Auteursarchief: MarkW

En nou is het afgelopen!

Verschenen op oudersonderwijs.nl

En nou is het afgelopen! Nou is het klaar! Ik wil niet meer merken dat scholen wegkomen met de term handelingsverlegenheid zonder zich in te spannen om handelingsbekwaam te worden. Het is een terugkerende ergernis. Ouders die bellen met de mededeling dat de school heeft aangegeven dat ze handelingsverlegen zijn en dat er nu een oplossing elders voor het kind gezocht moet worden. Terwijl handelingsverlegenheid toch vooral een probleem van de school lijkt te zijn. Wat je ook gewoon zou kunnen oplossen. Door handelingsbekwaam te worden bijvoorbeeld.

Handelingsverlegenheid is geen doorverwijzen

Te vaak gaan de termen handelingsverlegen en doorverwijzen hand in hand. Waar ouders van scholen verwachten dat ze hun kinderen helpen om van handelingsverlegen naar handelingsbekwaam te komen geldt dat kennelijk niet in het omgaan met kinderen. Ouders willen niet dat hun kinderen, mochten ze handelingsverlegen zijn, er mee ophouden. Kinderen zouden nooit leren om hun veters te strikken, te lezen, te rekenen, staartdelingen te maken, etc. Waarom staan we dat scholen dan wel toe? Dat ze ophouden op precies dat moment dat ze kunnen laten zien waarin ze deskundig zijn: namelijk iets leren dat je nog niet kunt?

Ouders doen er goed aan om in geval van de opmerking over handelingsverlegenheid te voorkomen dat het gesprek meteen over doorverwijzen gaat. Vanuit hun eigen ervaring met hun kind weten ze maar al te goed dat je soms wat extra moet zoeken naar aansluiting. Bij sommige kinderen ontbreekt een duidelijke gebruiksaanwijzing. Voor ouders is dat geen probleem: ze zoeken gerust verder, struikelen hier en daar eens, vallen om, staan weer op en boeken soms successen in het omgaan met hun kinderen. Dat heet ouderschap. Ze zullen wel moeten.

Ouders kunnen niet verzaken in hun poging om handelingsbekwaam te worden ten aanzien van hun kinderen. Ze kunnen immers niet doorverwijzen. Ze blijven ouder. Hoe dan ook. Dat zouden professionals dus ook niet moeten doen. En daarom is het nu afgelopen. Afgelopen met het automatisme van afhaken als ze echt nodig zijn. Afgelopen met handelingsverlegenheid zien als ultieme oplossing om het probleem van je af te organiseren.

Recht op bereidwilligheid

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Vandaag trof ik een moeder die ik al een tijd ken. Haar kind heeft een beperking en kent mede daardoor problemen bij het meedoen in het onderwijs. Zij wil graag dat hij meedoet met “gewone” kinderen. Er was eerst een school die wel wilde. Toen kwam er een kink in de kabel en was de bereidheid weg. Een gesprek leidde tot niets. De bereidheid was er gewoon niet. Er kwamen deskundigen van buiten de situatie die aangaven dat er best mogelijkheden waren. Dat het best geregeld kon worden, maar de school hield voet bij stuk.

Gelijke behandeling

Moeder wilde een gelijke behandeling van haar kind en stapte naar het college. Dat is een lastige keuze. Van een hogere macht krijg je een uitspraak en daar moet je het dan mee doen. Je begint eraan om gelijk te krijgen, maar stel dat je gelijk krijgt, krijg je dan ook bereidwilligheid bij de school? In dit geval ging het mis. De ouders vroegen om, vooruitlopend op het recht op inclusief onderwijs, het recht op plaatsing van hun kind in een reguliere school. Ze kregen ongelijk. Het college zag kennelijk geen mogelijkheid om het kind te beschermen voor een ongelijke behandeling.

Ze zat er helemaal doorheen. Waar ik haar ken als een enthousiaste voorvechter voor inclusief onderwijs hingen haar schouders af en had ze het zwaar. Het hele traject had haar veel gekost. Er was veel energie in gaan zitten en nu moest ze opnieuw op zoek naar een goede plek voor haar kind. Met een ander perspectief en een andere inhoud. Ze zou de stap gaan zetten en haar kind gaan aanmelden bij de enige school die uit de veelheid van scholen overbleef. Ze moest wel. Haar kind gaat naar een school waar ze de visie niet mee deelt en waar door de afspraken op bestuurlijk niveau nauwelijks variatie mogelijk lijkt.

Bereidwilligheid

Het raakte mij haar zo te zien. Ik had met haar te doen en het maakte me kwaad. Had ze dan niet naar dat college moeten gaan? Of had de school bij aanvang iets meer moeite moeten doen? Ik neig naar het laatste. Ouders stappen vaker naar een college of een rechter en soms krijgen ze ook gelijk. Dat gelijk leidt echter nooit tot bereidwilligheid en met een rechtelijke uitspraak je schoolloopbaan beginnen of vervolgen is niet direct een garantie op succes. Bereidwilligheid dwing je nu eenmaal niet af en scholen zijn, voor wat betreft hun eigen bereidwilligheid, de machtigste partij.

Verantwoordelijkheid voor de relatie

Een school zou kost wat kost moeten voorkomen dat ouders naar een rechter stappen. Zij zijn verantwoordelijk voor de relatie met de ouder. Zij zijn namelijk de professional en dus horen zij daarin het voortouw te nemen. En als een ouder naar een rechter stapt zijn ze dus in gebreke gebleven.

Ik weiger te geloven dat er sprake is van onwil bij scholen. Ik zie het niet en merk nooit dat er onwil is. Toch stapelen de voorbeelden zich op waar het er toch erg op lijkt dat er sprake is van onwil. Er zijn veel situaties waarin scholen het laten gebeuren dat ouders hun heil gaan zoeken in het krijgen van gelijk. In al die situaties lukt het scholen kennelijk niet om de relatie te onderhouden en aan te sluiten bij de ouders.

De gevolgen voor ouders zijn enorm. Ze zoeken een goede plek voor hun kind, hebben daar ideeën over en proberen dat te realiseren. Niets mis mee. Ouders hebben 24/7 de verantwoordelijkheid voor hun kinderen en lopen, zeker als het allemaal niet vanzelf gaat, enorm op hun tenen. Met alle gevolgen van dien.

Beter je best doen

Het zal geen onwil van scholen zijn, maar mag het dan tenminste iets doortastender? En mag jij, als lankmoedige, trage en trainerende professional er ook eens een nacht of wat slecht van slapen? Of een jaar of twee? En zal je het dan voor altijd anders doen? Vanuit bijvoorbeeld je maatschappelijke opdracht dat je voor ieder kind een goede plek moet bieden? Dat je die goede plek zo dicht mogelijk bij de wens van de ouders moet organiseren?

Ik weiger te gaan geloven in onwil. Het zou alleen erg helpen als scholen me wat vaker de indruk geven dat mijn geloof nog steeds oprecht is. Dan moeten ze wel iets harder hun best gaan doen.

 

Jeugdgezondheidszorg als arbodienst: fase 2

Verschenen op Ouders & Onderwijs

We berichtten eerder over de test die we met behulp van een ouder waren begonnen. Mariska had voor haar zoon de hulp van een jeugdarts ingeroepen en het vervolg kwam deze week.

Fase 2

Mariska meldde haar zeer goede ervaring met het gesprek met de jeugdarts. Deze nam ruim de tijd om alle (medische) gegevens op een rij te zetten en met Mariska samen te kijken naar een goede aanpak voor de komende periode. Zo kwam er een plan uit waar, zo stelde Mariska, zelfs dingen in zaten die ze zelf niet had bedacht.

De jeugdarts hield naast de medische omstandigheden namelijk ook rekening met de taken van haar zoon als (jonge) mantelzorger. Iets dat ze zelf in eerste instantie over het hoofd had gezien. Daarnaast kwamen er ook een aantal praktische “wat-als”-afspraken waarmee haar zoon zelf op school uit de voeten zou kunnen.

De regie voor het communiceren van de afspraken neemt Mariska graag op zich. Hoewel ze inziet dat de opzet helpend kan zijn voor de voortgang van haar zoon heeft ze met de jeugdarts ook vastgesteld dat het wel ambitieus is. Ambitieus, maar zeker ook haalbaar. Ze gaat het zien.

Andere reacties

Er kwamen veel reacties op het vorige bericht. Niet iedere ouder vond het een goed idee dat de jeugdarts zich met zaken rond schooluitval zou gaan bemoeien. De jeugdarts zou niet capabel zijn, de eigen behandelaren of huisartsen zouden het voldoende weten.

Wellicht klopt dat. Het is echter belangrijk dat de vragen weer gesteld worden aan jeugdartsen, zodat de kennis en kunde daar weer in ontwikkeling komt. Hoewel de situatie al lang zo is dat ouders op deze manier van de jeugdarts gebruik kunnen maken is het een beetje in onbruik geraakt. De jeugdarts komt in groep 7 en in de tweede klas nog een keer. Daarmee heb je het wel gehad. En er waren bij de reageerders toch ook veel ouders die niet wisten van deze mogelijkheid.

De preventieve en/of toetsende rol bij medische situaties kan echter zeer welkom zijn voor kinderen. Zoals in het geval van Mariska die er baat bij zal hebben dat er een goed, medisch onderbouwd plan ligt waarover ze gemakkelijk met school in gesprek kan. Voor de school is de extra ondersteuning welkom (ze kunnen immers niet alles zelf) en in preventieve zin kan het zittenblijven, stagnerende leerloopbanen en erger helpen voorkomen.

Mariska heeft door de rol die ze speelt inmiddels ook een ambassadeursfunctie en heeft verschillende ouders al uitgelegd over de mogelijkheden die ze zelf heeft ervaren. Op verschillende plekken in het land zijn er momenteel ouders die de hulp van de jeugdgezondheidszorg in zijn gaan roepen.

Campagne in Twente

Om de bekendheid van deze mogelijkheid extra onder de aandacht te brengen zijn we in gesprek gegaan met de GGD-Twente. Zij kennen al een praktijk waarin ze nauw samenwerken met de scholen en ze zien het als een uitdaging om hun mogelijkheden ook extra onder de aandacht te brengen bij ouders.

We hadden inmiddels een eerste overleg over de aanpak en spraken gezamenlijk de wens uit dat iedere Twentse ouder van een schoolgaand kind voor de komende kerstdagen in ieder geval gehoord moet hebben van deze mogelijkheid. De eerste stappen zijn gezet. De wil, de wens en de ambitie is er!

Jeugdgezondheidszorg als arbodienst voorschoolgaande kinderen

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Eén van de gedenkwaardige gesprekken met ouders in de afgelopen periode leverde een prachtige testcase op. Waar we al een tijd bezig zijn met het ‘pluggen’ van de jeugdarts en de jeugdgezondheidszorg als een soort bedrijfsarts voor schoolkinderen bleek een moeder (Mariska) met precies hetzelfde idee rond te lopen. Sterker nog: voor haar jongste kind had ze net op dat moment een grote behoefte aan het meedenken en het monitoren van zijn herstelperiode door een jeugdarts.

De test

Mariska zou op eigen initiatief contact gaan leggen met de jeugdarts om te vragen om zijn opinie in de situatie van haar zoon. Haar zoon: geen stoornissen, houdt van school, ijverig, geen schoolconflicten, maar ook een medische status: langerdurend ziek en onder behandeling bij een kinderarts met een goede prognose. Regelmatig te moe om de dag rond te krijgen en een sterk wisselende belastbaarheid die ook op korte termijn nog niet weer op orde is. Een aantal goede afspraken, ondersteund door de kundige visie van een jeugdarts moet het voor haar zoon mogelijk kunnen maken om zijn school gewoon te vervolgen. Slimme keuzes in zijn rooster, iets eerder naar huis, thuiswerk aan projecten.

Fase 1

Deze week meldde Mariska de voortgang van haar test: ze belde voor een schoolvakantie en aan de telefoon werd ze hartelijk te woord gestaan. Een terugbelverzoek door een jeugdarts werd ingepland. Ze werd teruggebeld door verpleegkundige 1 die stelde dat het toch echt aan een arts was om hier in mee te denken. Een dag later volgde verpleegkundige 2 die stelde dat dit niet iets was voor de jeugdarts, maar iets tussen ouders en school.

De uitleg van Mariska dat het juist tussen school en ouders soms lastig is om over dit soort medische zaken goede afspraken te maken en dat ze graag een jeugdarts als een soort bedrijfsarts voor haar zoon zou willen zien maakte de verpleegkundige enthousiast. Ze vond het een interessante gedachte en opnieuw werd een afspraak voor de jeugdarts gepland.

Door de vakantie bleek het ingewikkeld om teruggebeld te worden door de goede persoon. Inmiddels leek de behandeling van haar zoon goed aan te slaan, al betekende dit nog niet dat het probleem daarmee al verholpen was. Inmiddels wilde school graag in gesprek over het rapport. Mariska voegde hier de zorgplicht van school maar vast als agendapunt aan toe en gaf aan dat ze de jeugdarts had gevraagd om mee te denken in een goed plan om de schoolloopbaan te volgen.

De leerkracht was verbaasd en bereidwillig, maar de intern begeleider was not amused en vroeg zich af “waarom dit nu weer nodig was”. Mariska heeft het ook haar netjes uitgelegd, maar trof vooral weerstand en tegenwerking.

Het wachten is nu nog op het contact van de jeugdarts. Wordt vervolgd…

Bedrijfsarts voor schoolgaande kinderen

Het idee is simpel:

Zorg dat kinderen die te maken hebben met schooluitval door ziekte in voorkomende gevallen terecht kunnen bij de jeugdgezondheidszorg. Daar kunnen ze geholpen worden met re-integratie, kunnen aangepaste plannen gemaakt worden en kan een medische inschatting van de situatie gemaakt worden. De inzet van de jeugdgezondheidzorg kan door school, maar ook door ouders gebeuren.

Dat kan nu al, in elke gemeente in Nederland. Overal is de jeugdgezondheidszorg te vinden en kan ook op deze manier ingezet worden. Dat is alleen nog lang niet voor iedereen bekend. Vanuit Ouders & Onderwijs gaan we hier samen met het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid breed bekendheid aan geven. Problemen met schooluitval en thuiszitten beginnen altijd met problemen in de afstemming en/of verzuim. Ook zittenblijven heeft soms zijn oorzaak in logisch en verklaarbaar verzuim.

Voor werknemers is het vanzelfsprekend dat ze een aangepaste re-integratie krijgen als ze terugkeren na ziekte. Voor schoolgaande kinderen betekent het vaak een opboksen tegen de opgelopen achterstand. Dat is vreemd. De leerkracht hoeft immers ook niet zijn gemiste lessen in te halen. De jeugdgezondheidszorg kan helpen om in deze situatie te bemiddelen voor het kind, tussen school en ouders.

Naast het volgen van deze testcase van Mariska zijn we ook bezig met een plan om in één of meerdere regio’s de mogelijkheid van de jeugdgezondheidszorg onder de aandacht van ouders en scholen te krijgen. We werken hierin samen met mensen van de jeugdgezondheidszorg.

Emancipatie door Facebook

Verschenen op oudersonderwijs.nl

Vandaag spreek ik weer een grote groep ouders van thuiszitters. In het kader van een bijeenkomst met professionals en ouders die gericht zijn op een goede samenwerking voor de kinderen waar het om gaat. Het is bijzonder om daar deel van uit te mogen maken en daar een rol in te mogen spelen. Dat realiseer ik me iedere keer weer.

Kwetsbaar

De groep ouders is namelijk erg kwetsbaar. Het zijn ouders die allemaal aangedaan zijn doordat voor hun kinderen de normaalste zaken niet vanzelfsprekend zijn. Een kind moet immers gewoon naar school kunnen, deel uit kunnen maken van een klas, een leerjaar, een groep. Voor deze ouders geldt vaak al een lange weg van teleurstellingen in het onderwijssysteem dat voor hun kinderen niet biedt wat nodig is.

Facebook

Facebook begon in 2004 met haar socialenetwerksite. Veel later (omstreeks 2011) kwamen daar de extra mogelijkheden via facebookgroepen bij. Sinds dat moment is het mogelijk om binnen een besloten omgeving met geselecteerde bezoekers kennis en ervaring uit te wisselen of zaken te bespreken zonder dat iedereen mee kan kijken.

Voor de ouders van thuiszitters is dit een zeer grote verandering geweest en soms denk ik dat het bestaan van facebook een grote invloed heeft gehad op het bespreekbaar maken van de problematiek van thuiszitters. Daar waar ouders eerder, door de intensieve taken en hun thuiszittende kind gekluisterd aan huis waren en alleen hun directe contacten konden raadplegen ontstond nu de mogelijkheid om met ouders van thuiszitters in heel het land (en daarbuiten) contact te hebben.

Relaties

In symposia, workshops en bijeenkomsten benadruk ik vaak het belang van de relatie. Een relatie waar de professionals altijd de eerste dure verantwoordelijkheid in moeten dragen. Ook ouders hebben belang bij relaties. Een goede relatie met belangrijke professionals rondom het gezin, maar ook relaties met ouders in vergelijkbare situaties.

Door de facebookgroepen en de manier waarop ouders daar nu gebruik van maken wordt dit mogelijk en merkt iedereen dat het geluid van deze groep ouders sterker, duidelijker en afgewogener wordt. Ouders uit de groep spelen daardoor een steeds belangrijker en bepalender rol in het gesprek over de oplossingen voor thuiszittersproblematiek.

Effecten

Waar ze het probleem bespreekbaar maakten, veranderde dat in het leveren van treffende voorbeelden naar de actuele situatie waarbij ze met professionals en beleidsmakers samen werken aan echte oplossingen. Dat is mogelijk geworden omdat het individuele probleem van hun eigen kind door relaties met andere ouders een collectief probleem is geworden.

Oplossingen die er nog niet zijn, die ook niet pasklaar liggen, maar waarbij de werkbaarheid volledig afhankelijk is van de samenwerking tussen deze drie groepen. Elke groep professionals en beleidsmakers heeft zijn eigen platformen en brancheorganisaties om scholing, deskundigheid en collegiale uitwisseling te organiseren. De ouders hebben facebook, met de eigen omgangsregels en de eigen zeggingskracht. Met elkaar ontstaat zo steeds meer gelijkwaardigheid.

Doorstroomrecht VMBO een goede zaak

Verschenen op Ouders & Onderwijs

In mijn woonwijk was in een straat het wegdek er slecht aan toe. Auto’s reden schade en fietsers kwamen ten val. De gemeente werd om maatregelen gevraagd. Dat deed de gemeente. Ze plaatsten een bord: “Pas op! Slecht Wegdek” en dit bord heeft er anderhalf jaar gestaan.

Doorstroomrecht

Sander Dekker brengt tot uitvoering wat de Kamer al vroeg: regel het recht om automatisch door te stromen van het VMBO naar de Havo. Vanuit het belang van de leerling is het van belang dat iedere leerling drempelvrij kan stapelen. Tot nu toe was dat niet vanzelfsprekend. Om van het VMBO naar de Havo te kunnen moest in veel gevallen aan extra eisen worden voldaan. Met een wettelijk doorstroomrecht vervallen die eisen.

Extra eisen

Voor VMBO-ers geldt dat veel scholen gebruik maken van de aanwijzingen die door hun eigen sectororganisatie (de VO-raad) zijn opgesteld. De VO-raad stelt dat een gemiddeld examencijfer van een 6,8 nodig is om kans te maken op een Havo-diploma. Daarnaast mag de Havo ook iets over de motivatie van kinderen zeggen dat een drempel kan opwerpen. Die aanwijzingen hoeven scholen niet op te volgen, maar in veel gevallen gebeurt dit wel. Door die extra eisen te schrappen wordt het voor leerlingen en hun ouders duidelijker wat er nodig is en wat hun diploma waard is.

Toch nog eisen?

Dekker heeft aangegeven na te denken over een verplicht te stellen extra vak op het VMBO. Dit lijkt toch weer op een extra drempel en het zou het voor VMBO-leerlingen lastiger maken om die keuze te maken. Een extra vak kun je immers niet drie weken voor je examen toevoegen. Het is dan ook de vraag of deze extra eis wenselijk is.

Beter lijkt het om de overgang van VMBO naar Havo extra te begeleiden. Kennelijk is de aansluiting niet gemakkelijk en totdat die aansluiting wel als vanzelf soepeler verloopt zou het redelijker zijn leerlingen extra ondersteuning te bieden, dan deze leerlingen extra eisen op te leggen.

Goed wegdek

Met het doorstroomrecht werken de staatsecretaris en de Kamer aan het verbeteren van het wegdek en kan het geplaatste bordje (de handreiking die geen wetgeving is, maar toch wel zo opgevat wordt) eindelijk verwijderd worden. Bovendien stimuleert het de scholen om te zorgen voor het verbeteren van de aansluiting, zodat extra ondersteuning op termijn niet meer nodig zal zijn.

Een goede zaak dus, dat doorstroomrecht voor leerlingen van het VMBO die naar de Havo willen.

Het gaat om kind, niet om speciaal onderwijs

Verschenen op Ouders & Onderwijs en dagblad Tubantia

Een aantal scholen voor speciaal onderwijs in Twente is noodlijdend. Punt is dat te veel leerlingen zijn aangewezen op dat type onderwijs.

De afgelopen tijd verschijnen er bij herhaling berichten in de media over scholen voor speciaal onderwijs die aangeven dat zij noodlijdend zijn. Bij scholengemeenschap voor voortgezet speciaal onderwijs Attendiz vallen noodgedwongen ontslagen, de aanwas van nieuwe leerlingen valt tegen. Bij de stichting voor speciaal onderwijs TWOG en de Stichting Speciaal Onderwijs Twente en Oost Gelderland (SOTOG) beklagen ze zich over het ‘aanmodderen‘ in het regulier onderwijs. Het onderliggende probleem wordt echter niet benoemd.

In Twente kenden we ook al ruim voor de invoering van passend onderwijs op 1 augustus 2014 een groot probleem: te veel kinderen werden verwezen naar de dure voorzieningen voor speciaal onderwijs. Door die doorverwijzingen en de bijbehorende budgetten werden dit prachtige scholen waar de kinderen het goed hebben. Er was veel keuze, veel aanbod en daarmee groeide ook de vraag.

Doorverwijzen

De kern zit echter in de oplossingsstrategie van doorverwijzen. Als een reguliere school er met een kind niet uit komt heet het dat de school handelingsverlegen is. Een handelingsverlegen school kan twee dingen doen: het kind doorverwijzen naar een handelingsbekwame plek (speciaal onderwijs) of zélf handelingsbekwaam worden. Dat laatste gebeurde voor de invoering van passend onderwijs te weinig en is ook na de invoering nog geen gewoonte in het Twentse.

In de Twentse situatie is het aantal deelnemers aan speciale onderwijsvoorzieningen enorm groot. Het budget moet met enorme bedragen worden teruggebracht tot logische proporties. Ondanks onderzoek is er geen enkele aannemelijke reden te bedenken waarom het aantal ‘speciale’ kinderen in Twente hoger is dan elders. Een nivellerende maatregel is dan ook een logische stap. Het betekent dat in het hele land hetzelfde budget wordt toegekend. Daarbij krijgt het hele land, en zeker die regio’s waar veel moet veranderen, vijf jaar de tijd om wat dit betreft de noodzakelijke acties te ondernemen.

Geld

Het is dan ook niet begrijpelijk dat er nu vanuit het speciaal onderwijs in Twente opnieuw de roep komt om meer geld. Zeker niet omdat daarbij als argument het aanmodderen in het regulier onderwijs wordt aangedragen. Ik ken geen onderwijsprofessionals die maar wat aanmodderen. Het is geen beroep dat je kiest om maar wat aan te modderen.

Natuurlijk is er sprake van handelingsverlegenheid, maar wat is er in de afgelopen jaren al terecht gekomen van het handelingsbekwaam maken van het regulier onderwijs? Zijn er op grote schaal echt keuzes gemaakt om de expertise waarover dat grote speciale onderwijs beschikt naar de reguliere scholen te brengen? Of is het nog steeds zo dat wanneer een school uiteindelijk aangeeft handelingsverlegen te zijn dat ze het probleem half opgelost hebben, omdat ze mogen doorverwijzen?

Hulp

Het is goed als scholen sneller vaststellen dat ze hulp nodig hebben. Die hulp is er, zeker in Twente, omdat de schaal van het speciaal onderwijs daar nog steeds erg groot is. Het moet dan met een fatsoenlijke samenwerking en met de goede uitgangspunten ook mogelijk zijn om de kennis en kunde bij de reguliere scholen te krijgen.

Misschien nog wel belangrijker dan die samenwerkingsgedachte is het belang dat er voor kinderen en ouders mee gemoeid is. Ouders willen graag dat hun kind meedoet en dat zij gezien worden in hun (onderwijs)behoeftes. Voor ouders en kinderen geldt een doorverwijzing vaak als een afwijzing om mee te mogen doen op de plek van de eerste keuze. Natuurlijk is het soms goed om te zoeken naar oplossingen. Die oplossingen kunnen echter ook naar het kind toekomen.

Jong

Door op de schaal zoals dat in Twente gebeurt al zo jong zoveel kinderen apart van andere kinderen in scholen onder te brengen creëert het onderwijs een probleem op de lange termijn. Hoe worden al die kinderen straks weer volwaardig deelnemende burgers? Dat begint mijns inziens al jong: door niet door te verwijzen, maar door op een professionele manier, in samenwerking met alle partijen die daarvoor nodig zijn alle kinderen betrokken te houden. Wat daarvoor nodig is moet en kan gebeuren. Dat kan elders in het land en dus ook in Twente.

(Dit artikel verscheen op 4 januari 2017 in dagblad Tubantia)

Juf Kiet is goud waard

Verschenen bij Ouders & Onderwijs

Afgelopen weekend zag ik de ‘De kinderen van juf Kiet’. Een film over een schoolklas met migrantenkinderen. De film was bejubeld bij de première en mijn verwachtingen waren dan ook hoog.

De film begint met juf Kiet die de spullen voor haar klas klaarlegt. Daarna neemt de film ons mee in het klasseleven van juf Kiet en haar leerlingen. We zien kinderen worstelen met het Nederlands, met rekenen en met letters, we zien ze hun best doen, we zien hun alledaagse zorgen. Na bijna twee uur film eindigt de film ook weer met juf Kiet, alleen in haar lokaal.

De film registreert het klasseleven, maar zegt er niets over. We zien juf Kiet en we krijgen een inkijk in haar pedagogisch handelen. We kunnen zien dat ze dingen ‘juffig’ doet zoals je zou verwachten dat een juf dingen doet. Ze heeft geduld, is richtinggevend en stelt kaders voor haar leerlingen.

Door de platte registratie en het gebrek aan context dat de film biedt, roept de film vragen op. De registratie is niet duidend, geeft geen kaders, nergens is er een reflectieve afstand. Er wordt dicht op de kinderen gefilmd. Kinderen die nergens in de context van hun familie getoond worden. Alleen Jorj, één van de aandoenlijke hoofdpersonen, zit met zijn broertje in de klas. De andere hoofdpersonen staan los van hun sociale omgeving en worden alleen in de relaties in de klas getoond.

De film riep dus vragen op. Waarom deze film? Wat is de relevantie als enige duiding in de film achterwege gelaten wordt? Waar baseert juf Kiet haar handelen op? Je kunt vermoeden dat ze vanuit een zekere overtuiging haar taak uitvoert, maar nergens wordt iets duidelijk over die overtuiging. Daarbij roept haar handelen hier en daar vragen op die, door het gebrek aan duiding en context, onbeantwoord blijven.

Het gebrek aan duidelijkheid over de relevatie is mijn eerste bezwaar. Natuurlijk is mij bekend dat er migranten in Nederland komen die naar school moeten. Ik ken ook de discussies die dat momenteel oplevert. Deze film voegt daar niets, behalve een kale registratie, aan toe. Wat hebben de filmmakers voor ogen gehad bij deze registratie? Ze hebben geruime tijd gefilmd, hebben hun keuzes gemaakt uit de beelden en hebben dus iets voor ogen gehad. Dat wordt niet duidelijk. De film had kunnen bijdragen. Het had de verhalen in context kunnen plaatsen, had ervaringsgegevens kunnen toevoegen aan het klinische debat. We weten nu alleen dat de kinderen soms Jorj, Leanne of Haya heten en dat het net gewone kinderen zijn. We missen de context van deze personages, missen hun doelen, wensen en behoeftes. Wat mij betreft een gemiste kans van deze film.

Pedagogisch handelen

Het eerste moment waarbij ik opveer is het eerste moment dat juf Kiet een kind aanspreekt op het feit dat hij wegkijkt als ze hem toespreekt. “Ik vind dat onbeleefd, ik wil dat je me aankijkt?”. In de hele film zitten veel momenten waarbij juf Kiet eist dat kinderen haar aankijken als ze met hen praat. Soms ondersteunt ze dat door de kinderen bij de kin te pakken.
Lessen interculturele communicatie worden ineens actueel. Ik leerde dat er soms verschillen zitten in beleefdheidsvormen, zeker bij de culturen rond de middellandse zee en West-Europa? Daar waar in West-Europa aankijken geldt als respectvol is dat juist in culturen rond de middellandse zee het meest onbeschofte dat je kunt doen. Wat doet juf Kiet met kinderen die ze (in het Nederlands) vraagt om haar aan te kijken én beleefd te zijn? Zeker voor kinderen die vanuit een andere traditie zijn groot geworden lijkt dat een bijna onmogelijke opdracht. Zou het niet wenselijker zijn om het met kinderen, vanuit verwondering, over deze verschillen te hebben?

Het is op deze momenten dat ik graag van juf Kiet, reflecterend op zichzelf en haar eigen gedrag, zou horen wat haar keuze bepaalt om het te doen zoals ze het doet. Want het maakt steeds een oprecht betrokken indruk.

Onveiligheid

Kinderen leren alleen als ze zich veilig voelen. Dat lijkt me een onomstreden wetmatigheid. Door kinderen los te registreren van hun context mist de film die veiligheid. Waar halen ze deze veiligheid? Je ziet ze worstelen met deze vragen: ze zoeken houvast bij elkaar en uiteindelijk gaan ze allemaal voor de bijl voor de complimenten, de stickers en de aanmoedigingen van juf Kiet. Aanmoedigingen die ze voor ieder kind, zonder uitzondering heeft. Het leidt geen twijfel dat juf Kiet op haar plek zit: ze heeft het geduld en de betrokkenheid dat je van een juf verwacht.

Desalniettemin roept de registratie vragen op. Kinderen worden in onveilige situaties gebracht (kijken naar jezelf in de spiegel, Nederlands praten, rekenen zonder de mogelijkheid om vragen te stellen). De gunst van de juf is daarbij leidend voor het gedrag dat ze uiteindelijk vertonen. Twee kinderen in het bijzonder (Branche en Leanne) vallen op door hun aanpassingsvermogen. Ze doen precies wat juf leuk vindt en hebben het mede daardoor goed. Ze komen in de film dan ook minder aan bod dan hun dwarsere klasgenoten Jorj en Haya.

Met name met Haya heb ik te doen, als het om haar onveiligheid gaat. Haya heeft de neiging om kinderen vast te pakken. De aanpak is een gedragstherapeutische: stickers voor goed gedrag, waarbij dat goede gedrag nauw omschreven is. Nergens laat de film de onderliggende vragen zien die zich bij dit gedrag ook kunnen opdoemen: waar is de behoefte van Haya en wat maakt dat ze in het bereiken van die behoefte alleen deze strategie kent? Kent ze haar eigen behoefte? Heeft ze alternatieven? Kan ze die zelf ook bedenken? Haya leert, met de gedragstherapeutische stickers alleen wat wenselijk gedrag is. Ze leert niet zelf dat soort oplossingen te bedenken.

Meer impliciet leert deze aanpak kinderen dat ze afhankelijk zijn van de gunst van volwassenen (in dit geval juf Kiet) die hun goedkeuring moeten geven aan gedrag. Of Haya dat gaat doen, of zich meer en meer zal gaan richten op de gunst van volwassenen is de vraag.

Het zijn een paar punten die me bezighouden na het zien van de film. Moet iedereen de film gaan zien? De film is via www.filmthuis.nl in je thuisomgeving tot 18 januari nog te bekijken. Hij draait ook in filmhuizen. De film duurt lang en kent weinig contrast. Het kabbelt en wordt nergens spannend. Daar waar kinderen iets bereiken (Jorj met een tafeldiploma, Haya met een diploma voor goed gedrag) missen die momenten door de manier van registreren gelaagdheid. De vragen die het bij mij, vanuit mijn agogische achtergrond, oproept zullen niet bij iedereen leven. Het zijn echter wel de vragen die voor die extra gelaagdheid zouden kunnen zorgen.

Juf Kiet is ondertussen, ondanks de vragen die ik stel bij haar (pedagogisch) handelen, goud waard. Ze is de juf die je wenst voor je kinderen en het is de juf die je toewenst dat ze met collega’s naar haar handelen kan kijken. Net zoals je hoopt dat ze ook de ouders van haar kinderen kent.

 

Prachtfilm over het vmbo

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Het vmbo is volop in ontwikkeling. In de afgelopen jaren heeft een verandering plaatsgevonden. Leerlingen krijgen meer dan voorheen de kans om op een praktijkgerichte manier hun talenten te ontdekken. De 33 oude profielen zijn vervangen door 10 brede hoofdprofielen. Vmbo-scholen hebben de mogelijkheid om daarin nog indidivueel maatwerk te bieden.

Stages

Stages zijn belangrijk in het vmbo. Leerlingen moeten de mogelijkheid hebben om beroepsgericht mee te kijken bij professionals om zo hun talenten te ontdekken. Op veel plekken in het land vinden regionale stage-evenementen plaats (vmbo-on-stage), waar het beroepenveld zich kan presenteren, leerlingen stages kunnen vinden en waar ter plekke afspraken gemaakt kunnen worden

Film “Nee heb je”

Onlangs werd een film gepresenteerd waarin de transformatie van het vmbo goed in beeld wordt gebracht. In een aantal individuele portretten laten leerlingen zien wat er voor nodig is om stage te vinden en hoe het op die stage gaat. Op die manier zijn ze in staat om bewuster kuezes te maken voor een vervolgopleiding.

Vertoning

De vmbo-film is beschikbaar voor vertoning in uw eigen regio. Als u een vertoning wilt organiseren (bijoorbeeld als ouderraad van een (vmbo)school of als regionaal ouderinitiatief) dan kunt u contact met ons zoeken. Ouders & Onderwijs heeft mogelijkheden om u hierbij van dienst te zijn. Meer informatie is ook te vinden op de site van “Nee heb je”.

Het kan een mooie manier zijn om in de eigen regio te werken aan goede en positieve informatie over het vmbo. Zeker wanneer dit in samenwerking met de lokale vmbo-scholen gebeurt.

Anders vrijwillig met de ouderbijdrage

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Er is met terugkerende aandacht veel te doen over de ouderbijdrage. Gaat het niet om schoolkosten in het algemeen, dan wel over gratis schoolboeken of de ‘verplichte’ aanschaf van iPads, laptops en tablets. De rekening van zaken wordt gemakkelijk over de schutting bij ouders geworpen.

Digitale leermiddelen

Er is veel te doen over de wijze waarop veel scholen ouders verplichten iPads, tablets, laptops aan te schaffen. In Twente is dit voor de VO-scholen op een rij gezet en het beeld is somber: er is 1 school die het echt netjes lijkt te doen. De praktijken op alle andere scholen waar volgens hun website met digitale leermiddelen wordt gewerkt zijn dubieus of gewoon fout (zie kaartje met de stand van zaken van begin november 2016).

Sommige scholen passen hun beleid aan naar aanleiding van de aandacht voor de verplichting. Andere scholen blijven volharden in hun (on)gelijk. Voor ouders is dit een ondoenlijke situatie: geef je je kind immers in handen van een organisatie die je willens en wetens bedonderd?

Het belang van een goede relatie

In de gesprekken met ouders blijkt steeds weer hoe belangrijk het voor ouders is om te kunnen vertrouwen op de school waar ze hun kind naar toe sturen. Dubieuze verplichtingen doen die relatie geen goed en maakt ouders kritisch. Desalniettemin blijft ook treffend dat ouders niet gemakkelijk klachten indienen. Voor klachten moet je bekennen dat het vertrouwen in de relatie niet oké is. Je kind moet nog wel naar school en moet daar geen last van hebben. De enkele ouder die dat wel aandurfde heeft dat ook geweten. Hij gaf aan gestopt te zijn, omwille van zijn kinderen. Die werden er namelijk op aangesproken. Een zeurende ouder wil je niet zijn, al heb je alle recht om je beklag te doen.

Gelijke kansen

Het is niet verboden voor scholen om te vragen om een vrijwillige bijdrage voor extra activiteiten. Het is van belang dat het voor ouders klip en klaar is dat die bijdrage vrijwillig is en dat er dus keuze is om te betalen. De deelname aan (verplichte) schoolactiviteiten mag niet afhankelijk gesteld worden van een bijdrage. Als je de bijdrage wél betaalt, speelt nog iets anders mee. Ongewild kun je als betalende ouder dan meewerken aan het benadrukken van de verschillen tussen kinderen. Ouders die niet de bijdrage betalen zetten hun kinderen namelijk buiten spel.

Het kan ook anders

Hoe zou het zijn als je als ouder aan het begin van het jaar een lijstje krijgt met activiteiten die de school van plan is te gaan ondernemen (voor het leerjaar/afdeling van je kind) met de vrijwillige bijdrage van ouders. In dat lijstje geven ze bovendien een volgorde aan: de activiteiten die ze als team het belangrijkst vinden, gaan als eerste door als er voldoende geld is en daarna wordt pas begonnen aan de volgende activiteit.

De weken daarna kunnen ouders hun vrijwillige bijdrage storten en kunnen ze op de site van de school zien hoever het staat. Het nodigt ouders die wat extra kunnen missen uit om iets extra te investeren, zonder dat ze daarmee de kansongelijkheid bevorderen.

Stelregel is namelijk dat iedereen aan de activiteiten meedoet: of je nu betaalt of niet. De financiele draagkracht van ouders hoeft zo niet door te werken in de deelname aan de extra activiteiten van een school.

De bijdrage is niet gelimiteerd: ouders mogen bijdragen naar draagkracht en vrijwilligheid. Het is toegestaan om als ouder naar de school te bellen en aan te geven dat je graag het verschil bijlegt als er na de sluiting van de bijdrage nog wat nodig is.

Bereidwilligheid kun je niet afdwingen

De regels rond de vrijwillige bijdrage zijn duidelijk. De regels rond de verplichte aanschaf van digitale leermiddelen ook. Ouders zijn graag bereid om naar draagkracht bij te dragen aan extra activiteiten op school. Activiteiten die het schoolleven boeiend maken. Als je als school van die basale bereidheid van ouders gebruik wilt maken moet je daar netjes om vragen. Afdwingen is verkeerd. Zeker als het over de ruggen van leerlingen gaat. De dreiging met uitsluiting van leerlingen is een manier om een bijdrage af te dwingen en dus ook verkeerd. Dat past niet bij de maatschappelijke opdracht die het onderwijs heeft.