkheden.
Zieners en vooruitkijkers hebben het niet altijd gemakkelijk. Het is, ik kan dat verzekeren, enorm moeilijk om je mond te houden over acties die je om je heen ziet gebeuren waarvan je zeker weet dat ze niet gaan werken. Als je echter een aantal keren hebt gemerkt hoe er gereageerd wordt op vooruitkijk-argumenten laat je dat wel uit het hoofd. Het nieuwe devies wordt dan “geduld-oefenen”. Dat is zo mogelijk nog moeilijker dan toezien hoe mensen fouten maken zonder dat je er iets van kunt zeggen.

Er zijn nu, in dit stuk, nog twee soorten mensen over. De ene zal zoiets  zeggen als dat ik niet zo moeilijk moet doen en gewoon moet doen wat ik denk dat goed is. De ander zal misschien herkenning vinden en is benieuwd naar het vervolg. Laat die ander vooral doorlezen. Die ene moet misschien zijn energie in andere dingen stoppen dan het lezen van dit stuk.

Twee voorbeelden:
Het eerste voorbeeld komt uit het verkeer. Bij mij in de buurt is een viaduct verwijderd, is een verkeerssituatie drastisch aangepast en heeft een groot verkeersknooppunt ruim drie jaar op de kop gestaan. Nu is het een oase van stoplichten[1], strepen, aanwijzingen en afremmende- en optrekkende auto’s. Auto’s staan namelijk in hoge mate stil op dit knooppunt.

De bedenker van dit al is tevreden. Hij beziet zijn werk en ziet dat er geen ongelukken gebeuren en heeft tot in de finesses de verkeersstromen onder controle gebracht. De meeste mensen die er rijden zullen ook stellen dat het veiliger is geworden. Men weet immers precies wat moet gebeuren en volgt dat lijdzaam.
Toch is het niet goed. Auto’s kùnnen namelijk sneller en prettiger doorstromen en zo heel nu en dan blijkt dat ook. Dat is als de stoplichten uitvallen. Dan blijkt het stoppen van iedere verkeersstroom helemaal niet nodig te zijn en kan iedereen, op elk willekeurig tijdstip van de dag vlotjes doorrijden. Men moet wel iets beter opletten, maar wie kan daar nu op tegen zijn[2].
Niemand ziet dat. Er is (te)veel geld uitgegeven aan stoplichten en strepen op de weg. Al zou het niet werken, niemand zal het toegeven. Gebruikers zullen niet zien dat het beter kan. Als ik in die momenten van geluk dat de stoplichten niet werken over dat knooppunt kom maakt mìjn hart een sprongetje van blijdschap. Bij de meeste andere mensen is er irritatie over het feit dat de stoplichten (weer) niet werken.

Tweede voorbeeld:
Er zijn in mijn werk[3] zorgpaden ingevoerd. Iedereen krijgt nu standaard maatwerk[4]. Een ongeveer gelijk programma, met een heleboel gelijkheidsbeginsels en een riant boekwerk aan voorschriften. Het lijkt wel een verkeersknooppunt.
Het eerste dat mensen die er mee werken zeggen is dat er meer grip komt op de stroom patiënten. Dat is ook zo. Ik zie dat ook. Ik kan namelijk ook stilstaande patiënten beter bekijken dan patiënten die aan het stromen zijn. Stromen omdat ze geholpen en behandeld worden en uiteindelijk klaar zijn.
De praktijk is dat het helemaal niet stroomt. Er komt geen patiënt meer in. Er is ineens een zee aan tijd in de agenda’s van behandelaars vanwege allerlei voorschriften en gelijkheidsbeginsels die werken als stoplichten. Als dit opvalt wordt er adhoc een oplossing gekozen die zo mogelijk nog belemmerender werkt. Er wordt daardoor heel veel tijd en dus geld verspild.

Al die verspilling is geen moedwil. Het is, in alles, het beste wat er momenteel te bieden is op de plek waar ik werk. Dat is een zorg op zichzelf.

Ik heb er last van dat er geld verspild wordt aan oplossingen waar van te voren over nagedacht had kunnen worden. Waar van tevoren, ver vooruit denkend, van gesteld had kunnen worden dat het geen goed idee was. Het voelt, werkend in een dergelijke situatie of verkerend op zo’n knooppunt, of ik me iedere keer door al dat weggegooide geld moet ploeteren voordat ik aan de slag kan. Dat is niet prettig, maar ik sta daar alleen in. Ik merk niet dat anderen daar veel hinder door ondervinden. Ook daarover kan je (ver vooruit denkend) weer hetzelfde verhaal ophouden[5]. Dat zal ik niet doen.

Die ander die heeft doorgelezen heeft mij nu wel begrepen. Die ene die mijn advies in de wind sloeg (don’t they all?) en toch doorlas zal nu stellen dat ik dan ook maar met oplossingen moet komen. Als ik het dan zo goed weet.
Meneertje.
Voor die ene zal ik een oplossingsrichting opschrijven. Voor die ander is dat niet nodig, maar die mag dat gerust ook meepikken.

De oplossingsrichting zit in het diepere functioneren van een zwerm. Daar is veel onderzoek naar gedaan en onlangs zag ik op televisie Charlotte Hemelrijk (what’s in a name voor een zwermonderzoeker) die bijzonder helder kon uitleggen hoe de zwerm werkt. Dat heeft mij aan het denken gezet.
Waar men aanvankelijk dacht dat zwermen (spreeuwenzwermen met name) allerlei hogere wiskundige of transcendente voorschriften kenden (denk hierbij aan het zenuwcentrum van een verkeersknooppunt of de excelbestanden van zorgpad-minnaars en hun gedeelde geloof in hun systemen) bleek bij nader onderzoek dat spreeuwen zich maar aan een paar afspraken hielden. Die afspraken waren zoooo simpel dat ik ervan in de lach schoot.
Niet botsen, een beetje meedoen en afstand houden.
Daar komt het ongeveer op neer. Als iedere individuele spreeuw dat doet krijg je de figuren die een spreeuwenzwerm maakt.
Bedenk eens wat dergelijke simpele afspraken zouden betekenen voor het verkeer op een knooppunt of het werken in de zorg. Ze zijn toepasbaar. Je moet om dat te kunnen snappen alleen wel een beetje vooruit kunnen denken. De oplossing ligt volgens mij dus in zwermdenken.

Ik weet dat die ene hier geen genoegen mee neemt. Die wil stoplichten, voorschriften, gelijkheidsbeginsels en formulieren. Die ene zal bovendien zeggen dat ik toch vooral bekend sta om mijn botsen en mijn niet meedoen. Dus hoezo zwermdenken!
Meneertje!
Voor de ander gloort hiermee misschien hoop. In dat laatste geval: graag gedaan!

Charlotte Hemelrijk op De Wereld Leert Door over spreeuwenzwermen


[1] Ja, ik weet dat stoplichten in de verkeerskunde verkeerslichten worden genoemd. In mijn ogen zijn het echter dermate grote obstakels voor een vlotte doorstroming van het verkeer dat ik ze graag stelselmatig stoplichten blijf noemen.
[2] Mensen zullen het principe van “Shared-Space” misschien herkennen. Een concept dat wat mij betreft meer navolging en uitwerking verdiend. Al zullen weinigen dat met me eens zijn.
[3] Complexe revalidatiezorg
[4] Jaha, ik ben me bewust van deze onmogelijkheid: standaard en maatwerk lijkt niet goed te passen. Toch doen ze bij mij op mijn werk een dappere, maar vruchteloze poging.
[5] “hoe kan je nu je hoofd wegdraaien, je schouders ophalen, als je zou weten dat een dergelijke wijze van geldverspilling uiteindelijk niet alleen de zorg de nek omdraait, maar ook jouw baan als zorgverlener?”

Share

Leave a Reply