Categoriearchief: Onderwijs

Pas goed op elkaar

Ook gepubliceerd op: delen.oudersonderwijs.nl

Zo nu en dan is er zo’n krantenbericht dat onder mijn huid gaat zitten. Zoals zo’n liedje dat zich als een oorwurm nestelt en je blijft plagen. Dat je niet loslaat en waar je tot ’s nachts aan moet denken. Of waar je steeds weer op teruggrijpt in allerlei andere situaties. Omdat het bericht te veel vragen oproept en je tot twijfelen brengt.

Zo’n bericht is het bericht over M uit Almelo. Ze is 4 en ze was uren zoek, met haar roze outfit en goedgevulde schooltas. Of althans: zij was niet zozeer zoek. Ergens tussen de taxirit en het moment dat ze uren later pas gemist werd raakte ze kwijt. Zij zat gelukkig veilig en wel bij een gemeentelijke dienst nadat ze van straat was geplukt. Maar ze werd door niemand gemist. En daar begon mijn oorwurm.

Systeem

Inmiddels ben ik er wel achter, ook doordat ik bij andere situaties steeds weer aan M moest denken. Steeds weer trof ik situaties waarbij professionals vanuit allerlei kanten hun allerbeste diensten leveren, hun uiterste best doen en dat het dan toch niet werkt. Samen is een systeem bedacht dat voorziet in een oplossing voor alles. Totdat er iemand als M komt die het kloppend hart van dat systeem stillegt.

In Almelo kwamen de reacties snel los: de chauffeur trof geen blaam. Ook de school had een excuus. De ouders wisten niet beter of hun kind was veilig en wel op school.

Het is een bekende reactie van het systeem: het ligt namelijk nooit aan de mensen in dat systeem: we hadden toch afgesproken dat jij.. we hadden toch besloten om… jij zou toch… Straatje schoonvegen en naar de buren wijzen. Dat hoort bij systeemproblemen.

Andere situaties

Ook in andere situaties kom ik dit tegen. Rond thuiszitters wordt bijvoorbeeld al jaren gewerkt aan een sluitend systeem. Een systeem dat voor 90% van de kinderen moet werken. Waarna we voor die 10% een nieuw systeem gaan bedenken, wat weer voor 90% van die kinderen werkt, waarna we weer voor 10% van die kinderen een systeem wordt bedacht, wat weer voor 90%… etc.

Rond EMB-kinderen (ernstig meervoudig beperkte kinderen waar zorg en onderwijs in combinatie een rol moet spelen) komen ze maar niet uit een systeem dat precies vertelt of het zorg of onderwijs is. Het is niet zo gek dat ze dat niet kunnen vinden. Die grens is er alleen in de gekunstelde systeemwereld. Een systeem is altijd gebaseerd op een model van de werkelijkheid. Het model heeft de beperking dat het altijd een beperkte weergave van die werkelijkheid is.

Een systeem klopt totdat er iemand komt die laat zien dat het niet klopt. Zoals M, zoals veel thuiszitters, zoals veel EMB-kinderen. Er is maar één wetmatigheid aan een systeem: er komt altijd iemand die bewijst dat het niet klopt en dat moment komt altijd sneller en onverwachter dan je had gewild.

Terug naar de kern

Bij M werd het systeem rond het vervoer van huis naar school bedacht om te zorgen dat alle kinderen op de school aankomen. De chauffeur let op, de leerkracht let op, de ouders letten op. Ieder op zijn eigen stukje.

Bij thuiszitters en EMB-kinderen gaat het om een systeem om iedereen in het onderwijs te krijgen, of aan het onderwijs, of in ontwikkeling. Het zijn stapjes in de discussies over het systeem. Iedere keer als blijkt dat het niet klopt. Wat dus ook iedere keer weer blijkt.

De kern van al deze systemen is dat ze moeten helpen om goed op kinderen te passen. En het is precies daar waar de systemen falen. M. werd niet gemist, al werd ze gelukkig wel gevonden. Thuiszitters hebben geen plek en voor EMB-kinderen is het nooit lang duidelijk uit welke pot geld de kosten betaald worden.

Oplossing

Wat me in al deze situaties het meest raakt is dat de bedoelingen allemaal wel deugen. Iedereen probeert het beste te doen, het werkt alleen niet. Dat maakt de situaties tragisch. Een kind dat niet gemist wordt. Een kind dat niet naar school kan. Een aanbod dat niet betaald wordt.

Als blijkt dat je zelfbedachte systeem niet werkt moet je weer terug naar de basis. Naar de kern vanwaarom je in dit werk zat, waarom je deze dingen bedacht. De chauffeur moet weer mensen vervoeren van A naar B en zorgen dat de aantallen kloppen. De leerkracht moet weten waar alle kinderen zijn voor aan de lesdag te beginnen. Voor thuiszitters moet maatwerk bedacht worden en voor EMB-kinderen moet gewoon worden betaald.

Daarvoor moeten systemen opzij. Systemen die best aangepast mogen worden aan de nieuwe situatie. Als kinderen daar maar niet de dupe van worden. Er was ooit een intentie achter de systemen en als je teruggaat naar die intentie moet het lukken. Tot die tijd: pas goed op elkaar.

Passend onderwijs of passende kinderen en ouders?

Verschenen in Sardes special nummer 22, november 2017

Ongeveer twee derde van de vragen die binnenkomen bij Ouders & Onderwijs gaan direct of indirect over passend onderwijs. Vrijwel altijd gaan ze over de relatie, over communicatie of over het gelijk. Mark Weghorst gaat hier nader op in en concludeert: een goede relatie en een goede communicatie met ouders is voorwaarde voor het slagen van passend onderwijs.

Kinderen die extra aandacht nodig hebben zijn van alle tijden. Iedereen weet uit zijn eigen schoolcarrière de bijzondere klasgenoten te noemen, kinderen die wat extra uitleg kregen, een eigen aanpak kregen of soms ineens van het toneel verdwenen omdat ze naar een andere school gingen.

Passend onderwijs heeft daar niet veel aan veranderd. Wat wel is veranderd, is de positie van ouders. Ouders zijn mondiger, ze hebben meer toegang tot kennis over allerlei zaken, die zij ook gemakkelijker delen. Dat zien we ook terug in het onderwijs. De leerkracht kan niet meer, zoals vroeger, uitgaan van het vanzelfsprekende vertrouwen van de ouders. Ouders vragen door en informeren zichzelf. Ze halen hun informatie niet alleen bij de eigen school, maar koppelen dit ook aan ervaringsgegevens van andere ouders. Naast omgaan met de veranderende omgangsvormen en verwachtingen van ouders en hun snel toenemende kennisniveau, moeten scholen ook nog een wet (passend onderwijs) implementeren. Dat maakt het extra complex.

Het schoolsucces van kinderen hangt in grote mate af van de rol van de ouders. Betrokkenheid tussen ouders en kind is een belangrijke voorspeller van dit succes (www.expertisecen- trumtop.nl). Leraren zijn passanten in het leven en in de leefwereld van een kind. Dat is een moeilijke rol, omdat ze veel zien, deskundigheid hebben, maar niet verder kunnen reiken dan de mogelijkheden van (de leefwereld van) dat kind.

Ongeveer twee derde van de vragen die binnenkomen bij Ouders & Onderwijs (momenteel een kleine duizend per maand) gaan direct of indirect over passend onderwijs. De vragen komen vaak onversneden binnen (‘weet u een advocaat die voor mijn kind het onderwijs kan regelen?’) en hebben bijna altijd betrekking op de thema’s ‘relatie’, ‘communicatie’ en ‘het gelijk’.

Relatie

Ouders van kinderen met speciale onderwijs- behoeften weten als geen ander hoe belangrijk de relatie is. Ze weten dat een prettige (school) dag erg afhankelijk is van de manier waarop de leerkracht de zorg voor hun kind vormgeeft.

Ouders zijn zelf primair verantwoordelijk voor hun kind, maar zijn een groot deel van de dag afhankelijk van de manier waarop onderwijs- professionals daar vorm en inhoud aan geven.

In beginsel zijn ouders bereid om die verantwoordelijkheid daar neer te leggen. Ouders vertellen vaak dat ze het ‘eerst een tijd hebben aangezien’ en ‘niet meteen aan de bel hebben willen trekken’. Dat moment – aan de bel trekken – is voor ouders vaak een grote stap. Het is immers nogal wat om de relatie op de proef te stellen met degene die overdag, zonder jouw directe toezicht, de verantwoordelijkheid draagt voor je kind.

Van professionals vereist dat sensitiviteit voor dit soort momenten. Ouders stellen vragen nooit ‘zomaar’, er zit opgebouwde zorg achter en er is moed voor nodig om vragen te stellen over de manier waarop de leerkracht de dingen doet. Dit is te voorkomen als er al lang voordat er ook maar sprake is van problemen, een relatie is tussen de leerkracht en de ouder, waarin het vanzelfsprekend is om zaken te bespreken. Dan zie je dat ouders vanaf het eerste moment meepraten over problemen en meedenken over oplossingen.

Ouders van kinderen die intensieve zorg nodig hebben, zijn als geen ander gewend aan de grillen van hun kind en hebben al vaak moeten improviseren in weer een nieuwe situatie. Hun rol in de relatie zou wat dat betreft actief meedenkend moeten zijn. Professionals zoeken vaak oplossingen door andere professionals te raadplegen, maar in de relatie met ouders liggen de oplossingen vaak zomaar voor het oprapen.

Communicatie

Er bestaan grote verschillen tussen ouders. Er zijn hoogopgeleide en ongeschoolde ouders, intelligente en zwakbegaafde ouders, er zijn ouders met veel eigen (financiële) mogelijk- heden en ouders die in sterke mate afhankelijk zijn van het aanbod dat er is.

Onderwijsprofessionals moeten met al deze ouders kunnen communiceren. Ze zijn immers verantwoordelijk voor de relatie met alle ouders. Dat valt niet mee. Het betekent dat ze informatie die bij ouders terecht moet komen, vooral moeten geven vanuit het perspectief van de ouders. Soms kan dat het beste met een nieuwsbrief, soms met een gesprek, soms met een telefoontje en soms met een bezoek. Zoveel ouders, zoveel manieren om te communiceren.

Ouders & Onderwijs ziet een duidelijke lijn in de vragen van ouders. De communicatie tussen school en ouders verloopt niet altijd goed en de verantwoordelijkheid is niet altijd duidelijk. Dat is deels een kwestie van vaardigheden (hoe communiceer ik met die ouder: begrijpen we elkaar en wat kan ik doen als dat niet het geval is?) en het heeft deels te maken met de organisatie van de communicatie.

Voor situaties rond passend onderwijs is communicatie extra belangrijk, omdat het schoolsucces van kinderen niet alleen afhankelijk is van de betrokkenheid van ouders, maar ook van het onderling vertrouwen tussen ouders en school. In situaties waarin aanpassingen nodig zijn, is een goede basis voor overleg noodzakelijk (Hoogeboom, 2010).

Als de leerkracht en de ouders er niet uitkomen, wordt er vanuit het onderwijs vaak ‘opgeschaald’: van de intern begeleider naar de schoolleider, naar een schoolbestuurder, naar het samenwerkingsverband. Er zijn een aantal stappen te maken als het niet lukt. Ouders hebben maar één escalatieniveau en moeten bij iedere ‘stap hoger’ weer opnieuw beginnen met het contact, en nemen daarbij de eventueel opgebouwde frustratie uit het vorige contact (of contacten) mee. Omdat het vertrouwen in een oplossing te lijden heeft onder deze opschaling, komt de oplossing daarmee niet altijd dichterbij.

Onafhankelijke ondersteuning van ouders moet in elk samenwerkingsverband geregeld zijn, maar we zien in de praktijk dat dit niet echt van de grond komt. Het zou enorm schelen als er professionele onafhankelijke ondersteuning beschikbaar is, die ouders ondersteunt in de communicatie met school (PO-raad e.a., 2017).

Het gelijk

Ouders hebben altijd gelijk. Ik heb het ooit zo opgeschreven, en hoewel de uitleg hiervan erg genuanceerd is, komt het nog steeds hierop neer. Alle ouders hebben altijd gelijk. Dit uitgangspunt helpt erg goed om in het werken met ouders oplossingen te vinden. Als professional ken ik ook de deskundige overwegingen, de objectieve en subjectieve gegevens waarop je professionele keuzes baseert. Maar ik weet ook dat oplossingen nooit tot stand komen zonder medewerking van de sleutelfiguren in de context van een kind. Dat zijn de ouders.

Een oplossing moet dus aansluiten bij de mogelijkheden van de ouders. Soms betekent dat dat je een paar professionele stappen terug moet doen. Misschien verraadt zich daar wel de ware professional: een oplossing is immers alleen van professionele kwaliteit als deze uitvoerbaar is. En uitvoerbaar is een oplossing pas als deze wordt gedragen door de ouders.

Voor de praktijk van passend onderwijs is dit extra belangrijk. Het is in het belang van kinderen dat de oplossing wordt gedragen door alle partijen. Strijd moet worden voorkomen. En dat is het gemakkelijkst als je als professional de verantwoordelijkheid neemt voor het voorkomen van strijd. Dat lukt als je uitgaat van het standpunt dat ouders gelijk hebben. Wanneer je dan ook nog rekening houdt met het feit dat ouders nooit verder kunnen reiken dan de eerstvolgende stap, voorkom je ook oeverloze besprekingen waarin ouders overtuigd moeten worden van de goede intenties en de werkbaarheid van de professionele oplossingen.

Wanneer ouders vanaf het begin deel zijn van het proces om tot oplossingen te komen, is het risico op professionele luchtfietserij niet zo groot. De ouders zullen je met de voeten op de grond houden. Zij hebben namelijk als geen ander belang bij oplossingen die werken.

Welkom

Het gaat dus om attitude. Of het nu gaat om het leggen en onderhouden van de relatie met ouders, om de manier waarop je met ouders communiceert, of om de wijze waarop je omgaat met ouders die niet instemmen met je professionele ideeën, het gaat erom hoe je daarin als onderwijsprofessional je houding bepaalt.

Ouders die goed contact hebben met de school van hun kind, noemen één overeenkomstig kenmerk: het contact met school begon met een welkomgevoel en de school wist dat gevoel door alle stormen en moeilijkheden heen vast te houden. Ondanks de duidelijke regels over zorgplicht, zijn er nog altijd ouders die dat welkome gevoel niet hebben en dan zoeken zij echt verder. Scholen waar ouders zich welkom voelen en die bij problemen niet ‘van zich af gaan organiseren’, hebben voor veel ouders een streepje voor. En belangrijker nog: die scholen kunnen zich over het algemeen meer (kleine) missers permitteren. Zolang daar maar op een open, eerlijke, zelf-reflectieve manier over wordt gesproken.

Kortom, zorg ervoor dat alle kinderen en hun ouders zich welkom voelen, en houd dat ook in zwaar weer vol. Weet je verantwoordelijk voor de relatie met de ouders, weet met wie je communiceert en blijf daarin kritisch kijken naar je eigen rol en naar wat daarin wel en niet werkt. Zorg dat oplossingen voor ouders uitvoerbaar zijn. Zet je professionaliteit in om het bewijs voor het gelijk van ouders te leveren in plaats van het tegenovergestelde. Het gaat immers om passend onderwijs en niet om passende kinderen.

Mark Weghorst is maatschappelijk werker en thema-adviseur bij Ouders & Onderwijs. Hij houdt zich onder andere bezig met passend onderwijs en de positie van ouders daarbij.

Meer lezen

https://www.oudersonderwijs.nl/nieuws/ ouders-hebben-altijd-gelijk/

Bronnen

  • Expertisecentrum TOP Taal Ouderbetrokkenheid Participatie. www.expertisecentrumtop.nl.
  • Hoogeboom, B. (2010). Ouders en schoolsucces in het voortgezet onderwijs. Amersfoort: CPS Onderwijsontwikkeling en advies.
  • Meer, J. van der & Vriezen, M. (2017). De Staat van de Ouder. Utrecht: Ouders & Onderwijs.
  • PO-raad, VO-raad, Ingrado, Gedragswerk, Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Welzijn, NJi, VNG (2017). Doorzettingsmacht organiseren. Utrecht: Steunpunt Passend Onderwijs VO.
  • Weghorst, M. Emancipatie door facebook. Blog op www.oudersonderwijs.nl

Down and out: eindelijk een school?

Verschenen op: delen.oudersonderwijs.nl

Eerder schreef ik over de moeder met haar dochter met Down-syndroom die vooruitlopend op de schoolgang van haar kind alvast op zoek ging naar een passende school. Het werd een zoektocht waarbij ze weigerachtige scholen, ongastvrije schooldirecteuren en zorgplichtontwijkers tegenkwam. Zonder dat het te bewijzen is voelde moeder het goed: haar kind was niet welkom op die scholen.

Uiteindelijk leek ze een school te hebben gevonden die haar dochter onderwijs wilde geven. Toen ik de dochter met haar moeder deze week weer tegenkwam bleek niets minder waar. Er was weliswaar een school gevonden, maar wat een zoektocht werd dat.

 

Of haar dochter mij herkende van zolang geleden weet ik niet, maar ze maakte opnieuw gemakkelijk contact. Haar eigenwijze staartje completeerde haar open blik. Ze maakte tekeningen, kon vertellen wat erop stond (een aap en een papegaai) en ging in op verzoeken ten aanzien van de tekening. Wat een heerlijk kind!

 

Weigerscholen

De school die de dochter in eerste instantie welkom heette gebruikte het gehele voor-leerplichtige jaar voor onderzoek naar de mogelijkheden. Ik fronste mijn wenkbrauwen? Een aanmeldprocedure van een jaar? Duurt in deze regio het onderzoek naar de mogelijkheden voor passend onderwijs binnen een school een jaar? Tijdens het jaar werd de één na de andere functionaris toegevoegd aan het onderzoek, werd handtekening na handtekening gevraagd en was er na een jaar nog nauwelijks duidelijkheid. De wet schrijft voor dat een school zes weken na aanmelding een passende oplossing moet hebben en de school mag hier nog vier weken aan toevoegen.

Haar dochter had inmiddels twee klasgenoten met down gekregen op de school van keuze, maar toch voelde moeder het warme welkom van een jaar eerder langzaam wegebben. Haar twijfel zette ze om in steeds cynischer meewerken met weer een onderzoek en het ondertussen rondkijken naar alternatieven. Alternatieven waarvan ze inmiddels wist dat ze moeilijk vindbaar zouden zijn.

 

Ondertussen had haar dochter een volgende tekening gemaakt. Nog een aap en een papegaai. Ze wist het zelf uit te leggen en het verbaasde me dat er een jaar nodig was om te zien dat ook dit kind tot ontwikkeling kon komen.

Shoppen naar zorgplicht

Moeder was gaan shoppen naar een nieuwe school voor haar dochter. Het shoppen dat de wetgever met de inwerkingtreding van de wet passend onderwijs wilde voorkomen was hier gewoon nog gemeengoed. Het leek zelfs in de hand gewerkt te worden door de lankmoedige houding van school.

In een naburig dorp, weg van de grote stad met de onbegrensde mogelijkheden vond ze een school voor haar dochter. De school nam twee weken de tijd na de aanmelding om aan te geven dat ze het zagen zitten met haar dochter. Acht weken minder dan de maximale termijn, minder dan een jaar overbodig drempelverhogend onderzoek en gewoon zoals de zorgplicht bedoeld is. Het kan dus wel.

Volgende uitdaging

Dat moeder daarvoor dagelijks haar dochter vijftien kilometer moet heen-en-weer-brengen wordt een volgende uitdaging. Er zijn immers reguliere scholen genoeg in de omgeving. Een gemeente zal niet zomaar extra vervoerskosten betalen nu moeder zelf het initiatief nam. Hoe begrijpelijk die stap ook is. De school van het jaar onderzoek gaf namelijk inmiddels ook een positief besluit over de mogelijkheid tot aanmelden.

Zou deze gemeente het aandurven de rekening voor de extra vervoerskosten bij het samenwerkingsverband neer te leggen? Omdat school na school de zorgplicht ontweek, ontdook of haar eigen procedures bedacht? En gaat het samenwerkingsverband dan die scholen aanspreken op hun gedrag? En stelt het daarbij ook consequenties? En worden scholen die wel een welkom weten vorm te geven en vol te houden daar ook voor beloond? Of laten we ook deze rekening gewoon weer bij de ouders liggen?

Dochter was officieel nog niet eens leerplichtig en had inmiddels afwijzing op afwijzing gehad. Allemaal opgevangen door haar ouders die haar zorgvuldig buiten dit gebeuren proberen te houden. Het verdrag voor de rechten van personen met een handicap is inmiddels een jaar geleden geratificeerd, maar de uitwerking daarvan is nog erg ver weg. Zouden scholen zich kunnen indenken hoe het is voor ouders om hun kind steeds afgewezen te zien worden? Hoe vervelend het is om steeds weer met belemmeringen geconfronteerd te worden?

De dochter heeft de tekening meegenomen en nog maar een kleur toegevoegd. Ze drinkt uit een beker, zoekt contact met aanwezigen, kan haar beurt afwachten, kan zich verstaanbaar maken. Bij mij duurde het hele onderzoek nog geen half uurtje. Maar ja, ik ben geen school en ik zag alleen de mogelijkheden.

Lansbreker in actie

Verschenen op: delen.oudersonderwijs.nl

Eén van de lansbrekerouders belde. Ze deed mee aan een aantal sessies van de lansbrekersbeweging, ontving op de laatste bootcamp in maart 2017 haar speld en deelt de manier van kijken en doen van de lansbrekers. Ze voelt zich een lansbreker en voelt zich verbonden met de beweging die gericht is op oplossingen, op de samenwerking en die het kind centraal stelt.

Ze had een vraag.

“Een ouder vraagt of ik meega naar een moeilijk gesprek en mag ik dat doen als lansbreker?” Ze legt me kort de situatie voor. Zoals alleen zij kan: in twee minuten vertelt ze twee levens en brengt ze het hele probleem terug tot één kern: gaat er iemand tijdelijk betalen voor het leerlingvervoer nu vader als vaste vervoerder door ziekte is uitgevallen.

Er zou een overleg plaatsvinden met jeugdarts, mensen van het zorgloket van de gemeente, orthopedagogen van twee samenwerkingsverbanden, twee directeuren samenwerkingsverbanden en de leerkracht van het betreffende kind. Doel van het overleg: het kind moet naar een andere school. Het feit dat vader door ernstige ziekte tijdelijk het vervoer van zijn kind niet kan verzorgen was de aanleiding om de onderwijsondersteuning van dit kind maar op de kop te zetten. Dat was het idee.

“Natuurlijk ga ik voor een oplossing en de samenwerking. Maar het kind moet wel centraal! Het is toch helemaal geen goed moment om alles op de kop te zetten? Het kind zit daar goed! Als het kind er maar kan komen nu de vader zo ziek is.” Een mooie pragmatische aanpak. Lansbrekerachtig!

“Als het helpt om je als lansbreker te presenteren: prima! Ik hoor graag hoe het uitpakt.” Ouders mogen zich in gesprekken zoals deze altijd laten ondersteunen. In iedere gemeente is daarvoor onafhankelijke clientondersteuning beschikbaar. Dat kunnen professionals zijn, maar soms ook (ervaringsdeskundige) vrijwilligers.

Ze belde niet veel later terug.

Ze had een gaaf gesprek gehad. Ze had zich voorgesteld als ondersteunende ouder en lansbreker. Ze had zelfs haar lansbrekerspeld opgedaan. Ze had de aanwezigen eerst maar eens ter kennismaking gevraagd naar hun ervaringen met het kind van vader. Zij vond het een leuk kind die het goed deed onder de bijzondere en verdrietige omstandigheden, had ze zelf verteld. Ze had er van opgekeken dat er een aantal mensen aanzaten die het kind niet eens kenden.

Vervolgens had ze maar eens gevraagd waar het gesprek over ging: over de plek van het kind op school of over de manier waarop hij op school kon komen, zolang vader ziek was. Ook dat was een verrassende wending voor de deelnemers aan het overleg. Toen ze, net als bij mij eerder aan de telefoon, in twee minuten de situatie schetste en de oplossing -betaal voorlopig even het vervoer- erbij deed was de zaak snel beklonken.

Er werd een nieuwe afspraak gemaakt voor over een aantal maanden om het over de schoolplek te hebben van het kind. Dat kon best nog even wachten, vond ineens iedereen aan tafel.

“Heb ik het goed gedaan zo als lansbreker?”

“Heb je het kind geholpen? Hielp je naar een oplossing? Heb je de samenwerking ondersteund? Dan was je volgens mij een echte lansbreker!”

Ouders hebben altijd gelijk

Verschenen op ouderonderwijs.nl

Ouders hebben altijd gelijk! Ook als het niet zo is. Het staat geschreven op een flap-over bij Ouders & Onderwijs en staat er al een tijdje. Het is het meest simpele uitgangspunt voor het werken met ouders in situaties waar hun kinderen in de knel komen. Het roept meteen ook reacties op. Hoezo? Hebben ouders altijd gelijk? Ze kunnen er toch naast zitten?

Als kinderen in de knel komen hebben ouders er als geen ander belang bij dat er een oplossing komt. Het zijn immers hun kinderen. Als geen ander zullen ze daarom ook in staat zijn om de geboden oplossingen te kunnen beoordelen. Gaat het werken? Is dit voor mijn kind in deze situatie op dit moment de goede oplossing? Snap ik de oplossing? Kan ik de oplossing (helpen) uitvoeren?

Zone van de naaste ontwikkeling

Net als kinderen kennen ouders ook een “zone van de naaste ontwikkeling”. Dat is het gebied buiten hun comfortzone waar ze, met hulp van anderen, best wat nieuws willen proberen. Als professionals met hun oplossingen verder dan de zone van de naaste ontwikkeling reiken zullen ouders in de weerstand gaan. En terecht! Een oplossing die (nog) niet bereikbaar is voelt onveilig en schreeuwt om een afwerende en (gezins)beschermende reactie.

Professionals moeten dus aansluiten bij die “zone van de naaste ontwikkeling”. Dat betekent investeren in de relatie. Weten waar de ouder zich comfortabel bij voelt en wat de mogelijkheden zijn om dingen te veranderen in de huidige situatie. Ouders wennen, net als gewone mensen, gemakkelijk aan situaties die eigenlijk best beter zouden kunnen. We zagen het in de Staat van de Ouder aan de reactie op schooltijden: het zou wel anders mogen, het zou op een andere manier zelfs handiger zijn, maar het is ook wel best zo.

Ouders zitten, net als alle mensen, graag in hun comfortzone. Ouders van zorgintensieve kinderen kennen allemaal de ervaring met professionals die, vanuit hun deskundigheid, met betere oplossingen komen. Die professionals hebben, in hun deskundigheid, ook gelijk. Er zijn vast betere oplossingen. Het is wel de vraag of ze haalbaar zijn. In deze situatie, met dit kind, deze ouders en op dit moment in deze comfortzone. Ook die inschatting mag van professionals verwacht worden. De inschatting of ouders er aan toe zijn hun comfortzone te verlaten en te zien welke gebieden van de naaste ontwikkeling verkend kunnen worden.

De verandertheorie van de ouders is het uitgangspunt

“De verandertheorie van de ouders is het uitgangspunt”, schreef iemand onder “De ouder heeft gelijk! Ook als het niet zo is” bij Ouders & Onderwijs op de flap-over. We hebben het laten staan. Het klopt namelijk en biedt professionals een uitleg van het gelijk van ouders. De situatie van kinderen verander je alleen als je uitgaat van de verandertheorie van de ouders. Die heb je namelijk nodig bij elke oplossing. Zelfs dwangmaatregelen werken niet zonder dat het aansluit bij de verandertheorie van de ouders.

De beste oplossing is een haalbare oplossing

Sterker nog. Elke professional kan zich laten vervangen. Ouders nooit. De constante factor in het leven van een kind is de ouder. Het is goed voor professionals om dat steeds weer te beseffen. Aansluiten bij ouders zorgt voor vertrouwen in de relatie en voor meer kans op succes. Professioneel gezien levert dat misschien niet de allerbeste oplossing op, maar wel de best haalbare. En de best haalbare oplossing is misschien wel de allerbeste.

En nou is het afgelopen!

Verschenen op oudersonderwijs.nl

En nou is het afgelopen! Nou is het klaar! Ik wil niet meer merken dat scholen wegkomen met de term handelingsverlegenheid zonder zich in te spannen om handelingsbekwaam te worden. Het is een terugkerende ergernis. Ouders die bellen met de mededeling dat de school heeft aangegeven dat ze handelingsverlegen zijn en dat er nu een oplossing elders voor het kind gezocht moet worden. Terwijl handelingsverlegenheid toch vooral een probleem van de school lijkt te zijn. Wat je ook gewoon zou kunnen oplossen. Door handelingsbekwaam te worden bijvoorbeeld.

Handelingsverlegenheid is geen doorverwijzen

Te vaak gaan de termen handelingsverlegen en doorverwijzen hand in hand. Waar ouders van scholen verwachten dat ze hun kinderen helpen om van handelingsverlegen naar handelingsbekwaam te komen geldt dat kennelijk niet in het omgaan met kinderen. Ouders willen niet dat hun kinderen, mochten ze handelingsverlegen zijn, er mee ophouden. Kinderen zouden nooit leren om hun veters te strikken, te lezen, te rekenen, staartdelingen te maken, etc. Waarom staan we dat scholen dan wel toe? Dat ze ophouden op precies dat moment dat ze kunnen laten zien waarin ze deskundig zijn: namelijk iets leren dat je nog niet kunt?

Ouders doen er goed aan om in geval van de opmerking over handelingsverlegenheid te voorkomen dat het gesprek meteen over doorverwijzen gaat. Vanuit hun eigen ervaring met hun kind weten ze maar al te goed dat je soms wat extra moet zoeken naar aansluiting. Bij sommige kinderen ontbreekt een duidelijke gebruiksaanwijzing. Voor ouders is dat geen probleem: ze zoeken gerust verder, struikelen hier en daar eens, vallen om, staan weer op en boeken soms successen in het omgaan met hun kinderen. Dat heet ouderschap. Ze zullen wel moeten.

Ouders kunnen niet verzaken in hun poging om handelingsbekwaam te worden ten aanzien van hun kinderen. Ze kunnen immers niet doorverwijzen. Ze blijven ouder. Hoe dan ook. Dat zouden professionals dus ook niet moeten doen. En daarom is het nu afgelopen. Afgelopen met het automatisme van afhaken als ze echt nodig zijn. Afgelopen met handelingsverlegenheid zien als ultieme oplossing om het probleem van je af te organiseren.

Recht op bereidwilligheid

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Vandaag trof ik een moeder die ik al een tijd ken. Haar kind heeft een beperking en kent mede daardoor problemen bij het meedoen in het onderwijs. Zij wil graag dat hij meedoet met “gewone” kinderen. Er was eerst een school die wel wilde. Toen kwam er een kink in de kabel en was de bereidheid weg. Een gesprek leidde tot niets. De bereidheid was er gewoon niet. Er kwamen deskundigen van buiten de situatie die aangaven dat er best mogelijkheden waren. Dat het best geregeld kon worden, maar de school hield voet bij stuk.

Gelijke behandeling

Moeder wilde een gelijke behandeling van haar kind en stapte naar het college. Dat is een lastige keuze. Van een hogere macht krijg je een uitspraak en daar moet je het dan mee doen. Je begint eraan om gelijk te krijgen, maar stel dat je gelijk krijgt, krijg je dan ook bereidwilligheid bij de school? In dit geval ging het mis. De ouders vroegen om, vooruitlopend op het recht op inclusief onderwijs, het recht op plaatsing van hun kind in een reguliere school. Ze kregen ongelijk. Het college zag kennelijk geen mogelijkheid om het kind te beschermen voor een ongelijke behandeling.

Ze zat er helemaal doorheen. Waar ik haar ken als een enthousiaste voorvechter voor inclusief onderwijs hingen haar schouders af en had ze het zwaar. Het hele traject had haar veel gekost. Er was veel energie in gaan zitten en nu moest ze opnieuw op zoek naar een goede plek voor haar kind. Met een ander perspectief en een andere inhoud. Ze zou de stap gaan zetten en haar kind gaan aanmelden bij de enige school die uit de veelheid van scholen overbleef. Ze moest wel. Haar kind gaat naar een school waar ze de visie niet mee deelt en waar door de afspraken op bestuurlijk niveau nauwelijks variatie mogelijk lijkt.

Bereidwilligheid

Het raakte mij haar zo te zien. Ik had met haar te doen en het maakte me kwaad. Had ze dan niet naar dat college moeten gaan? Of had de school bij aanvang iets meer moeite moeten doen? Ik neig naar het laatste. Ouders stappen vaker naar een college of een rechter en soms krijgen ze ook gelijk. Dat gelijk leidt echter nooit tot bereidwilligheid en met een rechtelijke uitspraak je schoolloopbaan beginnen of vervolgen is niet direct een garantie op succes. Bereidwilligheid dwing je nu eenmaal niet af en scholen zijn, voor wat betreft hun eigen bereidwilligheid, de machtigste partij.

Verantwoordelijkheid voor de relatie

Een school zou kost wat kost moeten voorkomen dat ouders naar een rechter stappen. Zij zijn verantwoordelijk voor de relatie met de ouder. Zij zijn namelijk de professional en dus horen zij daarin het voortouw te nemen. En als een ouder naar een rechter stapt zijn ze dus in gebreke gebleven.

Ik weiger te geloven dat er sprake is van onwil bij scholen. Ik zie het niet en merk nooit dat er onwil is. Toch stapelen de voorbeelden zich op waar het er toch erg op lijkt dat er sprake is van onwil. Er zijn veel situaties waarin scholen het laten gebeuren dat ouders hun heil gaan zoeken in het krijgen van gelijk. In al die situaties lukt het scholen kennelijk niet om de relatie te onderhouden en aan te sluiten bij de ouders.

De gevolgen voor ouders zijn enorm. Ze zoeken een goede plek voor hun kind, hebben daar ideeën over en proberen dat te realiseren. Niets mis mee. Ouders hebben 24/7 de verantwoordelijkheid voor hun kinderen en lopen, zeker als het allemaal niet vanzelf gaat, enorm op hun tenen. Met alle gevolgen van dien.

Beter je best doen

Het zal geen onwil van scholen zijn, maar mag het dan tenminste iets doortastender? En mag jij, als lankmoedige, trage en trainerende professional er ook eens een nacht of wat slecht van slapen? Of een jaar of twee? En zal je het dan voor altijd anders doen? Vanuit bijvoorbeeld je maatschappelijke opdracht dat je voor ieder kind een goede plek moet bieden? Dat je die goede plek zo dicht mogelijk bij de wens van de ouders moet organiseren?

Ik weiger te gaan geloven in onwil. Het zou alleen erg helpen als scholen me wat vaker de indruk geven dat mijn geloof nog steeds oprecht is. Dan moeten ze wel iets harder hun best gaan doen.

 

Jeugdgezondheidszorg als arbodienst: fase 2

Verschenen op Ouders & Onderwijs

We berichtten eerder over de test die we met behulp van een ouder waren begonnen. Mariska had voor haar zoon de hulp van een jeugdarts ingeroepen en het vervolg kwam deze week.

Fase 2

Mariska meldde haar zeer goede ervaring met het gesprek met de jeugdarts. Deze nam ruim de tijd om alle (medische) gegevens op een rij te zetten en met Mariska samen te kijken naar een goede aanpak voor de komende periode. Zo kwam er een plan uit waar, zo stelde Mariska, zelfs dingen in zaten die ze zelf niet had bedacht.

De jeugdarts hield naast de medische omstandigheden namelijk ook rekening met de taken van haar zoon als (jonge) mantelzorger. Iets dat ze zelf in eerste instantie over het hoofd had gezien. Daarnaast kwamen er ook een aantal praktische “wat-als”-afspraken waarmee haar zoon zelf op school uit de voeten zou kunnen.

De regie voor het communiceren van de afspraken neemt Mariska graag op zich. Hoewel ze inziet dat de opzet helpend kan zijn voor de voortgang van haar zoon heeft ze met de jeugdarts ook vastgesteld dat het wel ambitieus is. Ambitieus, maar zeker ook haalbaar. Ze gaat het zien.

Andere reacties

Er kwamen veel reacties op het vorige bericht. Niet iedere ouder vond het een goed idee dat de jeugdarts zich met zaken rond schooluitval zou gaan bemoeien. De jeugdarts zou niet capabel zijn, de eigen behandelaren of huisartsen zouden het voldoende weten.

Wellicht klopt dat. Het is echter belangrijk dat de vragen weer gesteld worden aan jeugdartsen, zodat de kennis en kunde daar weer in ontwikkeling komt. Hoewel de situatie al lang zo is dat ouders op deze manier van de jeugdarts gebruik kunnen maken is het een beetje in onbruik geraakt. De jeugdarts komt in groep 7 en in de tweede klas nog een keer. Daarmee heb je het wel gehad. En er waren bij de reageerders toch ook veel ouders die niet wisten van deze mogelijkheid.

De preventieve en/of toetsende rol bij medische situaties kan echter zeer welkom zijn voor kinderen. Zoals in het geval van Mariska die er baat bij zal hebben dat er een goed, medisch onderbouwd plan ligt waarover ze gemakkelijk met school in gesprek kan. Voor de school is de extra ondersteuning welkom (ze kunnen immers niet alles zelf) en in preventieve zin kan het zittenblijven, stagnerende leerloopbanen en erger helpen voorkomen.

Mariska heeft door de rol die ze speelt inmiddels ook een ambassadeursfunctie en heeft verschillende ouders al uitgelegd over de mogelijkheden die ze zelf heeft ervaren. Op verschillende plekken in het land zijn er momenteel ouders die de hulp van de jeugdgezondheidszorg in zijn gaan roepen.

Campagne in Twente

Om de bekendheid van deze mogelijkheid extra onder de aandacht te brengen zijn we in gesprek gegaan met de GGD-Twente. Zij kennen al een praktijk waarin ze nauw samenwerken met de scholen en ze zien het als een uitdaging om hun mogelijkheden ook extra onder de aandacht te brengen bij ouders.

We hadden inmiddels een eerste overleg over de aanpak en spraken gezamenlijk de wens uit dat iedere Twentse ouder van een schoolgaand kind voor de komende kerstdagen in ieder geval gehoord moet hebben van deze mogelijkheid. De eerste stappen zijn gezet. De wil, de wens en de ambitie is er!

Jeugdgezondheidszorg als arbodienst voorschoolgaande kinderen

Verschenen op Ouders & Onderwijs

Eén van de gedenkwaardige gesprekken met ouders in de afgelopen periode leverde een prachtige testcase op. Waar we al een tijd bezig zijn met het ‘pluggen’ van de jeugdarts en de jeugdgezondheidszorg als een soort bedrijfsarts voor schoolkinderen bleek een moeder (Mariska) met precies hetzelfde idee rond te lopen. Sterker nog: voor haar jongste kind had ze net op dat moment een grote behoefte aan het meedenken en het monitoren van zijn herstelperiode door een jeugdarts.

De test

Mariska zou op eigen initiatief contact gaan leggen met de jeugdarts om te vragen om zijn opinie in de situatie van haar zoon. Haar zoon: geen stoornissen, houdt van school, ijverig, geen schoolconflicten, maar ook een medische status: langerdurend ziek en onder behandeling bij een kinderarts met een goede prognose. Regelmatig te moe om de dag rond te krijgen en een sterk wisselende belastbaarheid die ook op korte termijn nog niet weer op orde is. Een aantal goede afspraken, ondersteund door de kundige visie van een jeugdarts moet het voor haar zoon mogelijk kunnen maken om zijn school gewoon te vervolgen. Slimme keuzes in zijn rooster, iets eerder naar huis, thuiswerk aan projecten.

Fase 1

Deze week meldde Mariska de voortgang van haar test: ze belde voor een schoolvakantie en aan de telefoon werd ze hartelijk te woord gestaan. Een terugbelverzoek door een jeugdarts werd ingepland. Ze werd teruggebeld door verpleegkundige 1 die stelde dat het toch echt aan een arts was om hier in mee te denken. Een dag later volgde verpleegkundige 2 die stelde dat dit niet iets was voor de jeugdarts, maar iets tussen ouders en school.

De uitleg van Mariska dat het juist tussen school en ouders soms lastig is om over dit soort medische zaken goede afspraken te maken en dat ze graag een jeugdarts als een soort bedrijfsarts voor haar zoon zou willen zien maakte de verpleegkundige enthousiast. Ze vond het een interessante gedachte en opnieuw werd een afspraak voor de jeugdarts gepland.

Door de vakantie bleek het ingewikkeld om teruggebeld te worden door de goede persoon. Inmiddels leek de behandeling van haar zoon goed aan te slaan, al betekende dit nog niet dat het probleem daarmee al verholpen was. Inmiddels wilde school graag in gesprek over het rapport. Mariska voegde hier de zorgplicht van school maar vast als agendapunt aan toe en gaf aan dat ze de jeugdarts had gevraagd om mee te denken in een goed plan om de schoolloopbaan te volgen.

De leerkracht was verbaasd en bereidwillig, maar de intern begeleider was not amused en vroeg zich af “waarom dit nu weer nodig was”. Mariska heeft het ook haar netjes uitgelegd, maar trof vooral weerstand en tegenwerking.

Het wachten is nu nog op het contact van de jeugdarts. Wordt vervolgd…

Bedrijfsarts voor schoolgaande kinderen

Het idee is simpel:

Zorg dat kinderen die te maken hebben met schooluitval door ziekte in voorkomende gevallen terecht kunnen bij de jeugdgezondheidszorg. Daar kunnen ze geholpen worden met re-integratie, kunnen aangepaste plannen gemaakt worden en kan een medische inschatting van de situatie gemaakt worden. De inzet van de jeugdgezondheidzorg kan door school, maar ook door ouders gebeuren.

Dat kan nu al, in elke gemeente in Nederland. Overal is de jeugdgezondheidszorg te vinden en kan ook op deze manier ingezet worden. Dat is alleen nog lang niet voor iedereen bekend. Vanuit Ouders & Onderwijs gaan we hier samen met het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid breed bekendheid aan geven. Problemen met schooluitval en thuiszitten beginnen altijd met problemen in de afstemming en/of verzuim. Ook zittenblijven heeft soms zijn oorzaak in logisch en verklaarbaar verzuim.

Voor werknemers is het vanzelfsprekend dat ze een aangepaste re-integratie krijgen als ze terugkeren na ziekte. Voor schoolgaande kinderen betekent het vaak een opboksen tegen de opgelopen achterstand. Dat is vreemd. De leerkracht hoeft immers ook niet zijn gemiste lessen in te halen. De jeugdgezondheidszorg kan helpen om in deze situatie te bemiddelen voor het kind, tussen school en ouders.

Naast het volgen van deze testcase van Mariska zijn we ook bezig met een plan om in één of meerdere regio’s de mogelijkheid van de jeugdgezondheidszorg onder de aandacht van ouders en scholen te krijgen. We werken hierin samen met mensen van de jeugdgezondheidszorg.

Emancipatie door Facebook

Verschenen op oudersonderwijs.nl

Vandaag spreek ik weer een grote groep ouders van thuiszitters. In het kader van een bijeenkomst met professionals en ouders die gericht zijn op een goede samenwerking voor de kinderen waar het om gaat. Het is bijzonder om daar deel van uit te mogen maken en daar een rol in te mogen spelen. Dat realiseer ik me iedere keer weer.

Kwetsbaar

De groep ouders is namelijk erg kwetsbaar. Het zijn ouders die allemaal aangedaan zijn doordat voor hun kinderen de normaalste zaken niet vanzelfsprekend zijn. Een kind moet immers gewoon naar school kunnen, deel uit kunnen maken van een klas, een leerjaar, een groep. Voor deze ouders geldt vaak al een lange weg van teleurstellingen in het onderwijssysteem dat voor hun kinderen niet biedt wat nodig is.

Facebook

Facebook begon in 2004 met haar socialenetwerksite. Veel later (omstreeks 2011) kwamen daar de extra mogelijkheden via facebookgroepen bij. Sinds dat moment is het mogelijk om binnen een besloten omgeving met geselecteerde bezoekers kennis en ervaring uit te wisselen of zaken te bespreken zonder dat iedereen mee kan kijken.

Voor de ouders van thuiszitters is dit een zeer grote verandering geweest en soms denk ik dat het bestaan van facebook een grote invloed heeft gehad op het bespreekbaar maken van de problematiek van thuiszitters. Daar waar ouders eerder, door de intensieve taken en hun thuiszittende kind gekluisterd aan huis waren en alleen hun directe contacten konden raadplegen ontstond nu de mogelijkheid om met ouders van thuiszitters in heel het land (en daarbuiten) contact te hebben.

Relaties

In symposia, workshops en bijeenkomsten benadruk ik vaak het belang van de relatie. Een relatie waar de professionals altijd de eerste dure verantwoordelijkheid in moeten dragen. Ook ouders hebben belang bij relaties. Een goede relatie met belangrijke professionals rondom het gezin, maar ook relaties met ouders in vergelijkbare situaties.

Door de facebookgroepen en de manier waarop ouders daar nu gebruik van maken wordt dit mogelijk en merkt iedereen dat het geluid van deze groep ouders sterker, duidelijker en afgewogener wordt. Ouders uit de groep spelen daardoor een steeds belangrijker en bepalender rol in het gesprek over de oplossingen voor thuiszittersproblematiek.

Effecten

Waar ze het probleem bespreekbaar maakten, veranderde dat in het leveren van treffende voorbeelden naar de actuele situatie waarbij ze met professionals en beleidsmakers samen werken aan echte oplossingen. Dat is mogelijk geworden omdat het individuele probleem van hun eigen kind door relaties met andere ouders een collectief probleem is geworden.

Oplossingen die er nog niet zijn, die ook niet pasklaar liggen, maar waarbij de werkbaarheid volledig afhankelijk is van de samenwerking tussen deze drie groepen. Elke groep professionals en beleidsmakers heeft zijn eigen platformen en brancheorganisaties om scholing, deskundigheid en collegiale uitwisseling te organiseren. De ouders hebben facebook, met de eigen omgangsregels en de eigen zeggingskracht. Met elkaar ontstaat zo steeds meer gelijkwaardigheid.