Categoriearchief: coaching

Lansbreker in actie

Verschenen op: delen.oudersonderwijs.nl

Eén van de lansbrekerouders belde. Ze deed mee aan een aantal sessies van de lansbrekersbeweging, ontving op de laatste bootcamp in maart 2017 haar speld en deelt de manier van kijken en doen van de lansbrekers. Ze voelt zich een lansbreker en voelt zich verbonden met de beweging die gericht is op oplossingen, op de samenwerking en die het kind centraal stelt.

Ze had een vraag.

“Een ouder vraagt of ik meega naar een moeilijk gesprek en mag ik dat doen als lansbreker?” Ze legt me kort de situatie voor. Zoals alleen zij kan: in twee minuten vertelt ze twee levens en brengt ze het hele probleem terug tot één kern: gaat er iemand tijdelijk betalen voor het leerlingvervoer nu vader als vaste vervoerder door ziekte is uitgevallen.

Er zou een overleg plaatsvinden met jeugdarts, mensen van het zorgloket van de gemeente, orthopedagogen van twee samenwerkingsverbanden, twee directeuren samenwerkingsverbanden en de leerkracht van het betreffende kind. Doel van het overleg: het kind moet naar een andere school. Het feit dat vader door ernstige ziekte tijdelijk het vervoer van zijn kind niet kan verzorgen was de aanleiding om de onderwijsondersteuning van dit kind maar op de kop te zetten. Dat was het idee.

“Natuurlijk ga ik voor een oplossing en de samenwerking. Maar het kind moet wel centraal! Het is toch helemaal geen goed moment om alles op de kop te zetten? Het kind zit daar goed! Als het kind er maar kan komen nu de vader zo ziek is.” Een mooie pragmatische aanpak. Lansbrekerachtig!

“Als het helpt om je als lansbreker te presenteren: prima! Ik hoor graag hoe het uitpakt.” Ouders mogen zich in gesprekken zoals deze altijd laten ondersteunen. In iedere gemeente is daarvoor onafhankelijke clientondersteuning beschikbaar. Dat kunnen professionals zijn, maar soms ook (ervaringsdeskundige) vrijwilligers.

Ze belde niet veel later terug.

Ze had een gaaf gesprek gehad. Ze had zich voorgesteld als ondersteunende ouder en lansbreker. Ze had zelfs haar lansbrekerspeld opgedaan. Ze had de aanwezigen eerst maar eens ter kennismaking gevraagd naar hun ervaringen met het kind van vader. Zij vond het een leuk kind die het goed deed onder de bijzondere en verdrietige omstandigheden, had ze zelf verteld. Ze had er van opgekeken dat er een aantal mensen aanzaten die het kind niet eens kenden.

Vervolgens had ze maar eens gevraagd waar het gesprek over ging: over de plek van het kind op school of over de manier waarop hij op school kon komen, zolang vader ziek was. Ook dat was een verrassende wending voor de deelnemers aan het overleg. Toen ze, net als bij mij eerder aan de telefoon, in twee minuten de situatie schetste en de oplossing -betaal voorlopig even het vervoer- erbij deed was de zaak snel beklonken.

Er werd een nieuwe afspraak gemaakt voor over een aantal maanden om het over de schoolplek te hebben van het kind. Dat kon best nog even wachten, vond ineens iedereen aan tafel.

“Heb ik het goed gedaan zo als lansbreker?”

“Heb je het kind geholpen? Hielp je naar een oplossing? Heb je de samenwerking ondersteund? Dan was je volgens mij een echte lansbreker!”

Mars!! – een onechte recensie

marsAfgelopen weekend speelde mijn dierbare zus haar voorstelling “Mars!”. Natuurlijk was ik als broer daar bij. Als ik had gedurfd. Ik wilde graag, maar vond vermijding door gezinsafspraken, Moederdagen, andere verplichtingen, etc. Daarna voelde ik me schuldig. Alsof ik zondigde tegen mijn eigen principes.

Wat is het geval. Mars gaat over de grote verandering die mijn zus in haar leven heeft doorgemaakt. Ze gooide het roer om, liet zich daarbij bijstaan door deskundigen en zegevierde. Ze zegevierde niet zo’n beetje ook. De verandering die ze doormaakte was jaloersmakend gelukt. Daarover gaat Mars. Denk ik.

Ik heb Mars namelijk niet gezien. Ik heb haar erover gehoord, ik heb er stukken over in de krant gelezen, maar ik heb het dus nog niet gezien. Waarschijnlijk is er een bedoeling met het feit dat ik Mars nog niet gezien heb. Misschien kan ik het niet aan. Confronteert Mars me wel teveel met mijn falen in mijn eigen Grote Verandering.

Ik kwam in mijn “Mark 3.0” niet verder dan een pietluttige verslaving en wat rommelen met fitnessapparaten. Met dat eerste zal ik niet meer beginnen en met dat laatste ben ik al gestopt. Ik zocht excuses. “Er is teveel aan de hand, ik heb een bijzonder metabolisch systeem, met mijn rug…” Smoezen.

Mijn kinderen bewezen al dat er niet zoiets als erfelijke slechte eigenschappen bestaan. Zij hebben alleen maar goede eigenschappen en doen de dingen eigenlijk zoals ik ze zou moeten doen. Mijn zus, mijn generatiegenoot, drukt mij met haar voorstelling en vooral met haar Grote Verandering nog eens fijntjes op de feiten: iedereen kan veranderen. De sleutel is motivatie. Ik kan dat dus ook. Met dat gepruts in de marge van mijzelf en dat gezoek naar excuses moet het nu eindelijk maar eens afgelopen zijn.

Dat was niet wat ik wilde horen kennelijk. Dus zag ik Mars weer niet. En raad ik graag iedereen aan om Mars wel te gaan bekijken. Want Mars gaat ergens over. Ik kan het u niet precies vertellen, maar het raakte mij ergens heel erg diep en vervelend. Een goed stukje theater dus. Vraag er dus naar in uw lokale theater. Mijn zus is vast en zeker te boeken.

En ikzelf?

Morgen begin ik…

(foto: Cyril Wermers)

Zelfkritiek

Het ontbreekt in de zorg aan zelfkritiek.

20130803-114415.jpgZo dat staat er. Daar begon de afgelopen dagen een gedachtenspinsel mee, zo kort voordat ik mijn werk in die zorg na mijn vakantie weer oppak. De reden hiervoor leg ik graag uit.
Binnen mijn werk is er iets veranderd. Teneinde meer grip te krijgen op processen zijn zorgpaden ingevoerd. In de praktijk betekent dat dat iedere vrager van hulp van mijn afdeling in vijftien weken geholpen wordt. De ene vijftien weken is wat intensiever dan de ander. De programma’s kunnen verschillen, maar ook de tijd van het jaar, de toevalligheid van veel vrije dagen in je therapieweken zorgen voor de verschillen.
De invoering wordt natuurlijk ingegeven door een managementbehoefte aan sturing. Hoogopgeleide professionals kun je immers niet om een boodschap sturen en dienen zich in een keurslijf te persen dat door de manager te lezen is in een excelsheet. “Spreadsheet-terrorisme”.
Analyse van “problemen” ontbreekt. De cijfers in de spreadsheet blijken vaker niet dan wel te kloppen en de meeste tijd gaat zitten in het updaten van cijfers.

We helpen daar nog steeds mensen met problemen.

De invoering wordt ook verkocht door te stellen dat de mensen die hulp van ons vragen graag het soort duidelijkheid wil dat we creëren met de zorgpaden. En die vlieger gaat wat mij betreft dus niet op. Dit zou namelijk veronderstellen dat mensen met problemen in staat zijn om een scala aan hulpaanbod op zijn merites te kunnen beoordelen om daarna tot een weloverwogen keuze te kunnen komen.

We kunnen mensen die met hun problemen geholpen moeten worden niet serieus genoeg nemen. Wie mijn werkwijze en denktrant kent weet dat ik dat doe. In dit geval echter is de invoering van een zorgpad over de rug van vermeende kennis bij de hulpontvanger te wijten aan gebrek aan zelfkritisch vermogen.

De mens met een probleem is namelijk allang blij met hulp. Iedere hulp. Je gaat geen probleem krijgen en eens rustig bekijken wát je daarmee gaat doen. Je wilt hulp en wel meteen. In mijn sector: als je been geamputeerd wordt wil je zo snel mogelijk hulp en heb je geen tijd om de verschillende zorgaanbieders eens tegen het licht te houden. Als je been niet geamputeerd wordt ga je ook niet de zorg in geval van amputatie tegen het licht houden.

In beide situaties is er dus sprake van achterstand in informatie bij de mens met het probleem. In dát geval is het dus onredelijk om daar inzicht in behandeling bij te verwachten. Ik heb natuurlijk onderzoek gedaan. Ik vraag wel eens of ze denken met vijftien weken uit te kunnen. Mensen kaatsen die vraag terug: “jullie hebben er over nagedacht en het zal dus wel goed zijn”.
Deze mensen weten niet dat er geen enkel inhoudelijk argument is voor het getal vijftien. Dat had ook twaalf, zestien, drieëntwintig, twee kunnen zijn. De argumenten voor vijftien zijn logistiek en daarbij gaat het vaker over de onmogelijkheden van het systeem dan over de mogelijkheden. Daarnaast budgettair. Vijftien weken levert meer op dan zestien of dertien. Hoop ik. Schat ik in.

Er is geen inhoudelijk argument voor vijftien weken, voor zorgpaden, voor de behoefte aan een dergelijk keurslijf voor hoogopgeleide professionals. Als ik mensen namelijk voorhoud dat we er ook voor hadden kunnen kiezen om mensen hun zorgbudget zelf in handen te geven, waarbij ze zelf kunnen plannen wat ze nodig achten, binnen een flexibele termijn (twee tot zes maanden) en dat ze uiteraard ondersteuning en hulp krijgen bij het maken van keuzes in ons aanbod dan kiezen mensen natuurlijk daarvoor. Zeker als ze dat afzetten tegen een vast programma in een vaste termijn op vaste tijden.

Ik ben echter de eerste om aan te geven dat ik te weinig zelfkritisch ben om de keuze van de mensen die ik bevroeg echt serieus te nemen. Daarvoor is meer nodig dan een plat gevoel en oppervlakte-analyse. Het zou alleen ook erg helpen als iedereen die nu tot het geloof van de zorgpaden behoort hetzelfde zou doen. Dan zou er namelijk echt geanalyseerd worden en zouden er echte oplossingen voor echte problemen ontstaan.

De problemen van gebrek aan sturingsinformatie bij managers reken ik niet tot echt probleem. We waren de zorginstelling immers niet begonnen om managers te helpen en we zijn ook geen opvanghuis voor spreadsheet-terroristen.

Ik beken!

blogfotoIk beken! Ik beken dat ik een fraudeur ben. Een fraudeur in de zorg. Ik werk in de zorg en ik heb gefraudeerd.

Zo, dat is eruit. Daar liep ik al een tijd mee rond. De aanhoudende berichten in de media over fraude in de zorg stimuleerden me zeker bij deze bekentenis. De onderste steen moet nu boven, de omerta is voorbij. Al heb ik nooit echt een omerta ervaren. Ik deed gewoon. Net als alle anderen.

Iedereen in de zorg weet toch waar ik het nu over heb? Niet over de vraag of je als uitvoerend professional je uiterste best doet om het beste voor je cliënt, patiënt, bewoner, revalidant te bereiken. Daar twijfel ik na al die jaren niet aan. Mensen gaan niet in de zorg werken om zoveel mogelijk geld te verdienen. Dan wordt je wel bankier. Natuurlijk zijn er incidenten geweest in mijn werk als het gaat om de betrouwbaarheid in het dagelijkse werk. Die komen overal voor. Die los je dan samen op en je wordt er uiteindelijk allemaal alerter en beter van.

Het gaat me ook niet meteen over het declareren van zwaardere behandelingen dan daadwerkelijk worden uitgevoerd. Datgene waar nu medisch specialisten van beticht worden. De mens en zijn medische vragen laten zich nu eenmaal niet precies indelen in diagnose-behandel-codes. En dan slipt er wel eens wat tussendoor. En natuurlijk krijg je dat in je opleiding. Het zou al wat zijn dat dokters opgeleid worden in het enkel uitvoeren van de regels! Ik heb graag een dokter die de randen van de mogelijkheden verkent. Anders waren we nu nog steeds aan het aderlaten. Van specialisten mag je verwachten dat ze de grenzen van hun mogelijkheden weten te verkennen. En geef ze eens ongelijk, als het gaat om het registreren van hun werk.

Of stopt u altijd bij oranje? En brengt u ook dat dubbeltje terug dat u bij het wisselgeld teveel kreeg en waar u pas buiten achter kwam? Wat is uw prijs?

Ook daar gaat het mij niet om. Ik heb het hier in mijn eigen bekentenis over de registratiefraude. De fraude die ontstaat als:

1. er druk is om te registreren
2. de registratie wordt gebruikt om de professional te beoordelen
3. diezelfde registratie wordt gebruikt om te declareren
4. diezelfde registratie wordt gebruikt om langjarig formatie te berekenen.

Dus professionals wordt gevraagd om iets op te schrijven (in doorgaans rammelende, moeizame en weinig gebruikersvriendelijke systemen), waarbij ze zelf verantwoordelijk zijn voor wat ze invullen, wetende dat ze daarop worden beoordeeld en op de korte en lange termijn gefinancierd zullen gaan worden. Denk eens even mee. Als ik daadwerkelijk opschrijf dat ik naar de wc ga zal dat uit de formatie gaan vallen, want niet productief. Net zoals collegiale consultatie. Daar maken we zonder veel moeite een patiëntgebonden activiteit van, zodat het in de productie valt en meetelt voor de formatiebesprekingen. Het staat ook nog eens goed op je resultaatcijfers.

Geen zorgverlener heeft zin in gesprekken over productie. Daar word je geen zorgverlener voor. Je wilt wel hard werken en veel mensen helpen. En omdat zorgverleners net zoals medisch specialisten worden opgeleid in het gebruiken van hun creatieve mogelijkheden zorg je er wel voor dat je geen gesprek krijgt over onderproductie. Als je zelf verantwoordelijk bent voor het invullen van je registratie en je zorgt dat het net bij de weg is (oranje, dubbeltjes), kraait geen haan er naar. Baas tevreden, zelf tevreden, financier tevreden. Meten is weten.

Door de enorme druk om alles te willen weten en daar vervolgens van alles aan te verbinden is een systeem ontstaan waarmee fraude bijna een wetmatigheid is geworden. Het systeem is zover geperfectioneerd dat iedereen medeverantwoordelijk is en er dus niemand op aanspreekbaar is. Als ik mijn lijst oprecht invul krijg ik rode vlekken in mijn lijst (daar staat dan niets, omdat ik naar de wc was, stond te wachten op een volgende cliënt even een babbeltje maakte met een collega, etc). Rode vlekken is een gesprek en heeft op enige termijn consequenties. Consequenties die mij mogelijk raken in mijn portemonnee. We zijn zo steeds verder afgedwaald van het werkelijke primaire proces: zorgverlenen.

Wie wilde dit ook alweer? Wie bedacht deze controlemechanismen? Hielp het? Werd er beter en meer zorg verleend? Leek het alsof er beter en meer zorg verleend werd?

In het onderwijs kennen we die praktijken uit de Verenigde Staten. Daar is allang bekend dat systemen die gericht zijn op het verhogen van de opbrengsten èn relatie hebben tot de arbeidsovereenkomst van degene die de gegevens moet aanleveren leiden tot fraude. Sterker nog: het leidt tot helemaal niets. Overigens zijn ze daar binnen de politiek nog niet over uit. Er is nog steeds zoiets als opbrengsgericht werken, centrale verplichte eindtoets, koppelen van toetsresultaten aan kwaliteit van scholen, etc. Je verzint het niet.

Ik heb gefraudeerd. Ja. Daar werd ik zelf maar zeer zijdelings beter van. Ik heb het niet eens gemerkt. En daar is nu zo’n toestand over? Over iets dat iedereen met een beetje boerenverstand had kunnen voorspellen? Pfff

Denk niet aan een giraf!

20130524-232102.jpgHet is dé manier om mensen duidelijk te maken dat je niet ergens niet aan kunt denken: de opdracht om niet aan een giraf te denken gedurende een korte periode. Het enige dat in je hoofd komt bij die opdracht is de giraf. Sinds kort vertel ik daarbij een vervolgverhaal.

Lees verder

Schijf van Vijf (maar dan anders)

Afgelopen week in een hulpverleningsgesprek bedacht en nog lang niet klaar. Toch deel ik graag het allereerste prototype en ik zal uitleggen waarom ik het gebruikte. Ik hoor graag of je aanvullingen hebt. Of misschien wel een zesde part kunt bedenken, of het niet eens bent met deze vijf.

De vijf parten van mijn schijf:

1. Voldoende beweging
2. Gezond eten
3. Sociaal contact
4. Cognitieve uitdaging
5. Rust

In de goede verhoudingen toegepast zou je hier goed mee moeten kunnen leven. De juiste verhoudingen zijn hier getekend als 20 procent per part. Dat is arbitrair. De verhouding is nu juist voor iedereen anders. En de verhouding kan wisselen per moment, per dag, per periode. Waar ik bijvoorbeeld momenteel heel veel investeer in cognitieve uitdaging, zou ik voor meer balans misschien meer beweging en meer rust moeten inbouwen. Door ze als vijf corresponderende parten voor te stellen wordt het een geheel.

In het gesprek waar ik het toepaste ging het om iemand die teveel rust had ingebouwd. Door het tekenen van deze schijf zag ze meteen waar voor haar de verandering zou moeten zitten. Het beeld van de schijf en de onderlinge verhoudingen hielpen haar om snel keuzes te maken waarmee ze uit de voeten kon. Dat is meteen ook het belangrijkste doel: helpen om inzicht te verschaffen en keuzes te helpen ondersteunen. Vooral het feit dat er geen vastgestelde verhouding is hielp de mensen waarmee ik er nu mee gewerkt heb. Waar voor de één, op dit moment, meer rust geen item is, kan het dat voor een ander wel zijn. Daarmee wordt de Schijf van Vijf, maar dan anders, een handig middel om iets duidelijk te maken.

Mocht je aanvullingen hebben, of anderzins opmerkingen dan hoor ik dat graag.

Een Handvol Vragen

Een middel dat ik vaak gebruik in mijn gesprekken, om als opdracht mee te geven, om mensen bewust te laten worden is Een Handvol Vragen. Ik zal hier kort uitleggen wat dat is:

Een hand heeft vijf vingers. Hier horen vijf vragen op. De hand is altijd bij de hand en zo kan, met de vragen op elke vinger, iemand stil staan bij hoe het op dat moment gaat. De vragen zijn eenvoudig. Het belangrijkste doel is stilstaan bij het moment en er zit geen verdere evaluatie achter. Er hoeft ook geen actie ondernomen te worden op de vragen. Ongeacht de antwoorden kan iemand, na het beantwoorden, gewoon weer doorgaan met waar ze zijn gebleven. Vaak zal het echter anders gaan: mensen worden zich bewuster, ze staan heel nadrukkelijk stil bij zichzelf en gaan in navolging daarvan toch vaak andere keuzes voor zichzelf maken.

Een Handvol Vragen helpt daarbij.

De vragen:
1. Heb ik honger?
2. Heb ik dorst?
3. Moet ik naar het toilet?
4. en 5. zijn vrij in te vullen. Je kunt specifieke zaken ten aanzien van jezelf vragen: bv. Heb ik mijn schouders opgetrokken, Ben ik rustig, Heb ik het naar mijn zin, etc. Juist deze open vragen geven ook betrokkenheid bij de opdracht en maken dat iemand de opdracht gemakkelijker uit gaan voeren in zijn dagelijkse praktijk.

Zoals gezegd: mensen hoeven niet het antwoord op te volgen. Al zou ik persoonlijk wel naar het toilet gaan als ik die vraag met ‘ja’ zou beantwoorden.

De opdracht is simpel uitvoerbaar: een hand is altijd voorradig en door de vragen te koppelen aan de hand zijn ze meteen ook paraat. Het is een goede eerste stap naar bewustwording.

Acceptatie of de kunst van het loslaten

Voor veel mensen is het lastig om zaken te kunnen accepteren. Zeker wanneer dat gaat om zaken die het dagelijks leven beïnvloeden zoals verlies van lichamelijke functies of het verlies van dierbaren. We verwachten allemaal dat we een leven zonder teleurstelling en ergernis kunnen leven. Het valt dan ook niet mee als je toch teleurstelling en ergernis meemaakt.
Iedereen kan leren accepteren. Hier probeer ik te verduidelijken hoe je daarmee een begin kunt maken. Je zult merken dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is.[1]

Vooraf:
Bij alles gaat het altijd om de gemakkelijkste weg. Er zijn regels en er zijn olifantenpaadjes. Regels vertellen hoe het hoort, waar je hoort te lopen en hoe je je hoort te gedragen. Regels zijn dus de trottoirs en de paden die bedacht zijn om te gebruiken.
Olifantenpaadjes wijzen je echter de weg in de dagelijkse praktijk. Ze zijn gemakkelijker, sneller en verlopen soepeler. In alle menselijk processen zijn er regels te bedenken, maar gaat het uiteindelijk om de praktische toepassing. Bij die toepassing kunnen olifantenpaadjes je van dienst zijn. Bij acceptatie geldt als regel dat je dat moet doen wat werkt. Olifantenpaadjes dus.

Dan:
Hoe pak je dat accepteren nu aan? Welke dingen moet je doen, of belangrijker nog, nalaten om je acceptatieproces een handje te helpen. Acceptatie ging toch ook om loslaten?
Hoe zorg je voor voldoende psychische flexibiliteit en een houding waarbij je kunt meebewegen op de golven van je leven vanuit een diepe aanvaarding van alle dingen die in je lichaam en om je heen gebeuren?

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) gaat over meer dan alleen maar acceptatie. Daarvoor zijn nog een aantal factoren van belang. Naast acceptatie zijn dat:
– het feit dat je keuze hebt om je gedachten wel of niet te volgen.
– aandachtig leven, mild zijn naar jezelf en naar de dingen om je heen
– naar jezelf kunnen kijken
– die dingen doen die werkelijk van belang zijn voor jezelf
– je waarden kennen

Er zijn rijtjes te bedenken van zaken die belangrijk zijn bij het werken aan acceptatie. Voor dit onderstaande rijtje heb ik me gebaseerd op het eerder aangehaalde artikel uit PsychologieMagazine.

Leer te lijden: je zult afstand moeten nemen van het idee dat iedereen, overal gelukkig zou moeten kunnen zijn. Leven is een samenspel van leuke en vervelende dingen. Van lijden dus. Ergernis en boosheid zijn deel van het leven. Positief denken? Bestaat niet. En het is ook nog eens gevaarlijk!
Confronteer je angsten: weet wat je vermijdt en waarom je dat vermijdt. Zorg voor een ruim gedragsrepertoire. Hoewel het logisch lijkt nare situaties te vermijden zorgt het namelijk ook voor het beperken van de mogelijkheden die je hebt. En veel situaties die je vermijdt zijn misschien wel helemaal het vermijden niet waard.
Richt je op de feiten: de mens heeft de neiging om onheil uit te vergroten en met taal, gedachten, verwachtingen te verergeren. Een kleinigheid die misgaat wordt zo al snel een ramp. De wet van Murphy is een beschrijving van dit psychologisch fenomeen. Alles wat je aandacht geeft groeit.
Vernietig je controlestrategieën: dit sluit nauw aan bij punt 2. Controlestrategieën helpen je de waarheid te vermijden. Onzekerheid maskeer je met assertiviteit (of agressiviteit). Weinig zelfvertrouwen maskeer je door te doen wat anderen van je verwachten (en waar je goedkeuring voor krijgt). Streef naar wat ze in ACT creatieve hopeloosheid noemen. Als je erkent dat je trucs niet werken ontstaat er ruimte voor nieuw gedrag.
Observeer je gevoelens: Wanneer je angstig wordt of je gaat ergeren is er altijd een gebeurtenis waaraan je zou kunnen adresseren (die vervelende mevrouw die voorkroop bij de bakker bijvoorbeeld). Waar je echter last van hebt is het gevoel dat het bij je oproept. Observeer dat gevoel en bekijk het met een andere blik. Streef naar wat ze mindfulness noemen. Door mindfulness te beoefenen wordt het mogelijk de werkelijkheid te aanvaarden en bewust aandacht te geven aan jezelf en alles om je heen.
Concentreer je op je doelen: Vraag jezelf wat in jouw leven zin geeft. Wat is voor jou echt waardevol en mag dus ook moeite kosten. Zet je in voor de dingen die je kunt veranderen en accepteer wat niet te veranderen valt. Committeer je aan je waarden. Ook al heb je angst, ga stug op je doel af. Keuzes kun je toch niet vermijden: niet kiezen is ook een keuze.
Heb mededogen: probeer je te verplaatsen in anderen. Misschien heeft die mevrouw bij de bakker wel enorme haast. Een beetje empathie laat woede of irritatie vaak als sneeuw voor de zon verdwijnen. Verwondering is een emotie die nauw verwant is aan irritatie. Weet dat je daarin de keuze hebt.

Slot
Dit artikel heeft geenszins de bedoeling om compleet te zijn. De toegevoegde links in het artikel en in de voetnoot staan er dan ook niet voor niets. Het doel was een aanzet te geven tot bezig zijn met acceptatie en ik hoop dat er zaken in staan waarmee je je voordeel kunt doen. Mocht je echter grote bezwaren hebben met de dingen die hier zijn beschreven dan hoor ik dat uiteraard ook graag!


[1] Voor dit artikel heb ik mij oa gebaseerd op mijn kennis van de Acceptance and Commitment Therapy. Het boek: “Leven met pijn” van oa. Karlein Schreurs en een artikel uit PsychologieMagazine:

Oplossingswerk: uitgangspunten

Wanneer u mij inhuurt voor veranderingen, nieuwe ideeën, innovaties of denktankwerk is het goed te weten dat ik een paar uitgangspunten heb bij dit soort werk. Die zal ik hier uiteen zetten:

1. Simplexiteit: er is niets mooier dan een oplossing verzinnen die in de inhoud enorm complex is, maar aan de buitenkant voor iedereen begrijpelijk is. Ook het uitleggen van oplossingen kan op deze manier. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan.

2. Als je doet wat je altijd doet, krijg je wat je altijd kreeg. Of: als iets nù niet werkt zal het straks ook niet werken. Je lost een probleem niet op met dezelfde methoden als diegene die het probleem veroorzaakt hebben. De huidige situatie geeft lessen voor morgen. Er komt altijd een moment dat het morgen anders moet gaan dan vandaag. Daar moet je dus vandaag mee bezig zijn.

3. Ieder probleem heeft de oplossing in zich. Als een probleem geen oplossing in zich draagt dan is het geen probleem, maar een feit. Feiten moet je aanvaarden. Door de oplossing te zoeken in het probleem openen zich nieuwe wegen tot nieuwe oplossingen.

4. Omdenken: ik bekijk de dingen graag van een ongebruikelijke kant. In ieder geval van een kant die in aanvang de wereld op zijn kop lijkt te zetten. Net als bij punt drie levert dat nieuwe ruimte op om tot oplossingen te komen.

5. Ik zoek graag naar de olifantenpaadjes die er al liggen of die logisch lijken. Olifantenpaadjes zijn de kortste en de effectiefste wegen van A naar B. Ze hebben vaak iets in zich van verzet tegen gevestigde orde. Omdat olifantenpaadjes korter en effectiever zijn zijn ze vaak een belangrijke graadmeter voor de mogelijke oplossing.

De oplettende lezer leest veel Einstein-achtige uitgangspunten. Dat is niet voor niets. Einstein is één van de belangrijke denkers van de moderne tijd en heeft belangrijke dingen gezegd. Het misschien wel belangrijkste: imagination is more important than knowledge…

Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten help ik u het probleem op te lossen, alsof het er nooit geweest is.