Categoriearchief: Internet

Onderwijsdata gebruiken

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Het artikel over de Nieuwe School van Diederik Samsom en Erik van ’t Zelfde deed de nodige stof opwaaien. Erik van ’t Zelfde is de directeur van een zeer succesvolle school, de Hugo de Groot in Rotterdam. Reden om eens te kijken bij de openbare data die voor iedere geïnteresseerde te vinden is op www.scholenopdekaart.nl. 

Deze data zijn door ouders te gebruiken om een keuze te kunnen maken tussen verschillende scholen.  Naast een schoolbezoek (liefst buiten de open dagen om als de school in “normaal” bedrijf is) en de informatie uit de schoolgids geeft dit een goede indicatie van de school.

Hugo de Groot

De Hugo de Groot heeft extreem hoge resultaten op de examens voor alle niveaus. Het is dan, als koude-grond-data-analist goed om te kijken of die resultaten de hele school doorgaan.

Het kan namelijk zijn dat de hoge examenresultaten het gevolg zijn van een scherpe voorselectie in het pre-examenjaar. Dit blijkt bijvoorbeeld uit het percentage kinderen dat niet ononderbroken de bovenbouw doorloopt. Als dat hoog is (dus als er veel kinderen blijven zitten) kunnen de examenresultaten hoog zijn: de goeden gaan immers door.

De schoolloopbaan in de onderbouw is te vinden op Scholen-op-de-kaart. Ook daar gaat het om het cijfer van ononderbroken de onderbouw doorkomen. Als veel kinderen zonder zittenblijven de onderbouw doorkomen kan dit betekenen dat de selectie aan de poort (bij aanmelding) hoog is, of dat zittenblijven verboden is: als een kind niet voldoet aan de eisen om te worden bevorderd stroomt het af naar een lager niveau.

Bij de Hugo de Groot is alles, wat de data betreft, dik in orde. Er is niet alleen een extreem hoog examenresultaat: de resultaten zijn ook hoog in de doorstroom en de loopbaan van de kinderen. Dit zou dus zomaar een echt goede school kunnen zijn. Een school waar het zelfvertrouwen dat Erik van ’t Zelfde uitstraalt, goede gevolgen heeft voor het onderwijsteam en daarmee ook voor de kinderen die zijn school bezoeken.

Adder onder het gras

Er zit bij de onderwijsdata een adder onder het gras: van geen enkele school zijn de absolute leerlinggegevens beschikbaar. Die zijn nodig om zicht te krijgen op het aantal afstromers of uitstromers. Hoeveel kinderen beginnen aan een school en hoeveel komen er aan de eindstreep? En wat gebeurt er met de kinderen die de school verlaten? Waar gaan die naar toe?

Andere cijfers van het ministerie (onderwijs in cijfers) zijn wel te vinden, maar die zijn niet goed herleidbaar tot individuele scholen.

Inzicht in data

Voor ouders biedt Scholen-op-de-kaart dus een gedeeltelijke inkijk in de resultaten van scholen. Daarbij is het voor ouders belangrijk te weten wat ze willen voor hun kinderen.

  • Wilt u een school waar uw kind de kans krijgt, ook als het niet allemaal meteen lukt, maar wel de mogelijkheid houdt om door te gaan op de ingeslagen weg? Dan zou een school met iets lagere examenresultaten en een beperkte doorstroom zomaar geschikt kunnen zijn. Daar immers doen meer leerlingen mee aan het eindexamen dan er uiteindelijk slagen. Er krijgen er dus veel de kans.
  • Wilt u een school waar de resultaten gegarandeerd zijn? Kies dan een school met goede resultaten en bedenk dat dat niets zegt over het eindniveau van uw kind. Uw kind kan onderweg gemakkelijk struikelen en één of zelfs twee niveaus lager terecht komen. Dàar heeft het dan wel een bijna gegarandeerd resultaat.

Disclaimer

Data zeggen niet alles over de kwaliteit van het onderwijs. Bij scholen gaat het naast de wijze waarop ze kinderen kansen geven en zelf risico’s nemen ook om de kwaliteit van het onderwijs. Die is voor een goede lezer te vinden op de site van de onderwijsinspectie (en via een tabblad bij Scholen-op-de-kaart). Ook hier geldt dat cijfers en data niet alles zeggen. Een school leren kennen door alleen de data over die school is, met de beperkte beschikbaarheid van data, nu nog niet mogelijk.

Schoolbezoek

Er gaat niets boven een schoolbezoek, om te kijken of uw kind past bij de cultuur op die school. Daarbij kunt u immers zelf ook letten op hele specifieke zaken. Scholen-op-de-kaart is steeds in ontwikkeling en er komt steeds meer informatie beschikbaar. Hoe meer informatie beschikbaar komt en  hoe beter ook de data in hun context te presenteren zijn hoe bruikbaarder scholen-op-de-kaart zal worden.

Geld of waarde?

20130524-225224.jpgBurgemeester en wethouders van de gemeente Hengelo hebben in hun wijsheid bedacht dat het FBK-stadion te grabbel gegooid mag worden. Het is 23 mei 2013 als duidelijk wordt dat Munsterman van FC Twente alleen geïnteresseerd is in de locatie en niet in de breedtesport (so long voor de maatschappelijke opdracht die FC Twente zichzelf toedicht) en dat de ideeën van B&W en FC Twente tezamen de dood in de pot zijn voor de atletiek in Hengelo, Twente en Nederland.

Ik las ergens dat elke stad zijn Betaald Voetbal Organisatie heeft en kennelijk wil Hengelo daar graag achteraan. Weg met de atletiek.

B&W zijn in dezen slechts geïnteresseerd in het geld. Met de cash van FC Twente is er snel geld en is er voor de verkiezingen toch maar mooi een financieel klinkend resultaat. De waarde die het FBK-stadion buiten die cash uitdrukt wordt gemakshalve aan de kant geschoven. Het zal hier niet voor het eerst zijn dat geld voor waarde gaat.

Je zou denken dat mensen in tijden van crisis inventief worden. Dat ze bij een begrotingstekort bedenken hoe de tribunes, het stadion, de accommodatie geld op kunnen leveren. Dat je daar allerlei buitenissige dingen voor kunt bedenken. Dat je zelfs kunt bedenken dat het opschalen van de huidige activiteiten geld op zou kunnen leveren. Het feit dat die oplossingen er nu nog niet liggen wil slechts zeggen dat er niet voldoende op geïnvesteerd is om ze te vinden. Ik ben in ieder geval niet benaderd en ik heb doorgaans overal wel ideeën voor!

B&W telt liever dubbeltjes en gaat in zee met grootgrondbezitter FC Twente om vervolgens navolgende bestuurders met een deal op te zadelen waar niemand meer gelukkig van wordt als blijkt dat het vijfde voetbalstadion van Overijssel er net één teveel bleek. Nee, dan heb je iets aan geld op de bank.

“Beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald”. “Vergeef het hen, zij wisten niet beter.”
Zomaar wat quotes om aan te geven dat het nog niet te laat is. Er is gelukkig nog een gemeenteraad die het tij kan keren. De gemeenteraad die de schone taak heeft om de belangen te wegen.

Die met een opdracht tot werkelijke inventiviteit de wethouder weer aan het werk kan zetten. Een wethouder die vervolgens tot aan de verkiezingen zijn best kan gaan doen om tot echte oplossingen te komen die langjarig van waarde zullen zijn voor Hengelo, Twente, Nederland. Die daarvoor dan ook een steen in de sokkel onder het beeld van de vliegende huisvrouw verdient. Maar alleen dan èn alleen daar! Onder de vliegende huisvrouw. Ken uw positie..

24 mei 2013: dochter heeft atletiektraining, maar kan eigenlijk niet op de baan. Haar baan, sinds negen jaar. De baan is die middag van bobo’s. Bobo’s die een dag eerder nog het doodvonnis van deze locatie adviseerden staan hier goede sier te maken met een bewegingsprogramma, mede mogelijk gemaakt door de gemeente Hengelo. Het kan raar lopen. Ben ik de enige die dit stuitend vind? Ben ik de enige die zich nu al afvraagt of B&W zich 8 juni aanstaande als vanouds laat fêteren bij de laatste FBK-games? En zullen zij klappen bij het slot?

Het is nog niet te laat. Wordt het geld of waarde? Bij het laatste ben ik graag uw eerste lid van de denktank.

De nieuwe tijd

20130206-130811.jpgEr komt een nieuwe tijd. En die nieuwe tijd komt er ook snel. Het wordt een tijd waarin het, om met Ricardo Semler te spreken, draait om vertrouwen, openheid en liefde. Waarbij overigens mag worden opgemerkt dat Ricardo Semler daarin zijn tijd ver vooruit is. Die nieuwe tijd is dus op veel plekken al lang begonnen.

Het wordt een tijd waarin binnen organisaties alleen nog mensen werken die van toegevoegde waarde zijn. Een tijd waarin voor iedereen die op dit moment nog werk doet waar je je de toegevoegde waarde van mag afvragen een nieuwe plek is gekomen. Omdat iedereen dan ineens ziet dat het gaat om het toevoegen van waarde aan de ander, de wereld om je heen en aan jezelf. Omdat dàt dan vanzelfsprekend wordt.

Het wordt een tijd waarin er voor iedereen een plek is. Een plek passend bij de mogelijkheden van die persoon, op dat moment, in die periode. Een plek als werknemer, als deelnemer aan de maatschappij, als scholier, als leerling. Geen uitzonderingen meer. Clusters van medewerkers die allemaal binnen hun eigen mogelijkheden werken en bijdragen aan de gezamenlijke doelen. Scholen waar uit principe niet wordt gesproken over zorgstructuren: omdat er voor iedereen per definitie een plek is en omdat dat de verantwoordelijkheid is van iedereen die participeert.

Het wordt een tijd waarin we weer voor elkaar gaan zorgen, zonder dure organisaties die dat namens ons zijn gaan doen. Een tijd waarin de dan ontstane leegstand in kantoorpanden van die dure organisaties slim wordt opgelost door voor iedereen betaalbare woningen te creeren. Woningen waarin het vooral draait om samen leven. Waar rechten ondergeschikt worden aan plichten om tot gezamenlijke oplossingen te komen. Gewoon omdat dat kan en omdat je er gemakkelijker uitkomt als je niet over rechten begint.

Het wordt een tijd waarin we voor onze eigen energie zorgen, voor onze eigen kosten staan en waarbij de kosten van alles weer in verhouding staan tot dat wat het is. Waarbij iedereen een lening kan snappen, uitleggen en begrijpen. Waarbij iedereen weet uit welke windmolen zijn energie komt en waarbij iedereen ook uit kan leggen waarom je wat moet betalen. Een tijd dus waarbij geld weer inwisselbaar wordt voor waarde en waarde niet door geld bepaald wordt. Een tijd waarbij ieder product een reële prijs heeft die voor iedereen duidelijk is. Een prijs die past bij het respect voor het product en die niet kunstmatig is ongedreven door onzichtbare “mee-eters”. Een tijd waar ruilen met gesloten beurs weer gewoonte wordt, waarbij geven het nieuwe nemen is.

Ideaal? Misschien.
Realistisch? Noodzakelijk.
Alleen: Het duurt nog even. Nog eventjes maar. Dus nog even geduld. Kan iedereen die nu niet echt van toegevoegde waarde is gaan nadenken over hoe ze straks van waarde kunnen zijn.
Hun eigen waarde…

De Cito-eindtoets

20130109-213107.jpgMaandag 7 januari besteedde Tros Radar aandacht aan de Cito-eindtoets (kijk hier). Strekking van de uitzending: de Cito-eindtoets krijgt een toenemend gewicht in het aannamebeleid van de middelbare school en is met name voor jongens van negatieve invloed (daar schreef ik ook al eerder over) op hun toekomst.

Het werd de aanleiding voor een boeiende twitterdiscussie. Er bleken eindtoetsen te circuleren op marktplaats (wat de betrouwbaarheid van de uitslagen nog twijfelachtiger maakt dan ze al zijn door de wisselende citovoorbereidingen en citotrainingen die kinderen krijgen), de zin van de toets werd openlijk in twijfel getrokken, Harold van Gaarderen voegde een voorbeeldbrief toe, waarmee ouders hun kind kunnen onttrekken aan de nu nog onverplichte Cito-eindtoets.

Zelfs Cito zelf is geen voorstander van de wijze van gebruik van de eindtoets. En toch lijken het ministerie, de politiek en vele onderwijsbesturen er gewoon gebruik van te blijven maken. Reden te meer om, voordat de tweede kamer zich in het voorjaar van 2013 gaat uitspreken over de verplichte Cito eindtoets, korte metten te maken met de invloed van Cito op het gehele curriculum (de eindtoets is slechts een slagroomtoef).

Al eerder opperde Jan Steenhuis zulke gedachten (zie de reacties onder een eerdere post) over de Cito eindtoets en voorzichtig dacht hij al aan een boek over de onzin van de eindtoets. Ik doe graag met hem mee en misschien is daar nu de tijd voor aangebroken.

Ik wil in ieder geval graag een hoofdstuk schrijven over de relatie tussen toetsen voor de leerling en toetsen voor schoolprestaties en wat er gebeurt wanneer je daar dezelfde toets voor gebruikt. Ik snap dat scholen die worden afgerekend op prestaties waar ze maar zo weinig invloed op hebben (zie de bijdrage van Jan Steenhuis op leerstijlmonitor) gaan zoeken naar zekerheden. Dat ze daardoor de poort sluiten voor leerlingen die met een beetje moeite best tot de eindstreep komen is droevig. Dat daarmee de leerling niet centraal staat, maar het voortbestaan van een school(bestuur) is in en intriest.

Dat we daarmee een generatie opleiden die zichzelf vooral zal onderscheiden in toetsbaarheid is een zo mogelijk nog groter probleem. Het wordt dan hooguit toevallig of daar volwassenen uit voort komen die de echte problemen van de toekomst kunnen oplossen. Daar lijkt namelijk iets heel anders voor nodig dan de Cito nu toetst (cito toetst niet de creativiteit, flexibiliteit, samenwerking, etc). Leerlingen die nu uitblinken in creativiteit, flexibiliteit en samenwerking en die fouten durven te maken, omdat je (alleen) daardoor leert hoe de dingen werken zullen in deze toetscultuur onder het maaiveld verdwijnen. Dàt lijkt mij eeuwig zonde.

Zalmbonbon

Ex-minister van bankiers Gerrit Zalm liet een proefballonnetje op: de Zalmbonbon. Zijn idee om de crisis te lijf te gaan? Laat iedereen die nu een spaarhypotheek heeft of anderszins zijn hypotheek niet aflost direct tot aflossing overgaan. Zo niet dan verspelen deze mensen de hypotheekrente-aftrek. Een aardig zalmbonbonnetje: glad van buiten en altijd weer verrassend als je er aan begint. Op het eerste oog.

Het zit namelijk iets genuanceerder. Dat mij dat opvalt is niet in de laatste plaats gelegen aan het feit dat Zalm, Gerrit voor intimi, het hier over mij en mijn hypotheek heeft. Ik heb namelijk zo’n hypotheek waar niet op afgelost wordt, waar ik netjes maandelijks mijn rente voor betaal, die lange tijd vaststaat, waarmee ik een vermogen opbouw om straks de hypotheek ineens mee af te lossen. Ik heb dat niet zelf bedacht. Ik ben een financieel onbenul, vergeleken bij de gladde financiële mannetjes die mij deze hypotheek adviseerden.  De financiële mannetjes die mij handig voorrekenden dat ik precies op deze manier de minste kosten, de hoogste aftrek en het gelukkigste leven zou kunnen leiden. Ik heb nog wel tegengesputterd. Dat werd weggewoven. “Zouden wij als gerenommeerde bank onze clientèle besodemieteren?”. Het was een retorische vraag waar ik pas nu, jaren later, antwoord op kan formuleren. Banken zijn inderdaad in het leven geroepen ter meerdere eer en glorie van henzelf en zeker niet als dienstverleners van hun clientèle! Maar wie ging daar van uit?

Ik heb  een normaal huis voor het normale gezin dat ik heb. Ik heb geen tophypotheek, heb financieel netjes opgepast, betaal iedere maand mijn rekeningen en geef de rest van mijn geld aan de plaatselijke middenstand zodat die draaiende blijft. Een voorbeeldig staatsburger.

Zalm zal zeggen dat mijn handtekening eronder staat en dat ik dus zelf verantwoordelijk ben. Dat klopt: ik heb bij volle verstand getekend voor een financieel product waarbij ik vertrouwen legde in het oranje-blauwe logo, de betrouwbaarheid van het pak tegenover mij en zijn rekensommen. Inmiddels weet iedereen beter: financiële producten zijn ondoorzichtig, kennen valse bodems en een onduidelijke prijsopbouw. Eenmaal getekend zit je vast aan het product, de bank en kan jouw financiële mannetje een nieuw pak kopen voor een volgende cliënt.

Nu verbaas ik mij jaarlijks weer over de kosten die verdwijnen bij mijn opbouw. Een sok heeft meer rendement. Ik weet ook niet wie er voor mijn langlopende, vaststaande hypotheek aan de slag is. En wat ze er precies mee doen. Getuige de kosten zit er tenminste eentje de hele dag mijn dubbeltjes te poetsen. Het is er dus nog zeker niet doorzichtiger op geworden.

In IJSland hebben ze het aardiger aangepakt. Voor zover ik het begrijp hebben ze daar een oplossing gezocht in de hoogte van hypotheken. Maximaal 110% van de waarde van de huizen mag de hypotheek zijn. En als dat nu hoger is (door malversaties bij de banken) dan neemt de bank dat verlies. Want zíj waren het die malverseerden. Het extra geld dat dat kost is geen probleem. zo blijkt. Het was er namelijk al nooit. Het bestond niet en nu ze daar afgesproken hebben het er niet meer over te hebben lijkt een groot gedeelte van dit fictieve probleem te zijn opgelost.

In Nederland neemt de politiek geen afstand van malverserende bankiers. Het is het voorland van politici (kijk naar de post-politieke carriere van Gerrit) en dat voorland ga je niet bezoedelen. De banken leveren niets in. Mijn oranje-blauwe bank heeft nog geen geste gedaan. Nog geen gebaar gemaakt. Ik wacht er nog steeds op. Maar ja, mijn handtekening stond erop en ik had het kunnen weten.

Ik zou graag met Gerrit op een bankje gaan zitten in het park en dan luisteren naar zijn uitleg. Ik hoop dan dat hij mij uit kan leggen waarom deze financiële crisis de schuld is van de consument. Omdat uiteindelijk de consument de kosten gaat dragen. Ik zal hem ook zeggen dat ik best wil aflossen, maar tegen dezelfde condities. En dat, wanneer dat een verlies oplevert, dat dat verlies dan voor mijn oranje-blauwe bank moet zijn.  Hij zal mij zeggen dat ik dat helemaal verkeerd zie en dat ik als Nederlands staatsburger mijn verantwoording moet nemen. Ik zal hem dan hard tussen zijn ogen raken. Met mijn vuist. Terwijl hij bijkomt en stelt dat ik hem geslagen heb zal ik mijn vinger opheffen: “Nee, Gerritje, dát zie jij verkeerd! Ik sloeg jóu niet. Jíj kwam tegen mijn vuist aan. En dat had je kunnen weten. Net zoals ik mijn oranje-blauwe bankier had kunnen kennen…’

 

Eiland

Gisteren werd ik in verband gebracht met een mysterieus nieuw twitteraccount: @RexMino. Natuurlijk keek ik bij Rex Mino en bekeek de ene tweet en de eerste informatie. Rex wil een eigen eiland, eigen regels en als ze niet meer werken nieuwe regels. Ik snapte de connectie met Rex. Ik wil ook een eiland. Ik besloot Rex te volgen en geld daarmee als een “early adapter”. Je weet nooit waar het nog goed voor kan zijn.

Ik heb Rex meteen de tekst van een lied van Andre Manuel gestuurd. Een lied dat ik vond passen bij de ambities van Rex. Ambities die ik zo herkende. Vandaag heb ik daarover doorgedacht en ik vond mijzelf in die dagdroom terug bij Rex aan een tafel in een obscuur Belgisch wegrestaurant. We bespraken de wereld, de maatschappij en krabbelden op bierviltjes onze ideeën voor het eiland.

Ideeën die net zo fantastisch als realistisch leken, op dat moment, aan dat tafeltje, op die bierviltjes. De mensen op het eiland zouden niet gericht zijn op bezit. Ze zouden gericht zijn op dienstbaarheid. Dienstbaarheid aan zichzelf en aan elkaar. Het bezit wat ze hadden was dat wat ze nodig hadden. Een gemeenschap gericht op het helpen van elkaar en ter meerdere eer en glorie van de omgeving. De natuurlijke omgeving en de mensen in die natuurlijke omgeving. Een maatschappij gericht op geluk en niet op gelijk. Op vertrouwen en niet op controle. Gericht op het verbinden van vakmanschap in plaats van het uit elkaar spelen van concurrenten.

Een plek waar vijanden vrienden werden alleen door de ideeën over elkaar te kantelen. Waar de grootste onenigheid de basis werd voor een nieuw verbond. En waar vooral iedereen zichzelf kon zijn. Een open gemeenschap die gesloten genoeg zou zijn om veiligheid te bieden aan iedereen. Een gesloten geheel waar openheid en transparantie niet eens benoemd hoefde te worden.

Er zouden nieuwe zakelijke concepten ontstaan. Onmogelijkheden werden omgedacht en zouden aan de basis staan van nieuwe succesvolle ondernemingen. Wederom niet gericht op bezit en op het vergroten van dat bezit, maar gewoon omdat het kon. En Rex en ondergetekende zouden slechts één procent van de verdiensten van de ondernemingen ontvangen. Alleen om naar een volgend eiland te kunnen reizen en daar te zoeken naar nieuwe onmogelijkheden en oude vetes die om oplossing schreeuwden. De beweging rond Rex zou groeien en groeien en meer en meer mensen zouden zich aansluiten bij zijn even verwarmende als vernieuwende ideeën.

“In september zal het beginnen”, samenzweerde Rex mij vanachter zijn glas en hij keek er nog eens diep in, “zorg dat je erbij bent” en hij schoof mij een foto toe die ik herkende van zijn site.

“Opdat je niet vergeet…”

Dagdroom of niet; ik kijk uit naar de volgende berichten van Rex. Ik zal zorgen dat ik er ben als het nodig is.

 

Treurige truttigheid

Werken in de revalidatie is een groot goed. Er wordt in het centrum waar ik werk alles gedaan om qua behandeling zo goed mogelijk bij de tijd te blijven. Er wordt, weliswaar met teruglopende budgetten en de hand steeds meer op de knip, geïnvesteerd in de deskundigheid van het personeel.

Alles lijkt er dan ook op dat ook de werkomstandigheden met de tijd zullen meegaan. Je mag verwachten dat er mogelijkheden zijn om op iedere plek binnen het centrum gemakkelijk toegang te hebben tot de digitale gegevens die nodig zijn om behandelingen uit te voeren. Dat er daarnaast ruimschoots mogelijkheden zijn om de dure behandelruimtes vrij te houden en thuis, in je eigen goedkope werkruimte, op je eigen momenten, zaken als verslaglegging en mailbeantwoording ter hand te nemen. Er zijn immers al voldoende online mogelijkheden om voor veilige opslag van de gegevens te zorgen.

In de meest ideale situatie wordt er flink geïnvesteerd in eigen serverruimte, om vermenging met andere gegevens te voorkomen.

Nu weet ik dat het openstellen van WIFI-netwerken beperkingen kent. Beperkingen die gemakkelijk zijn te ontlopen overigens: geef mensen een wachtwoord, nadat ze hun naam hebben genoteerd en getekend hebben voor een aantal fatsoensregels.

Ik weet dat het openstellen van een WIFI je nu nog medeverantwoordelijk maakt voor het verkeer op dat netwerk. Dat is hetzelfde als wanneer de eigenaar van een trottoir verantwoordelijk zou zijn voor de beroving die op dat trottoir plaatsvindt. Weinig kans bij een rechtbank schat ik in.

Het zou dus zo mooi kunnen zijn. Vandaag kwam het interne polygoon-journaal met dito stem met de actuele berichtgeving over de Moderne Tijd.

Veel gestelde ICT beleidsvragen

Naar aanleiding van een paar vragen over het ICT beleid heeft de directie verzocht het geldende beleid nog eens onder de aandacht te brengen.

Het gaat om de volgende onderwerpen:
–         toegang tot het medewerkersnetwerk
–         mogelijkheden voor thuiswerken
–         toegang tot het patiëntennetwerk
–         gebruik van eigen aangeschafte apparatuur (zoals smartphones, tablets en notebooks)

Toegang tot het medewerkersnetwerk

Toegang tot het medewerkersnetwerk kan uitsluitend worden verkregen met door de afdeling ICT verstrekte middelen of een door R### verstrekte iPhone. Deze apparatuur is zodanig geconfigureerd dat wordt voldaan aan alle noodzakelijke veiligheids- en beheerseisen. Tevens geldt dat de inzet van deze middelen en benodigde accounts vallen binnen het licentiemodel en houden de jaarlijks terugkerende licentiekosten inzichtelijk.

Thuiswerken

Voor thuiswerken is geen beleid vastgesteld waar ICT beleid aan kan worden ontleend.

Momenteel is er een experimenteel ingeregelde dienst voor een zeer beperkte groep medewerkers, die van thuis uit een VPN verbinding kunnen opzetten naar het medewerkersnetwerk. Op deze dienst zit geen beschikbaarheidgarantie en kan niet worden gebruikt voor structureel thuiswerken.

Wanneer het de bedoeling is structureel thuis werken R#### breed aan te bieden, moet (ICT-)beleid worden vastgesteld en worden geïnvesteerd in infrastructuur en ondersteuning

Toegang tot het patiëntennetwerk

De toegang tot het draadloze netwerk (WiFi) wordt geboden aan revalidanten voor internetverbinding en is uitsluitend voor deze doelgroep bedoeld. De beschikbare bandbreedte is hierop ingesteld en kan niet worden ingezet voor gebruik van eigen aangeschafte apparatuur.

Gebruik van eigen aangeschafte apparatuur

Uit veiligheidsoverwegingen en het in de hand houden van beheerskosten is de aansluiting van eigen smartphones, tablets en notebooks niet mogelijk. Dit geldt ook voor andere vormen van e-mail synchronisatie.

Samenvatting: internet is eng. De digitale snelweg zit vol gevaren en we willen graag weten wie wat waar doet.

Overigens ter informatie: bovenstaande tekst komt van het interne polygoon-journaal van het centrum waar ik werk. Ik heb vakantie, maar, hoera! Twitter werkt, ik kreeg deze tekst bij toeval onder ogen vandaag. Overigens is dat een waarschuwing die al eerder is afgegeven: iedereen die nu nog denkt dat de Moderne Tijd met dat gevaarlijke internet is tegen te houden mag terug op cursus. Ondanks mijn vakantie kon ik toch reageren.

Overigens hoorde ik ook via dat erg gevaarlijke internet dat er al de nodige actiebereidheid is onder verschillende soorten collegae tegen deze poging de zaken bij het oude te laten.

Gelukkig was ik daarvoor niet afhankelijk van onze vooruitstrevende beleidsmakers van Alles-met-een-Stekker. Ik had al internet en wist er gebruik van te maken….

Email-marketing en een fijne toepassing

Ten behoeve van een project voor Ouders & Onderwijs Twente bedacht ik het samenvoegen van (technische) principes van email-marketing aan ideële doelstellingen. Wellicht is dat al gebruik. Ik was het nog niet eerder tegengekomen.

Kern van het idee:
Principes van email-marketing (managen van grote groepen emailadressen, indelen op basis van antwoorden/kenmerken, opvolgmails, automails, etc) koppelen aan de behoefte om met grote groepen eindgebruikers van gedachten te kunnen wisselen.

In het geval van Ouders & Onderwijs Twente is daarnaast nog gekozen voor de koppeling aan een forum, waarbij ouders met elkaar van gedachten kunnen wisselen, maar waarbij ook direct vragen gesteld kunnen worden.

Vanuit de database zijn ook zeer gericht mensen te werven voor bijeenkomsten, gericht op een bepaald thema. Door het op deze manier slim aan te pakken loop je niet het risico ‘leeg te lopen’ op het bijhouden van je mailbox. Dat kan je beter laten doen.

Verdere toepassing:
Andere groepen gebruikers: bijvoorbeeld klanten van een zorg-welzijnsinstelling.Ook daarbij kan je een profiel laten aanmaken, maar dat profiel ook laten aanmaken op grond van de antwoorden.

Info bij Mark Weghorst.

Artsen maken richtlijnen sociale media

Gevonden op internet:
Artsen maken zelf hun facebookgroepen en hun sociale media-richtlijnen. Kennelijk is daar helemaal geen overhead voor nodig? Zouden dan toch de zelfstandige professionals meer kunnen dan voor mogelijk wordt gehouden?
Klik op het plaatje voor het artikel en klik ook vooral door bij de richtlijnen. Het heeft er namelijk alle schijn van dat je ze zo over kunt nemen! Dat scheelt weer een heleboel vergadertijd…