Categoriearchief: communicatie

Passend onderwijs of passende kinderen en ouders?

Verschenen in Sardes special nummer 22, november 2017

Ongeveer twee derde van de vragen die binnenkomen bij Ouders & Onderwijs gaan direct of indirect over passend onderwijs. Vrijwel altijd gaan ze over de relatie, over communicatie of over het gelijk. Mark Weghorst gaat hier nader op in en concludeert: een goede relatie en een goede communicatie met ouders is voorwaarde voor het slagen van passend onderwijs.

Kinderen die extra aandacht nodig hebben zijn van alle tijden. Iedereen weet uit zijn eigen schoolcarrière de bijzondere klasgenoten te noemen, kinderen die wat extra uitleg kregen, een eigen aanpak kregen of soms ineens van het toneel verdwenen omdat ze naar een andere school gingen.

Passend onderwijs heeft daar niet veel aan veranderd. Wat wel is veranderd, is de positie van ouders. Ouders zijn mondiger, ze hebben meer toegang tot kennis over allerlei zaken, die zij ook gemakkelijker delen. Dat zien we ook terug in het onderwijs. De leerkracht kan niet meer, zoals vroeger, uitgaan van het vanzelfsprekende vertrouwen van de ouders. Ouders vragen door en informeren zichzelf. Ze halen hun informatie niet alleen bij de eigen school, maar koppelen dit ook aan ervaringsgegevens van andere ouders. Naast omgaan met de veranderende omgangsvormen en verwachtingen van ouders en hun snel toenemende kennisniveau, moeten scholen ook nog een wet (passend onderwijs) implementeren. Dat maakt het extra complex.

Het schoolsucces van kinderen hangt in grote mate af van de rol van de ouders. Betrokkenheid tussen ouders en kind is een belangrijke voorspeller van dit succes (www.expertisecen- trumtop.nl). Leraren zijn passanten in het leven en in de leefwereld van een kind. Dat is een moeilijke rol, omdat ze veel zien, deskundigheid hebben, maar niet verder kunnen reiken dan de mogelijkheden van (de leefwereld van) dat kind.

Ongeveer twee derde van de vragen die binnenkomen bij Ouders & Onderwijs (momenteel een kleine duizend per maand) gaan direct of indirect over passend onderwijs. De vragen komen vaak onversneden binnen (‘weet u een advocaat die voor mijn kind het onderwijs kan regelen?’) en hebben bijna altijd betrekking op de thema’s ‘relatie’, ‘communicatie’ en ‘het gelijk’.

Relatie

Ouders van kinderen met speciale onderwijs- behoeften weten als geen ander hoe belangrijk de relatie is. Ze weten dat een prettige (school) dag erg afhankelijk is van de manier waarop de leerkracht de zorg voor hun kind vormgeeft.

Ouders zijn zelf primair verantwoordelijk voor hun kind, maar zijn een groot deel van de dag afhankelijk van de manier waarop onderwijs- professionals daar vorm en inhoud aan geven.

In beginsel zijn ouders bereid om die verantwoordelijkheid daar neer te leggen. Ouders vertellen vaak dat ze het ‘eerst een tijd hebben aangezien’ en ‘niet meteen aan de bel hebben willen trekken’. Dat moment – aan de bel trekken – is voor ouders vaak een grote stap. Het is immers nogal wat om de relatie op de proef te stellen met degene die overdag, zonder jouw directe toezicht, de verantwoordelijkheid draagt voor je kind.

Van professionals vereist dat sensitiviteit voor dit soort momenten. Ouders stellen vragen nooit ‘zomaar’, er zit opgebouwde zorg achter en er is moed voor nodig om vragen te stellen over de manier waarop de leerkracht de dingen doet. Dit is te voorkomen als er al lang voordat er ook maar sprake is van problemen, een relatie is tussen de leerkracht en de ouder, waarin het vanzelfsprekend is om zaken te bespreken. Dan zie je dat ouders vanaf het eerste moment meepraten over problemen en meedenken over oplossingen.

Ouders van kinderen die intensieve zorg nodig hebben, zijn als geen ander gewend aan de grillen van hun kind en hebben al vaak moeten improviseren in weer een nieuwe situatie. Hun rol in de relatie zou wat dat betreft actief meedenkend moeten zijn. Professionals zoeken vaak oplossingen door andere professionals te raadplegen, maar in de relatie met ouders liggen de oplossingen vaak zomaar voor het oprapen.

Communicatie

Er bestaan grote verschillen tussen ouders. Er zijn hoogopgeleide en ongeschoolde ouders, intelligente en zwakbegaafde ouders, er zijn ouders met veel eigen (financiële) mogelijk- heden en ouders die in sterke mate afhankelijk zijn van het aanbod dat er is.

Onderwijsprofessionals moeten met al deze ouders kunnen communiceren. Ze zijn immers verantwoordelijk voor de relatie met alle ouders. Dat valt niet mee. Het betekent dat ze informatie die bij ouders terecht moet komen, vooral moeten geven vanuit het perspectief van de ouders. Soms kan dat het beste met een nieuwsbrief, soms met een gesprek, soms met een telefoontje en soms met een bezoek. Zoveel ouders, zoveel manieren om te communiceren.

Ouders & Onderwijs ziet een duidelijke lijn in de vragen van ouders. De communicatie tussen school en ouders verloopt niet altijd goed en de verantwoordelijkheid is niet altijd duidelijk. Dat is deels een kwestie van vaardigheden (hoe communiceer ik met die ouder: begrijpen we elkaar en wat kan ik doen als dat niet het geval is?) en het heeft deels te maken met de organisatie van de communicatie.

Voor situaties rond passend onderwijs is communicatie extra belangrijk, omdat het schoolsucces van kinderen niet alleen afhankelijk is van de betrokkenheid van ouders, maar ook van het onderling vertrouwen tussen ouders en school. In situaties waarin aanpassingen nodig zijn, is een goede basis voor overleg noodzakelijk (Hoogeboom, 2010).

Als de leerkracht en de ouders er niet uitkomen, wordt er vanuit het onderwijs vaak ‘opgeschaald’: van de intern begeleider naar de schoolleider, naar een schoolbestuurder, naar het samenwerkingsverband. Er zijn een aantal stappen te maken als het niet lukt. Ouders hebben maar één escalatieniveau en moeten bij iedere ‘stap hoger’ weer opnieuw beginnen met het contact, en nemen daarbij de eventueel opgebouwde frustratie uit het vorige contact (of contacten) mee. Omdat het vertrouwen in een oplossing te lijden heeft onder deze opschaling, komt de oplossing daarmee niet altijd dichterbij.

Onafhankelijke ondersteuning van ouders moet in elk samenwerkingsverband geregeld zijn, maar we zien in de praktijk dat dit niet echt van de grond komt. Het zou enorm schelen als er professionele onafhankelijke ondersteuning beschikbaar is, die ouders ondersteunt in de communicatie met school (PO-raad e.a., 2017).

Het gelijk

Ouders hebben altijd gelijk. Ik heb het ooit zo opgeschreven, en hoewel de uitleg hiervan erg genuanceerd is, komt het nog steeds hierop neer. Alle ouders hebben altijd gelijk. Dit uitgangspunt helpt erg goed om in het werken met ouders oplossingen te vinden. Als professional ken ik ook de deskundige overwegingen, de objectieve en subjectieve gegevens waarop je professionele keuzes baseert. Maar ik weet ook dat oplossingen nooit tot stand komen zonder medewerking van de sleutelfiguren in de context van een kind. Dat zijn de ouders.

Een oplossing moet dus aansluiten bij de mogelijkheden van de ouders. Soms betekent dat dat je een paar professionele stappen terug moet doen. Misschien verraadt zich daar wel de ware professional: een oplossing is immers alleen van professionele kwaliteit als deze uitvoerbaar is. En uitvoerbaar is een oplossing pas als deze wordt gedragen door de ouders.

Voor de praktijk van passend onderwijs is dit extra belangrijk. Het is in het belang van kinderen dat de oplossing wordt gedragen door alle partijen. Strijd moet worden voorkomen. En dat is het gemakkelijkst als je als professional de verantwoordelijkheid neemt voor het voorkomen van strijd. Dat lukt als je uitgaat van het standpunt dat ouders gelijk hebben. Wanneer je dan ook nog rekening houdt met het feit dat ouders nooit verder kunnen reiken dan de eerstvolgende stap, voorkom je ook oeverloze besprekingen waarin ouders overtuigd moeten worden van de goede intenties en de werkbaarheid van de professionele oplossingen.

Wanneer ouders vanaf het begin deel zijn van het proces om tot oplossingen te komen, is het risico op professionele luchtfietserij niet zo groot. De ouders zullen je met de voeten op de grond houden. Zij hebben namelijk als geen ander belang bij oplossingen die werken.

Welkom

Het gaat dus om attitude. Of het nu gaat om het leggen en onderhouden van de relatie met ouders, om de manier waarop je met ouders communiceert, of om de wijze waarop je omgaat met ouders die niet instemmen met je professionele ideeën, het gaat erom hoe je daarin als onderwijsprofessional je houding bepaalt.

Ouders die goed contact hebben met de school van hun kind, noemen één overeenkomstig kenmerk: het contact met school begon met een welkomgevoel en de school wist dat gevoel door alle stormen en moeilijkheden heen vast te houden. Ondanks de duidelijke regels over zorgplicht, zijn er nog altijd ouders die dat welkome gevoel niet hebben en dan zoeken zij echt verder. Scholen waar ouders zich welkom voelen en die bij problemen niet ‘van zich af gaan organiseren’, hebben voor veel ouders een streepje voor. En belangrijker nog: die scholen kunnen zich over het algemeen meer (kleine) missers permitteren. Zolang daar maar op een open, eerlijke, zelf-reflectieve manier over wordt gesproken.

Kortom, zorg ervoor dat alle kinderen en hun ouders zich welkom voelen, en houd dat ook in zwaar weer vol. Weet je verantwoordelijk voor de relatie met de ouders, weet met wie je communiceert en blijf daarin kritisch kijken naar je eigen rol en naar wat daarin wel en niet werkt. Zorg dat oplossingen voor ouders uitvoerbaar zijn. Zet je professionaliteit in om het bewijs voor het gelijk van ouders te leveren in plaats van het tegenovergestelde. Het gaat immers om passend onderwijs en niet om passende kinderen.

Mark Weghorst is maatschappelijk werker en thema-adviseur bij Ouders & Onderwijs. Hij houdt zich onder andere bezig met passend onderwijs en de positie van ouders daarbij.

Meer lezen

https://www.oudersonderwijs.nl/nieuws/ ouders-hebben-altijd-gelijk/

Bronnen

  • Expertisecentrum TOP Taal Ouderbetrokkenheid Participatie. www.expertisecentrumtop.nl.
  • Hoogeboom, B. (2010). Ouders en schoolsucces in het voortgezet onderwijs. Amersfoort: CPS Onderwijsontwikkeling en advies.
  • Meer, J. van der & Vriezen, M. (2017). De Staat van de Ouder. Utrecht: Ouders & Onderwijs.
  • PO-raad, VO-raad, Ingrado, Gedragswerk, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn, NJi, VNG (2017). Doorzettingsmacht organiseren. Utrecht: Steunpunt Passend Onderwijs VO.
  • Weghorst, M. Emancipatie door facebook. Blog op www.oudersonderwijs.nl

Lansbreker in actie

Verschenen op: delen.oudersonderwijs.nl

Eén van de lansbrekerouders belde. Ze deed mee aan een aantal sessies van de lansbrekersbeweging, ontving op de laatste bootcamp in maart 2017 haar speld en deelt de manier van kijken en doen van de lansbrekers. Ze voelt zich een lansbreker en voelt zich verbonden met de beweging die gericht is op oplossingen, op de samenwerking en die het kind centraal stelt.

Ze had een vraag.

“Een ouder vraagt of ik meega naar een moeilijk gesprek en mag ik dat doen als lansbreker?” Ze legt me kort de situatie voor. Zoals alleen zij kan: in twee minuten vertelt ze twee levens en brengt ze het hele probleem terug tot één kern: gaat er iemand tijdelijk betalen voor het leerlingvervoer nu vader als vaste vervoerder door ziekte is uitgevallen.

Er zou een overleg plaatsvinden met jeugdarts, mensen van het zorgloket van de gemeente, orthopedagogen van twee samenwerkingsverbanden, twee directeuren samenwerkingsverbanden en de leerkracht van het betreffende kind. Doel van het overleg: het kind moet naar een andere school. Het feit dat vader door ernstige ziekte tijdelijk het vervoer van zijn kind niet kan verzorgen was de aanleiding om de onderwijsondersteuning van dit kind maar op de kop te zetten. Dat was het idee.

“Natuurlijk ga ik voor een oplossing en de samenwerking. Maar het kind moet wel centraal! Het is toch helemaal geen goed moment om alles op de kop te zetten? Het kind zit daar goed! Als het kind er maar kan komen nu de vader zo ziek is.” Een mooie pragmatische aanpak. Lansbrekerachtig!

“Als het helpt om je als lansbreker te presenteren: prima! Ik hoor graag hoe het uitpakt.” Ouders mogen zich in gesprekken zoals deze altijd laten ondersteunen. In iedere gemeente is daarvoor onafhankelijke clientondersteuning beschikbaar. Dat kunnen professionals zijn, maar soms ook (ervaringsdeskundige) vrijwilligers.

Ze belde niet veel later terug.

Ze had een gaaf gesprek gehad. Ze had zich voorgesteld als ondersteunende ouder en lansbreker. Ze had zelfs haar lansbrekerspeld opgedaan. Ze had de aanwezigen eerst maar eens ter kennismaking gevraagd naar hun ervaringen met het kind van vader. Zij vond het een leuk kind die het goed deed onder de bijzondere en verdrietige omstandigheden, had ze zelf verteld. Ze had er van opgekeken dat er een aantal mensen aanzaten die het kind niet eens kenden.

Vervolgens had ze maar eens gevraagd waar het gesprek over ging: over de plek van het kind op school of over de manier waarop hij op school kon komen, zolang vader ziek was. Ook dat was een verrassende wending voor de deelnemers aan het overleg. Toen ze, net als bij mij eerder aan de telefoon, in twee minuten de situatie schetste en de oplossing -betaal voorlopig even het vervoer- erbij deed was de zaak snel beklonken.

Er werd een nieuwe afspraak gemaakt voor over een aantal maanden om het over de schoolplek te hebben van het kind. Dat kon best nog even wachten, vond ineens iedereen aan tafel.

“Heb ik het goed gedaan zo als lansbreker?”

“Heb je het kind geholpen? Hielp je naar een oplossing? Heb je de samenwerking ondersteund? Dan was je volgens mij een echte lansbreker!”

Ouders hebben altijd gelijk

Verschenen op ouderonderwijs.nl

Ouders hebben altijd gelijk! Ook als het niet zo is. Het staat geschreven op een flap-over bij Ouders & Onderwijs en staat er al een tijdje. Het is het meest simpele uitgangspunt voor het werken met ouders in situaties waar hun kinderen in de knel komen. Het roept meteen ook reacties op. Hoezo? Hebben ouders altijd gelijk? Ze kunnen er toch naast zitten?

Als kinderen in de knel komen hebben ouders er als geen ander belang bij dat er een oplossing komt. Het zijn immers hun kinderen. Als geen ander zullen ze daarom ook in staat zijn om de geboden oplossingen te kunnen beoordelen. Gaat het werken? Is dit voor mijn kind in deze situatie op dit moment de goede oplossing? Snap ik de oplossing? Kan ik de oplossing (helpen) uitvoeren?

Zone van de naaste ontwikkeling

Net als kinderen kennen ouders ook een “zone van de naaste ontwikkeling”. Dat is het gebied buiten hun comfortzone waar ze, met hulp van anderen, best wat nieuws willen proberen. Als professionals met hun oplossingen verder dan de zone van de naaste ontwikkeling reiken zullen ouders in de weerstand gaan. En terecht! Een oplossing die (nog) niet bereikbaar is voelt onveilig en schreeuwt om een afwerende en (gezins)beschermende reactie.

Professionals moeten dus aansluiten bij die “zone van de naaste ontwikkeling”. Dat betekent investeren in de relatie. Weten waar de ouder zich comfortabel bij voelt en wat de mogelijkheden zijn om dingen te veranderen in de huidige situatie. Ouders wennen, net als gewone mensen, gemakkelijk aan situaties die eigenlijk best beter zouden kunnen. We zagen het in de Staat van de Ouder aan de reactie op schooltijden: het zou wel anders mogen, het zou op een andere manier zelfs handiger zijn, maar het is ook wel best zo.

Ouders zitten, net als alle mensen, graag in hun comfortzone. Ouders van zorgintensieve kinderen kennen allemaal de ervaring met professionals die, vanuit hun deskundigheid, met betere oplossingen komen. Die professionals hebben, in hun deskundigheid, ook gelijk. Er zijn vast betere oplossingen. Het is wel de vraag of ze haalbaar zijn. In deze situatie, met dit kind, deze ouders en op dit moment in deze comfortzone. Ook die inschatting mag van professionals verwacht worden. De inschatting of ouders er aan toe zijn hun comfortzone te verlaten en te zien welke gebieden van de naaste ontwikkeling verkend kunnen worden.

De verandertheorie van de ouders is het uitgangspunt

“De verandertheorie van de ouders is het uitgangspunt”, schreef iemand onder “De ouder heeft gelijk! Ook als het niet zo is” bij Ouders & Onderwijs op de flap-over. We hebben het laten staan. Het klopt namelijk en biedt professionals een uitleg van het gelijk van ouders. De situatie van kinderen verander je alleen als je uitgaat van de verandertheorie van de ouders. Die heb je namelijk nodig bij elke oplossing. Zelfs dwangmaatregelen werken niet zonder dat het aansluit bij de verandertheorie van de ouders.

De beste oplossing is een haalbare oplossing

Sterker nog. Elke professional kan zich laten vervangen. Ouders nooit. De constante factor in het leven van een kind is de ouder. Het is goed voor professionals om dat steeds weer te beseffen. Aansluiten bij ouders zorgt voor vertrouwen in de relatie en voor meer kans op succes. Professioneel gezien levert dat misschien niet de allerbeste oplossing op, maar wel de best haalbare. En de best haalbare oplossing is misschien wel de allerbeste.

Recht op bereidwilligheid

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Vandaag trof ik een moeder die ik al een tijd ken. Haar kind heeft een beperking en kent mede daardoor problemen bij het meedoen in het onderwijs. Zij wil graag dat hij meedoet met “gewone” kinderen. Er was eerst een school die wel wilde. Toen kwam er een kink in de kabel en was de bereidheid weg. Een gesprek leidde tot niets. De bereidheid was er gewoon niet. Er kwamen deskundigen van buiten de situatie die aangaven dat er best mogelijkheden waren. Dat het best geregeld kon worden, maar de school hield voet bij stuk.

Gelijke behandeling

Moeder wilde een gelijke behandeling van haar kind en stapte naar het college. Dat is een lastige keuze. Van een hogere macht krijg je een uitspraak en daar moet je het dan mee doen. Je begint eraan om gelijk te krijgen, maar stel dat je gelijk krijgt, krijg je dan ook bereidwilligheid bij de school? In dit geval ging het mis. De ouders vroegen om, vooruitlopend op het recht op inclusief onderwijs, het recht op plaatsing van hun kind in een reguliere school. Ze kregen ongelijk. Het college zag kennelijk geen mogelijkheid om het kind te beschermen voor een ongelijke behandeling.

Ze zat er helemaal doorheen. Waar ik haar ken als een enthousiaste voorvechter voor inclusief onderwijs hingen haar schouders af en had ze het zwaar. Het hele traject had haar veel gekost. Er was veel energie in gaan zitten en nu moest ze opnieuw op zoek naar een goede plek voor haar kind. Met een ander perspectief en een andere inhoud. Ze zou de stap gaan zetten en haar kind gaan aanmelden bij de enige school die uit de veelheid van scholen overbleef. Ze moest wel. Haar kind gaat naar een school waar ze de visie niet mee deelt en waar door de afspraken op bestuurlijk niveau nauwelijks variatie mogelijk lijkt.

Bereidwilligheid

Het raakte mij haar zo te zien. Ik had met haar te doen en het maakte me kwaad. Had ze dan niet naar dat college moeten gaan? Of had de school bij aanvang iets meer moeite moeten doen? Ik neig naar het laatste. Ouders stappen vaker naar een college of een rechter en soms krijgen ze ook gelijk. Dat gelijk leidt echter nooit tot bereidwilligheid en met een rechtelijke uitspraak je schoolloopbaan beginnen of vervolgen is niet direct een garantie op succes. Bereidwilligheid dwing je nu eenmaal niet af en scholen zijn, voor wat betreft hun eigen bereidwilligheid, de machtigste partij.

Verantwoordelijkheid voor de relatie

Een school zou kost wat kost moeten voorkomen dat ouders naar een rechter stappen. Zij zijn verantwoordelijk voor de relatie met de ouder. Zij zijn namelijk de professional en dus horen zij daarin het voortouw te nemen. En als een ouder naar een rechter stapt zijn ze dus in gebreke gebleven.

Ik weiger te geloven dat er sprake is van onwil bij scholen. Ik zie het niet en merk nooit dat er onwil is. Toch stapelen de voorbeelden zich op waar het er toch erg op lijkt dat er sprake is van onwil. Er zijn veel situaties waarin scholen het laten gebeuren dat ouders hun heil gaan zoeken in het krijgen van gelijk. In al die situaties lukt het scholen kennelijk niet om de relatie te onderhouden en aan te sluiten bij de ouders.

De gevolgen voor ouders zijn enorm. Ze zoeken een goede plek voor hun kind, hebben daar ideeën over en proberen dat te realiseren. Niets mis mee. Ouders hebben 24/7 de verantwoordelijkheid voor hun kinderen en lopen, zeker als het allemaal niet vanzelf gaat, enorm op hun tenen. Met alle gevolgen van dien.

Beter je best doen

Het zal geen onwil van scholen zijn, maar mag het dan tenminste iets doortastender? En mag jij, als lankmoedige, trage en trainerende professional er ook eens een nacht of wat slecht van slapen? Of een jaar of twee? En zal je het dan voor altijd anders doen? Vanuit bijvoorbeeld je maatschappelijke opdracht dat je voor ieder kind een goede plek moet bieden? Dat je die goede plek zo dicht mogelijk bij de wens van de ouders moet organiseren?

Ik weiger te gaan geloven in onwil. Het zou alleen erg helpen als scholen me wat vaker de indruk geven dat mijn geloof nog steeds oprecht is. Dan moeten ze wel iets harder hun best gaan doen.

 

Emancipatie door Facebook

Verschenen op oudersonderwijs.nl

Vandaag spreek ik weer een grote groep ouders van thuiszitters. In het kader van een bijeenkomst met professionals en ouders die gericht zijn op een goede samenwerking voor de kinderen waar het om gaat. Het is bijzonder om daar deel van uit te mogen maken en daar een rol in te mogen spelen. Dat realiseer ik me iedere keer weer.

Kwetsbaar

De groep ouders is namelijk erg kwetsbaar. Het zijn ouders die allemaal aangedaan zijn doordat voor hun kinderen de normaalste zaken niet vanzelfsprekend zijn. Een kind moet immers gewoon naar school kunnen, deel uit kunnen maken van een klas, een leerjaar, een groep. Voor deze ouders geldt vaak al een lange weg van teleurstellingen in het onderwijssysteem dat voor hun kinderen niet biedt wat nodig is.

Facebook

Facebook begon in 2004 met haar socialenetwerksite. Veel later (omstreeks 2011) kwamen daar de extra mogelijkheden via facebookgroepen bij. Sinds dat moment is het mogelijk om binnen een besloten omgeving met geselecteerde bezoekers kennis en ervaring uit te wisselen of zaken te bespreken zonder dat iedereen mee kan kijken.

Voor de ouders van thuiszitters is dit een zeer grote verandering geweest en soms denk ik dat het bestaan van facebook een grote invloed heeft gehad op het bespreekbaar maken van de problematiek van thuiszitters. Daar waar ouders eerder, door de intensieve taken en hun thuiszittende kind gekluisterd aan huis waren en alleen hun directe contacten konden raadplegen ontstond nu de mogelijkheid om met ouders van thuiszitters in heel het land (en daarbuiten) contact te hebben.

Relaties

In symposia, workshops en bijeenkomsten benadruk ik vaak het belang van de relatie. Een relatie waar de professionals altijd de eerste dure verantwoordelijkheid in moeten dragen. Ook ouders hebben belang bij relaties. Een goede relatie met belangrijke professionals rondom het gezin, maar ook relaties met ouders in vergelijkbare situaties.

Door de facebookgroepen en de manier waarop ouders daar nu gebruik van maken wordt dit mogelijk en merkt iedereen dat het geluid van deze groep ouders sterker, duidelijker en afgewogener wordt. Ouders uit de groep spelen daardoor een steeds belangrijker en bepalender rol in het gesprek over de oplossingen voor thuiszittersproblematiek.

Effecten

Waar ze het probleem bespreekbaar maakten, veranderde dat in het leveren van treffende voorbeelden naar de actuele situatie waarbij ze met professionals en beleidsmakers samen werken aan echte oplossingen. Dat is mogelijk geworden omdat het individuele probleem van hun eigen kind door relaties met andere ouders een collectief probleem is geworden.

Oplossingen die er nog niet zijn, die ook niet pasklaar liggen, maar waarbij de werkbaarheid volledig afhankelijk is van de samenwerking tussen deze drie groepen. Elke groep professionals en beleidsmakers heeft zijn eigen platformen en brancheorganisaties om scholing, deskundigheid en collegiale uitwisseling te organiseren. De ouders hebben facebook, met de eigen omgangsregels en de eigen zeggingskracht. Met elkaar ontstaat zo steeds meer gelijkwaardigheid.

Prachtfilm over het vmbo

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Het vmbo is volop in ontwikkeling. In de afgelopen jaren heeft een verandering plaatsgevonden. Leerlingen krijgen meer dan voorheen de kans om op een praktijkgerichte manier hun talenten te ontdekken. De 33 oude profielen zijn vervangen door 10 brede hoofdprofielen. Vmbo-scholen hebben de mogelijkheid om daarin nog indidivueel maatwerk te bieden.

Stages

Stages zijn belangrijk in het vmbo. Leerlingen moeten de mogelijkheid hebben om beroepsgericht mee te kijken bij professionals om zo hun talenten te ontdekken. Op veel plekken in het land vinden regionale stage-evenementen plaats (vmbo-on-stage), waar het beroepenveld zich kan presenteren, leerlingen stages kunnen vinden en waar ter plekke afspraken gemaakt kunnen worden

Film “Nee heb je”

Onlangs werd een film gepresenteerd waarin de transformatie van het vmbo goed in beeld wordt gebracht. In een aantal individuele portretten laten leerlingen zien wat er voor nodig is om stage te vinden en hoe het op die stage gaat. Op die manier zijn ze in staat om bewuster kuezes te maken voor een vervolgopleiding.

Vertoning

De vmbo-film is beschikbaar voor vertoning in uw eigen regio. Als u een vertoning wilt organiseren (bijoorbeeld als ouderraad van een (vmbo)school of als regionaal ouderinitiatief) dan kunt u contact met ons zoeken. Ouders & Onderwijs heeft mogelijkheden om u hierbij van dienst te zijn. Meer informatie is ook te vinden op de site van “Nee heb je”.

Het kan een mooie manier zijn om in de eigen regio te werken aan goede en positieve informatie over het vmbo. Zeker wanneer dit in samenwerking met de lokale vmbo-scholen gebeurt.

Anders vrijwillig met de ouderbijdrage

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Er is met terugkerende aandacht veel te doen over de ouderbijdrage. Gaat het niet om schoolkosten in het algemeen, dan wel over gratis schoolboeken of de ‘verplichte’ aanschaf van iPads, laptops en tablets. De rekening van zaken wordt gemakkelijk over de schutting bij ouders geworpen.

Digitale leermiddelen

Er is veel te doen over de wijze waarop veel scholen ouders verplichten iPads, tablets, laptops aan te schaffen. In Twente is dit voor de VO-scholen op een rij gezet en het beeld is somber: er is 1 school die het echt netjes lijkt te doen. De praktijken op alle andere scholen waar volgens hun website met digitale leermiddelen wordt gewerkt zijn dubieus of gewoon fout (zie kaartje met de stand van zaken van begin november 2016).

Sommige scholen passen hun beleid aan naar aanleiding van de aandacht voor de verplichting. Andere scholen blijven volharden in hun (on)gelijk. Voor ouders is dit een ondoenlijke situatie: geef je je kind immers in handen van een organisatie die je willens en wetens bedonderd?

Het belang van een goede relatie

In de gesprekken met ouders blijkt steeds weer hoe belangrijk het voor ouders is om te kunnen vertrouwen op de school waar ze hun kind naar toe sturen. Dubieuze verplichtingen doen die relatie geen goed en maakt ouders kritisch. Desalniettemin blijft ook treffend dat ouders niet gemakkelijk klachten indienen. Voor klachten moet je bekennen dat het vertrouwen in de relatie niet oké is. Je kind moet nog wel naar school en moet daar geen last van hebben. De enkele ouder die dat wel aandurfde heeft dat ook geweten. Hij gaf aan gestopt te zijn, omwille van zijn kinderen. Die werden er namelijk op aangesproken. Een zeurende ouder wil je niet zijn, al heb je alle recht om je beklag te doen.

Gelijke kansen

Het is niet verboden voor scholen om te vragen om een vrijwillige bijdrage voor extra activiteiten. Het is van belang dat het voor ouders klip en klaar is dat die bijdrage vrijwillig is en dat er dus keuze is om te betalen. De deelname aan (verplichte) schoolactiviteiten mag niet afhankelijk gesteld worden van een bijdrage. Als je de bijdrage wél betaalt, speelt nog iets anders mee. Ongewild kun je als betalende ouder dan meewerken aan het benadrukken van de verschillen tussen kinderen. Ouders die niet de bijdrage betalen zetten hun kinderen namelijk buiten spel.

Het kan ook anders

Hoe zou het zijn als je als ouder aan het begin van het jaar een lijstje krijgt met activiteiten die de school van plan is te gaan ondernemen (voor het leerjaar/afdeling van je kind) met de vrijwillige bijdrage van ouders. In dat lijstje geven ze bovendien een volgorde aan: de activiteiten die ze als team het belangrijkst vinden, gaan als eerste door als er voldoende geld is en daarna wordt pas begonnen aan de volgende activiteit.

De weken daarna kunnen ouders hun vrijwillige bijdrage storten en kunnen ze op de site van de school zien hoever het staat. Het nodigt ouders die wat extra kunnen missen uit om iets extra te investeren, zonder dat ze daarmee de kansongelijkheid bevorderen.

Stelregel is namelijk dat iedereen aan de activiteiten meedoet: of je nu betaalt of niet. De financiele draagkracht van ouders hoeft zo niet door te werken in de deelname aan de extra activiteiten van een school.

De bijdrage is niet gelimiteerd: ouders mogen bijdragen naar draagkracht en vrijwilligheid. Het is toegestaan om als ouder naar de school te bellen en aan te geven dat je graag het verschil bijlegt als er na de sluiting van de bijdrage nog wat nodig is.

Bereidwilligheid kun je niet afdwingen

De regels rond de vrijwillige bijdrage zijn duidelijk. De regels rond de verplichte aanschaf van digitale leermiddelen ook. Ouders zijn graag bereid om naar draagkracht bij te dragen aan extra activiteiten op school. Activiteiten die het schoolleven boeiend maken. Als je als school van die basale bereidheid van ouders gebruik wilt maken moet je daar netjes om vragen. Afdwingen is verkeerd. Zeker als het over de ruggen van leerlingen gaat. De dreiging met uitsluiting van leerlingen is een manier om een bijdrage af te dwingen en dus ook verkeerd. Dat past niet bij de maatschappelijke opdracht die het onderwijs heeft.

Prikkelend

Verschenen op Ouders & Onderwijs (samen met Marieke Boon)

Voor het congres van de PO-Raad en VO-raad werden Mark Weghorst en Marieke Boon gevraagd om prikkelende gedachten over passend onderwijs op te schrijven. Bijgaand de drie korte columns.

Verantwoordelijkheid

Alle kinderen een passend onderwijsarrangement” en “geen kind meer tussen wal en schip”. De verwachtingen van passend onderwijs zijn met deze twee kreten helder uitgesproken, jaren geleden al. Wat is er van terecht gekomen? Zijn na het uitspreken van deze verwachtingen ook heldere afspraken gemaakt zodat het onderwijsveld daar op aangesproken kon worden? Wij wagen het te betwijfelen. Dan verliep de uitvoering van passend onderwijs vlekkeloos, zaten er nauwelijks kinderen thuis en waren alle scholen toegankelijk.

Na het uitspreken van deze verwachtingen door ministerie en politiek begon het grote Ja-maar-en. Termen als “handelingsverlegenheid”, “beïnvloedbare instroom”, “leerbaarheid” en “uitzonderingen en aparte hokjes” zorgden voor ventielen in het systeem van passend onderwijs. De sectorraden ondersteunden dat van harte met de een na de andere handreiking. Die handreikingen kun je in twee stapels rangschikken: in een “ja maar”-stapel en in een “ja-en”-stapel. Het tweede stapeltje: het stapeltje dat uit moet gaan van de mogelijkheden, van een vanzelfsprekend welkom bij scholen is nog een veel te klein stapeltje!

Hoe kan dit? Snapt dan niemand in het veld dat passend onderwijs alleen een succes kan worden als iedereen zijn verantwoordelijkheid neemt en zelf daarin voorop gaat? Dat het voor kinderen van het grootste belang is dat ze zich welkom voelen op een school. Op welke school dan ook? En dat het ontwijken van zorgplicht, het selecteren aan de poort, het doorschuiven van “probleemgevallen” slechts symptomen zijn van een lankmoedig verantwoordelijkheidsgevoel?

Het onderwijsveld heeft met elkaar een cultuur geschapen waarin het niet alleen is toegestaan dat je iets moeilijk vindt, maar ook dat je in dat geval het probleem kwijtraakt. Dat is nog eens een effectieve probleemstrategie. Als het onderwijsveld iets moeilijk vindt, moet er geld bij, gaat het probleem naar een ander en zijn er mensen die het beter weten. Zoals wij.

Terwijl het idee zo simpel is: je spreekt uit wat je van elkaar verwacht (uitspreken), daar maak je heldere afspraken over (afspreken), waarna je een basis hebt om elkaar daarop aan te spreken (aanspreken). Op elk niveau geldt dit. Of dat nu van politiek naar veld is, van sectorraden naar besturen, van besturen naar scholen, van schoolleiders naar docenten, van docenten naar ouders en van ouders naar kinderen. Je kunt elkaar pas ergens op aanspreken als je daar heldere afspraken over hebt die je maakt op basis van wederzijdse verwachtingen.

En dat is nu juist waarom overeenstemming met ouders op het handelingsdeel ontwikkelingsperspectief zo van belang is. Het document waarin je met elkaar uitspreekt en afspreekt hoe de ondersteuning eruitziet en wat ieders rol is. Daarmee kan je elkaar ook aanspreken in de loop van het traject. Dit zou meer bureaucratie en juridisering opleveren, wordt gezegd. Waarom? Omdat we met elkaar niet in staat zijn tot uitspreken – afspreken en tot slot aanspreken?

Een onderwijsveld dat zich inspant om de afspraken rond de oorspronkelijke verwachtingen te ontduiken, verdient het om daarop aangesproken te worden. Dat dat te weinig gebeurt en dan vooral door ouders die het hardst getroffen worden, is een veeg teken. Willen we het eigenlijk wel? Alle kinderen een passend onderwijsarrangement? Geen kind meer tussen wal en schip. Wie begint er met aanspreken? Spreken scholen elkaar al aan? Op selectieve instroom van kinderen? Op afstromen van leerlingen?

De maatschappelijke opdracht is simpel: zorg dat elk kind een plek in het onderwijs heeft en wijs daarbij niet naar degene die dat moet regelen, maar regel dat zelf. Want dat is verantwoordelijk gedrag.

Het samenwerkingsverband als schaamlap

Vraag ouders wat ze van het samenwerkingsverband verwachten en het gros kijkt je schaapachtig aan. Samenwerkingsverband? In het onderwijs is het mogelijk om zulke termen te geven aan de ultieme poldercultuur. Je kind is de verantwoordelijkheid van het samenwerkingsverband. Je moet bij het samenwerkingsverband zijn. Vraag het eens aan het samenwerkingsverband.

Een verband gebruik je om een etterende wond vrij van invloeden van buitenaf te houden. Misschien dat het daarom een samenwerkingsverband heet. Want wat is het eigenlijk, dat samenwerkingsverband? Het samenwerkingsverband is de entiteit waarin alle schoolbesturen in een regio vertegenwoordigd zijn en die gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor het passend onderwijsaanbod in die regio. In het samenwerkingsverband worden de afspraken gemaakt en het samenwerkingsverband spreekt ook schoolbesturen aan op hun verantwoordelijkheid.

Dat aanspreken op verantwoordelijkheden is niet zo’n sterk punt van het samenwerkingsverband. Dat samenwerkingsverband ontstond toen schoolbesturen elkaar de markt uitvochten en ineens moesten gaan samenwerken. Een gedwongen huwelijk en een sluimerende etterende wond.

Voor ouders betekent het samenwerkingsverband helemaal niets. Ze willen dat hun kind welkom is op de school die ze gekozen hebben. Ze melden hun kind ook niet aan bij een schoolbestuur, maar bij een school. Ouders melden niet aan bij het samenwerkingsverband en moeten dat ook niet gaan doen. Het beste samenwerkingsverband is dat verband dat eraf kan omdat de wond niet meer ettert. Zodat zichtbaar is wie wat doet en helder is wie de afspraken wel niet nakomt.

Kansengelijkheid

Of je nu Jayden, Floor, Charissa, Achmed, Bastiaan of Gijs-Jan heet: iedereen verdient dezelfde kansen. Onderwijs moet niet worden ingedeeld in hoger en lager: de hovenier heeft een even belangrijke maatschappelijke waarde als een tandarts. Het moet niet uitmaken dat Gijs-Jan alleen maar hovenier kan worden terwijl Jayden met gemak tandarts wordt.

Voor diegenen die de vorige zin moeten teruglezen, omdat ze het gevoel hebben dat er iets niet klopt het volgende:

U lijdt aan impliciete associaties. U vond Jayden een vanzelfsprekender hovenier en Gijs-Jan verwachtte u in een witte jas. U kent noch Jayden, noch Gijs-Jan. Toch had u deze associaties en voelde het ongemakkelijk dat nu ineens Jayden de tandarts was.

Kinderen in het onderwijs lijden onder impliciete associaties. Dat geldt voor alle kinderen. Zo kunt u zich voorstellen dat het grote aantal vrouwen voor de klas iets impliceert voor het omgaan met drukke jongens. Of gewone jongens. Die zijn nu eenmaal wat drukker, wat fysieker. De verdeling jongens en meisjes in het speciaal onderwijs laat dit ook zien: u heeft last van jongens. En u heeft de veronderstelling dat u geen last hoeft te hebben.

Voor passend onderwijs heeft dit grote consequenties. De eerste jaren is passend onderwijs gedomineerd door de ouders van kinderen die zich konden organiseren, die zich goed konden verwoorden en die de problemen met het passend onderwijs goed konden agenderen. Daar bent u met zijn allen druk mee geweest en nog steeds bent u daar het drukst mee.

Hoe zou het in uw scholen zijn met de kinderen die eigenlijk passender onderwijs nodig hebben, maar dit nu nog niet helemaal hebben, maar waarbij de ouders niet mondig, assertief en georganiseerd zijn? Zeg maar de ouders van Floor en Bastiaan? Daar hadden we u weer. De ouders van Floor en Bastiaan kent u toch doorgaans als assertief, betrokken en betrouwbaar. Charissa en Achmed: dìe hebben ouders die niet betrokken zijn.

We helpen u uit de droom: alle ouders zijn betrokken bij hun kinderen. Alle ouders willen graag dat hun kind welkom is op de school waar het zit. U bent verantwoordelijk voor het zo goed mogelijk aanpassen van het onderwijs aan de individuele behoeftes van de kinderen. Of ze nu Jayden, Floor, Charissa, Achmed, Bastiaan of Gijs-Jan heten.

Er is nog veel te doen en er zal altijd nog veel te doen zijn. Daar leveren ook wij graag een bijdrage aan.

Mark Weghorst & Marieke Boon, Ouders & Onderwijs

Ouders zijn geen professional

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Tijdens de thuiszitterstop verzorgde Ouders & Onderwijs onderstaande inleiding voor het gesprek over Ouders als partner. Ter informatie hierbij de volledige tekst. In het thuiszitterspact is overigens geregeld dat ouders vanaf het begin betrokken moeten worden in het overleg over hun kinderen. Ouders &  Onderwijs omarmt die afspraak, net als vele oudergroepen, van harte. 

Ouders aan tafel

Ik ben gevraagd om een inleiding te geven voor deze gespreksronde. Ik ben ouder, maar hier vooral als adviseur van Ouders & Onderwijs, waar ik me nauw bezighoud met de situaties rond thuiszitten. Alle situaties van thuiszitten kennen hun eigen individuele schrijnende geschiedenis. Ze zijn divers, niet eenduidig en ook oplossingen zijn nooit eenduidig. Er zijn wel parallellen te ontdekken. Maar eerst een kort voorbeeld:

Anne, moeder van Ruud, werd uitgenodigd voor een overleg door de mentor van Ruud. Ruud was al een tijdje thuis, hij voelde zich niet lekker, ging niet graag naar school. Anne gaat nietsvermoedend naar school voor het overleg. Daar wordt ze geconfronteerd met een vergadertafel waar niet alleen de mentor, maar ook de zorg coördinator, de schoolarts, de leerplichtambtenaar en een stagiaire zijn aangeschoven. Anne voelt zich geïntimideerd, maar weet zich te onthouden van toezeggingen. Die werden wel gevraagd.

In alle situaties die we bij Ouders & Onderwijs horen en meemaken gaat er iets mis in de communicatie. Het is ouders niet duidelijk, het is kinderen niet duidelijk of het is school niet duidelijk hoe dingen moeten verlopen. Partijen zijn te hard bezig elkaar te overtuigen en hoe harder ze dat proberen hoe minder dat lukt. Procedures zijn niet altijd voor iedereen even duidelijk en de informatievoorziening is niet op orde.
Preventief zou het helpen als ouders, kind en school vanaf hun komst op school regelmatig met elkaar de afspraken ijken. Dan zouden alle partijen zich vanzelfsprekender in de afspraken herkennen.

In alle situaties spelen opvattingen over de rol en positie van deelnemers aan overleg een cruciale rol. Daarbij geldt de wetmatigheid dat hoe meer er naar de ander gewezen wordt, hoe verder de oplossing weg is. Ouders vinden dat school verantwoordelijkheid moet nemen, school vindt dat ouders beter hun best moeten doen en het kind is het sluitstuk van die openstaande rekening. Maar alles begint steeds bij de manier waarop de relatie in eerste instantie tot stand is gekomen.

Deze overlegtafel gaat over “ouders als partner”. Voor mij een vanzelfsprekendheid. Daar waar het over kinderen gaat horen die kinderen, of hun vertegenwoordigers mee te kunnen praten. Die vanzelfsprekendheid is nog lang niet overal het geval. Daar gaan we het hier over hebben. Hoe krijg je die vanzelfsprekendheid bij iedereen in de genen. Daarbij nog twee overwegingen:

  1. Ik heb grote bewondering voor de inspanningen die vanaf de kant van het ministerie, de vakorganisaties, de koepels en de toezichthouders worden gedaan om het probleem van de relatie tussen ouders-school-kinderen te helpen oplossen. De echte oplossing kan volgens mij alleen op zeer lokaal niveau: tussen kind, ouder en school tot stand komen. Regels helpen de communicatie niet; goede intenties van betrokkenen wel.
  2. Ouders als partner veronderstelt iets van gelijkheid. Het is van belang voor het begrip om te benadrukken dat ouders nooit professional in het overleg zijn, hoe ervaringsdeskundig zij ook zijn. Ouders zijn 24/7 betrokken bij hun kind en dat is het belangrijkste verschil tussen professionals en ouders, wanneer ze aan één tafel zitten. Een oplossing kan dan ook alleen werken als deze gedragen kan worden door de ouder(s). De meest ideale oplossing is daarmee niet altijd de beste, maar wel de werkbaarste.

Anne was van beroep hulpverlener. Toch voelde ze zich vooral als moeder geïntimideerd. De volgende gesprekken werden voorbereid door haarzelf. Wie zit er waarom aan tafel en wat is het doel van het gesprek. Anne oogstte daarmee veel bewondering. Ze was alleen zelf meer professional dan moeder. Ze voelde zich als moeder in het overleg niet serieus genomen en ze voelde zich regelmatig schuldig naar Ruud. Ruud zat een tijd thuis en het gehannes in de communicatie versterkte zijn schoolangst. Hij is goed terecht gekomen. Hij vond een plek bij een schoolleider die hem wel graag wilde helpen, die vanaf het eerste moment werkte aan een goede overlegrelatie met de ouders van Ruud en die het ook volhield toen de regels niet meewerkten.

Als startvraag kom ik terug op wat ik zonet aangaf: hoe kun je zorgen dat het voor elke professional vanzelfsprekend wordt om ouders vanaf het eerste begin te betrekken. Hoe zorg je ervoor dat je als ouder geen professional hoeft te zijn om met onderwijsprofessionals te praten.

Down and out: over afwijzing en uitsluiting

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Onlangs op een feestje kwam ik in gesprek met een moeder van een dochter met down-syndroom. Ik had een klik met de dochter. We speelden met een schaap die kiekebèèh-de. Moeder vertelde dat ze nu al op zoek was naar een school voor haar dochter. Haar dochter zou over acht maanden pas vier jaar worden, maar vanwege het down-syndroom voorzag ze problemen bij de aanmelding op een school. Ze woonde in een grote stad met legio mogelijkheden.

Zorgplicht
Passend onderwijs zorgt ervoor dat ouders niet meer met kinderen langs scholen hoeven te leuren. Je meldt je kind aan, de zorgplicht treedt in werking en de school zet alles op alles om te zorgen voor goed passend onderwijs. Het liefst op de eigen school en in uiterste gevallen ergens in de buurt op een nog betere school. Alles in goed overleg met de ouders.

Niet welkom
Deze moeder kende, ondanks dat haar dochter haar oudste kind was, al de praktijk van passend onderwijs. Ze had een school gebeld, waarvan de schoolvisie aansprak. In het telefoongesprek werd ze twee keer doorverbonden en trof uiteindelijk een zorgcoördinator. Deze zorgcoördinator gaf aan dat, voordat duidelijk was of haar dochter de school kon bezoeken, alle onderzoeks- en medische gegevens bij elkaar gebracht moesten worden. De school kon op grond daarvan kijken wat ze konden bieden.

Medische gegevens
Medische gegevens horen niet op een school. Medische gegevens vallen onder het medisch beroepsgeheim en worden gedeeld met een arts. Op de meeste scholen is geen arts actief. Sterker nog: op bijna geen enkele school is een arts actief. Vragen om medische gegevens is dan ook uit den boze. Een verslag waar de onderwijsbehoefte uit blijkt is voldoende. Ook onderzoeksgegevens hoeven niet te worden overhandigd als niet duidelijk is dat iemand met de competentie om deze te analyseren ze in handen krijgt. Leerkrachten en intern begeleiders hebben die competentie niet.

Informatieplicht
Of zoals Arnold Jonk, hoofdinspecteur primair onderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs, het onlangs op de sociale media stelde: ouders hebben geen informatieplicht bij de aanmelding van een kind. De informatie over een kind heeft geen invloed op de zorgplicht. Informatie over een kind kan door de zorgplicht nooit de toelating bemoeilijken. In het geval van de dochter, die inmiddels met mijn veters bezig was, viel te betwijfelen of er voldoende zicht was op onderwijsbehoeftes. Ze was immers nog maar 3 jaar oud en vooral nog kind.

De tweede school slaakte een diepe zucht. Ze hadden al erg veel aanmeldingen voor de groep waarin over 8 maanden de dochter van deze moeder zou beginnen. Daar zaten ook al kinderen bij waar “wat mee was”. Maar ze moest het zelf weten, vertelden ze. De moeder gaf daarop aan nog wel even verder te kijken. Een derde school somde een uitgebreide procedure op die moest helpen om het kind op de goede plek te kunnen krijgen. Dat zou natuurlijk, in het geval van de dochter, ook een speciale school kunnen zijn. Moeder wist genoeg.

Weigeren?
Scholen mogen een aanmelding niet weigeren. Ouders zijn vrij om hun kind aan te melden op een school naar keuze. Ook als dit speciaal onderwijs is. Moeder wilde graag dat haar dochter een aantal jaren zou meedraaien op een gewone school. Haar dochter was nog maar drie jaar en werd al ver voor haar eerste schooldag door drie achtereenvolgende scholen afgewezen. Zo voelde het in ieder geval voor moeder.

Welkom!
Hoe anders was dat op de vierde school. De vierde school waarvan ze een aantal leerkrachten herkende omdat ze die had ontmoet op een cursus die zij in het belang van haar dochter volgde. Op deze school waren ze bekend met kinderen met down-syndroom, zagen ze de uitdaging, de toegevoegde waarde én ook de moeilijkheden. Maar moeder moest vooral eens komen met haar dochter. Om de school te “proeven”. Deze school deed alles aan een attitude waarin “welkom” verscholen lag. En precies dat had moeder bij de andere scholen gemist.

Afrekenen
Kennissen uit het onderwijs hadden haar verteld hoe scholen worden afgerekend op resultaten en dat het daardoor voor haar dochter wel moeilijk zou zijn om een school te vinden. Gelukkig is dat niet het geval. Als scholen een goed plan hebben en kunnen laten zien waarom ze de keuzes maken die ze maken kunnen ze zelfs echt inclusief werken. Er is geen onderwijsinspectie die hen daarin tegenhoudt. Misschien zijn het schoolbesturen, schoolleiders of leerkrachten die deze ideeën levend houden. Er zijn immers voldoende mogelijkheden voor maatwerk.

Samenleving in het klein
Het is het minste dat scholen kunnen doen als een ouder met een kind met een bijzondere onderwijsbehoefte aanklopt bij een school: welkom heten. Het is meteen ook het gemakkelijkste om te doen. Voor ieder kind moet er immers een plek in de samenleving zijn. De school is niet meer en niet minder dan een samenleving in het klein. Uitsluiting van kinderen hoort daar niet bij. Hoe moet een jongvolwassene ooit een plek in de samenleving vinden als er als kind al teveel ervaring is opgedaan met afwijzing en uitsluiting.

Inclusief
Alle kinderen en jongeren, met of zonder beperking, hebben recht op inclusief onderwijs. Dit recht is neergelegd in het VN-Verdrag voor de rechten van het kind (IVRK) en, in 2006, in het VN-Verdrag voor de rechten van personen met een handicap (IVRPH). Naar verwachting zal Nederland in 2016 het IVRPH bekrachtigen. Dit betekent dat ook de moeder van de dochter, die inmiddels al een heel eind komt met het vastmaken van mijn veters, voor haar dochter mag vragen om inclusief onderwijs.
Dat recht ligt bij het kind, bij de ouders van dat kind en niet bij de scholen of de schoolbesturen. De inrichting van de samenwerkingsverbanden passend onderwijs houdt nog maar weinig rekening met deze rechten. Een systeem met reguliere- en speciale scholen is per definitie nooit inclusief. Het is een uitsluitend systeem waarbij op basis van handicaps keuzes gemaakt worden. Begrijpelijk, gezien de nabije geschiedenis, onbegrijpelijk als je de implicaties van deze keuzes doorziet.

Hart gestolen
Hoe gaat het met de dochter verder. De dochter die het kiekebèèh-schaap erbij gepakt heeft om haar te helpen om mijn veters strikken. Ze is, drie jaar oud, nu al bezig met haar eerste afwijzingen. In het huidige systeem is het voor haar moeder zoeken naar een welkome plek. Zoals het er nu uit ziet heeft ze die plek gevonden. Dat betekent iedere dag vijftien minuten fietsen, terwijl er binnen die vijftien minuten fietsen misschien wel 12 scholen te vinden zijn die ook een welkom hadden kunnen regelen. Hulde voor de school die een gewoon warm welkom gaf aan deze dochter. Die met haar pogingen om mijn veters te strikken in ieder geval mijn hart gestolen heeft.