Categoriearchief: Plan

Mars!! – een onechte recensie

marsAfgelopen weekend speelde mijn dierbare zus haar voorstelling “Mars!”. Natuurlijk was ik als broer daar bij. Als ik had gedurfd. Ik wilde graag, maar vond vermijding door gezinsafspraken, Moederdagen, andere verplichtingen, etc. Daarna voelde ik me schuldig. Alsof ik zondigde tegen mijn eigen principes.

Wat is het geval. Mars gaat over de grote verandering die mijn zus in haar leven heeft doorgemaakt. Ze gooide het roer om, liet zich daarbij bijstaan door deskundigen en zegevierde. Ze zegevierde niet zo’n beetje ook. De verandering die ze doormaakte was jaloersmakend gelukt. Daarover gaat Mars. Denk ik.

Ik heb Mars namelijk niet gezien. Ik heb haar erover gehoord, ik heb er stukken over in de krant gelezen, maar ik heb het dus nog niet gezien. Waarschijnlijk is er een bedoeling met het feit dat ik Mars nog niet gezien heb. Misschien kan ik het niet aan. Confronteert Mars me wel teveel met mijn falen in mijn eigen Grote Verandering.

Ik kwam in mijn “Mark 3.0” niet verder dan een pietluttige verslaving en wat rommelen met fitnessapparaten. Met dat eerste zal ik niet meer beginnen en met dat laatste ben ik al gestopt. Ik zocht excuses. “Er is teveel aan de hand, ik heb een bijzonder metabolisch systeem, met mijn rug…” Smoezen.

Mijn kinderen bewezen al dat er niet zoiets als erfelijke slechte eigenschappen bestaan. Zij hebben alleen maar goede eigenschappen en doen de dingen eigenlijk zoals ik ze zou moeten doen. Mijn zus, mijn generatiegenoot, drukt mij met haar voorstelling en vooral met haar Grote Verandering nog eens fijntjes op de feiten: iedereen kan veranderen. De sleutel is motivatie. Ik kan dat dus ook. Met dat gepruts in de marge van mijzelf en dat gezoek naar excuses moet het nu eindelijk maar eens afgelopen zijn.

Dat was niet wat ik wilde horen kennelijk. Dus zag ik Mars weer niet. En raad ik graag iedereen aan om Mars wel te gaan bekijken. Want Mars gaat ergens over. Ik kan het u niet precies vertellen, maar het raakte mij ergens heel erg diep en vervelend. Een goed stukje theater dus. Vraag er dus naar in uw lokale theater. Mijn zus is vast en zeker te boeken.

En ikzelf?

Morgen begin ik…

(foto: Cyril Wermers)

En nu een school

schoolIk maakte theater, schreef een boek, twee boeken zelfs en had een eigen expositie. En nu wil ik een school. Noem mij ambitieus of niet snel tevreden: die school die wil ik. Ik besef dat dat erg verwend klinkt. Als een kind dat zijn zin wil krijgen. Misschien is dat wel zo. Misschien wil ik in dit geval inderdaad mijn zin krijgen. Laat me het uitleggen.

Al jaren ben ik nauw betrokken bij onderwijs. Ik zie wat daar gebeurt, ik zie de goede bedoelingen van bijna iedereen die daar werkt en zijn best doet en ik zie hoe het systeem zoals dat is ontstaan die goede bedoelingen ten gronde richt. Een systeem dat bijna onmogelijk te veranderen lijkt. Dat daagt mij uit.

Is er een schoolstructuur te bedenken die niet alleen prettig is voor kinderen, maar ook nog eens prettig is voor mensen die er werken. Als tenslotte ook ouders er tevreden mee zijn hoeft de zaak alleen nog maar verantwoord te worden zodat mijn school een feit is.

Ik ben me bewust van een heleboel zeer goede alternatieven voor regulier hedendaags onderwijs. Ik ken de verschillende stromingen, onderwijsrichtingen en schoolvormen. Allemaal hebben ze hun eigen goede dingen. Sterker nog, in mijn school zal ik graag gebruik maken van al die goede dingen. Goede dingen die op elke school plaatsvinden.

Mijn SchoolToch moet er een andere school komen. Ik heb de school zelfs uitgewerkt in een uitgebreide mindmap. Een eerste oog is daarop te werpen. Die andere school is nodig omdat mijn school dingen biedt die nergens anders te vinden zijn

Een belangrijk uitgangspunt is het uitgaan van het individuele kind. Het individuele kind is de leidraad en het lijkt soms op de school die Ricardo Semler in Brazilie is begonnen. Ieder kind hoort plezier te hebben op school en hoort zich verantwoordelijk te maken voor het plezier van de mensen in zijn omgeving.
Mijn school kent geen klassensysteem. Kinderen zitten in verschillende groepen. Soms horizontaal gegroepeerd, rond een bepaald vak, soms verticaal gegroepeerd rond projecten en thema’s. Kinderen maken deel uit van meerdere groepen en lopen daardoor minder risico op langdurig pesten. Er is immers altijd een groep waarin je je als kind gezien, gehoord, erkend voelt.

De zaakvakken worden gegeven door enthousiastelingen. Mensen die met liefde over cijfers, taal en dergelijke kunnen praten. Denk terug aan die leraar die volledig gepassioneerd stond te vertellen over zijn vak. Dat zijn de lessen die je bijblijven.

Ieder kind zit gedurende de schoolperiode (soms denk ik aan de basisschool, maar liever zou het tot een jaar of 15, 16 mogelijk moeten zijn om mijn school te bezoeken. Een definitieve keuze voor een uitstroomprofiel kan daardoor genomen worden op het moment dat dat voor het kind zo effectief mogelijk is) in een vaste mentorgroep waarin alleen leerlingen die van school gaan vertrekken (en nieuwkomers toetreden tot de mentorgroep. Die mentorgroep is het hart van de school: de mentor kent de kinderen gedurende een lange periode. Kent de ouders, kent de bijzonderheden en doordat er verticaal gegroepeerd wordt ontstaat er een natuurlijk zorgen voor elkaar: oudere kinderen voor jongere kinderen. Het zo noodzakelijke leren van elkaar dat in het reguliere onderwijs bijna helemaal weg-ge-klassemanaged is wordt daarmee een vanzelfsprekendheid.

Kinderen worden verantwoordelijk voor hun eigen leren. Afkijken mag, zeker als je daarvan leert. Fouten maken is een must, vanuit de visie dat het weinig zin heeft om kinderen die in de wereld van morgen moeten leven te leren dat ze alleen het goede mogen doen. Juist het experiment, het zelf zoeken naar oplossingen en het daarmee stimuleren van oplossingsvaardigheden, is een belangrijke pijler onder het leren in mijn school.

Mijn school staat open: iedere deelnemer in mijn school (kind, leraar, vakleerkracht, etc) kan iedere bezoeker uitleggen wat er in de school gebeurt. Het bedrijfsleven participeert actief. Niet alleen vanuit sponsoracties, maar in een sterk participerende vorm. Het bedrijfsleven verzorgt een deel van het curriculum. Net als de ouders: ouders zorgen, met hun eigen achtergrond voor een geintegreerd onderdeel van het lesprogramma.

Er wordt verantwoord. De verantwoording binnen mijn school vindt volledig digitaal plaats. Realtime zijn vorderingen van leerlingen te zien en te volgen. Er is te zien wat ieder kind individueel doet en hoe dit past in zijn/haar profiel. En het aardige is dat het bij ieder kind past. Omdat het onderwijs niet een systeem is waarin je kinderen perst, maar omdat de kinderen leidend zijn voor het systeem. Ieder kind kan zijn eigen leerproces vormgeven.

Een volgende noviteit is flexibele openingstijden. Mijn geschiedenis op een verenigingsschool met een hoge ouderbijdrage heeft mij geleerd dat ouders bereid zijn te betalen, maar dat ze dat graag doen voor concrete zaken. Een kind dat extra uren doorbrengt op school krijgt maandelijks een rekening voor de extra uren. Uren waar overigens geen verrassing in zit. Door een uitgekiend registratiesysteem is ook voor ouders 24 uur per dag in te zien hoe de rekening eruit ziet en ouders kunnen dus altijd daar zelf ook aanpassingen in doen.

Die flexibele openingstijden geven de mogelijkheid om zaken goed af te kunnen stemmen met werk en privé  De uren zijn zo flexibel als wenselijk is voor de leerling. De zaakvakken vinden plaats binnen de uren dat ieder kind op school is.

Op  school wordt vers gelunchd. Een gepassioneerde kok begeleidt wekelijks een groep kinderen in het weekmenu. Duurzaamheid, eerlijke en verse producten en een voedzame lunch staan voorop. Ook productkennis en herkomst van ons voedsel wordt hierin meegenomen.

Tot slot kent mijn school ambitie. De ambitie om de beste school te zijn voor de meeste kinderen. Of eigenlijk voor alle kinderen. Omdat alle kinderen recht hebben op het beste onderwijs. Die ambities spelen ook een rol bij de ondersteuning van het leerproces van individuele kinderen. Of bij de ontwikkelvragen van docenten, leerkrachten, coaches. Of bij de lesinhoud van de ouderlessen. Ambitie: durf jezelf eisen te stellen. Durf het maximale te behalen.

Nu alleen nog 350 kinderen, een locatie en een inrichting…

De nieuwe tijd

20130206-130811.jpgEr komt een nieuwe tijd. En die nieuwe tijd komt er ook snel. Het wordt een tijd waarin het, om met Ricardo Semler te spreken, draait om vertrouwen, openheid en liefde. Waarbij overigens mag worden opgemerkt dat Ricardo Semler daarin zijn tijd ver vooruit is. Die nieuwe tijd is dus op veel plekken al lang begonnen.

Het wordt een tijd waarin binnen organisaties alleen nog mensen werken die van toegevoegde waarde zijn. Een tijd waarin voor iedereen die op dit moment nog werk doet waar je je de toegevoegde waarde van mag afvragen een nieuwe plek is gekomen. Omdat iedereen dan ineens ziet dat het gaat om het toevoegen van waarde aan de ander, de wereld om je heen en aan jezelf. Omdat dàt dan vanzelfsprekend wordt.

Het wordt een tijd waarin er voor iedereen een plek is. Een plek passend bij de mogelijkheden van die persoon, op dat moment, in die periode. Een plek als werknemer, als deelnemer aan de maatschappij, als scholier, als leerling. Geen uitzonderingen meer. Clusters van medewerkers die allemaal binnen hun eigen mogelijkheden werken en bijdragen aan de gezamenlijke doelen. Scholen waar uit principe niet wordt gesproken over zorgstructuren: omdat er voor iedereen per definitie een plek is en omdat dat de verantwoordelijkheid is van iedereen die participeert.

Het wordt een tijd waarin we weer voor elkaar gaan zorgen, zonder dure organisaties die dat namens ons zijn gaan doen. Een tijd waarin de dan ontstane leegstand in kantoorpanden van die dure organisaties slim wordt opgelost door voor iedereen betaalbare woningen te creeren. Woningen waarin het vooral draait om samen leven. Waar rechten ondergeschikt worden aan plichten om tot gezamenlijke oplossingen te komen. Gewoon omdat dat kan en omdat je er gemakkelijker uitkomt als je niet over rechten begint.

Het wordt een tijd waarin we voor onze eigen energie zorgen, voor onze eigen kosten staan en waarbij de kosten van alles weer in verhouding staan tot dat wat het is. Waarbij iedereen een lening kan snappen, uitleggen en begrijpen. Waarbij iedereen weet uit welke windmolen zijn energie komt en waarbij iedereen ook uit kan leggen waarom je wat moet betalen. Een tijd dus waarbij geld weer inwisselbaar wordt voor waarde en waarde niet door geld bepaald wordt. Een tijd waarbij ieder product een reële prijs heeft die voor iedereen duidelijk is. Een prijs die past bij het respect voor het product en die niet kunstmatig is ongedreven door onzichtbare “mee-eters”. Een tijd waar ruilen met gesloten beurs weer gewoonte wordt, waarbij geven het nieuwe nemen is.

Ideaal? Misschien.
Realistisch? Noodzakelijk.
Alleen: Het duurt nog even. Nog eventjes maar. Dus nog even geduld. Kan iedereen die nu niet echt van toegevoegde waarde is gaan nadenken over hoe ze straks van waarde kunnen zijn.
Hun eigen waarde…

Revalidatiebuurtzorg

Buurtzorg[1] is een concept waarmee in korte tijd het werk van wijkverpleegkundigen revolutionair is veranderd. Zij zijn afgestapt van een model waarbij gecommandeerd en gecontroleerd wordt door een manager, waarmee vervolgens communicatieproblemen ontstonden. Buurtzorg werkt met de principes van vakmanschap, onderlinge verbinding en vertrouwen[2]. Buurtzorg wordt inmiddels door iedere politieke partij omarmd als voorbeeld voor hoe het zou moeten.

Buurtzorg heeft inmiddels een afdeling Geestelijke Gezondheidszorg[3] gekregen en het wachten is op de transitie van andere sectoren. Ik wil de revalidatie wel “aanbieden”. Revalidatie is een terrein waarbij hoge zorgkosten gepaard gaan met dure accomodaties en een zwaar managementapparaat. Bovendien wordt er organisatorisch niet gemakkelijk veranderd en wordt bij veranderingen vooral de eigen comfortzone gekozen. Dat is jammer, omdat met werkelijke veranderingen de revalidatiezorg voor grote groepen beschikbaar zou kunnen blijven, waar nu de keuze gemaakt dreigt te gaan worden voor de uitsluiting van bepaalde doelgroepen.

Wat zou er dan moeten veranderen? In eerste instantie zou het vakmanschap terug moeten naar de behandelaar. Tussen het vakmanschap van een behandelaar en de revalidant zitten nu vaak registratieformulieren, planningsafdelingen en ict die het uitvoeren van het werk als vakman niet gemakkelijker maken. Vakmensen zijn te veel bezig met het verantwoorden van hun werk naar managementlagen waarvan je je het bestaansrecht kunt afvragen.

Daarmee is niet gezegd dat vakmensen zich niet hoeven te verantwoorden. De vraag is alleen naar wie en met welk doel. Vakmensen zouden zich naar de revalidant dienen te verantwoorden en moderne oplossingen bieden daar ook al voorzieningen voor. Het doel zou moeten zijn dat een revalidant weet met wie hij van doen heeft en wat de kwaliteiten van de vakman zijn.

In tweede instantie zou de vakman weer meer verbinding met zijn vak moeten maken. Dat klinkt wat ingewikkeld maar is het niet. Verbinding met het vak betekent dat hij de verantwoordelijkheid kan dragen voor een traject, voor de afspraken, voor de afronding. Daarnaast moet de vakman verbinding maken met zijn vakgenoten en andere vakmensen om samen het optimale resultaat te behalen. Onderlinge kennisdeling is daarbij het sleutelbegrip.

In de huidige organisatievormen liggen wezenlijke verantwoordelijkheden net buiten de vakman: hij mag zich niet bezig houden met de planning, is gehouden aan een zorgpad met een beperkt aantal verrichtingen en het is de vakman niet toegestaan daar van af te wijken. Ik weet dat elke manager op dit moment zal zeggen dat hij graag zelfdenkend personeel heeft en dat er alle ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid. De praktijk is echter anders.

Daarmee kom ik op het derde punt: vertrouwen. De samenleving, de zorgverzekeraar, de revalidant zal vertrouwen moeten leggen in het vakmanschap van de behandelaar. Daar waar controle-instrumenten eigenlijk altijd leiden tot een afnemend vertrouwen zal dat bij de afwezigheid van externe controle niet gelden. Moet er dan helemaal niets? Zeker wel. Bij alle drie items (vakmanschap, verbinden en vertrouwen) draait het om verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid binnen de grenzen van het mogelijke voor revalidant, behandelaar en zorgverzekeraar.

De vraag is natuurlijk hoe je dit allemaal organiseert. Ik heb daar ideeën over. Ideeën die ik niet zomaar weg geef, maar deel met hen die daar werkelijk in geïnteresseerd zijn en ze op waarde weten te schatten. En het op waarde schatten is iets anders dan een geldelijke beloning.

De ideeën gaan over de organisatie van de zorg, de wijze van afspraakplanning, de indicering, de regierol, de bewaking van de budgetten, de bewaking van de kwaliteit van behandelaars en behandelingen, de financiering, de deskundigheidsbevordering van zelfstandig professionals, etc.

Mijn aanbod van de revalidatie aan buurtzorg komt namelijk voort uit frustratie. Frustratie over het feit dat mijn betrokkenheid op de revalidatiezorg niet leidt tot een verbetering van de situatie van revalidanten. Dat afnemende budgetten, teruglopende vergoedingen niet leiden tot nieuwe keuzes, maar tot het aannemen van meer managers die gaan nadenken over wat ze met deze situatie moeten gaan doen. Die uiteindelijk ook niet kiezen maar in hun eigen staart blijven bijten.

Mijn revalidatiecentrum hoeft niet dicht. Het zou een prima plek zijn voor grote groepen mensen om te gaan werken op de manier zoals ik dat voorsta. Anders georganiseerd, anders gegroepeerd, misschien bevolkt door vooral zelfstandige professionals, maar in ieder geval anders. Slechter zal het er in ieder geval niet op worden.

Het aardige is dat ik iets aanbied dat ik niet heb. Ik bied iets aan terwijl het niet van mij is. Mocht het hele verhaal doorgaan dan zal het ook niet van mij worden. Misschien wordt de revalidatiezorg dan weer van de revalidanten. Revalidanten en hun behandelaars.

[2] De oplettende lezer heeft gemerkt dat ik met de drie C-s en de drie V-s refereer aan een artikel over het Nieuwe Werken dat de transitie van C naar V ziet als belangrijke drijfveer voor het Nieuwe Werken. Zie het artikel van de managementsite daarover:
http://www.managementsite.nl/14313/innovatie/nieuwe-werken-toekomst.html

Echt werk

Op Twitter ontstond een mooi gesprek over een locatie in Enschede. Een locatie waar nog iets moest komen. Eén van de participanten in die discussie opperde een lunchroom waar mensen met een arbeidshandicap kunnen werken. Een mooi idee. En meteen heb ik daarbij altijd een lichtlfits van de slavernij in mijn hoofd.

Wat plekken waar deze mensen werken te maken hebben met slavernij moet ik uitleggen:

“De gast komt binnen in het emplacement dat is geschonken voor een euro door de woningbouwvereniging. Hij neemt plaats op het meubilair dat is gesponsord door het lokale bedrijfsleven. De aankleding van de ruimte is verzorgd door de dames van de Rotary van de plaatselijke afdeling. Geheel vrijwillig en zelfs zonder onkostenvergoeding. De bestelling wordt door de gast op een briefje gezet. Is het briefje klaar dan wordt dit opgehaald door een medewerker. Deze medewerker betaalt voor het feit dat hij hier rondloopt. En toch haalt hij een briefje op. Hij betaalt door middel van een dagbestedingbudget of iets van dien aard. De medewerker geeft het briefje aan de balie af aan een collega. Ook hij betaalt contributie voor zijn verblijf hier. Het genoteerde kopje koffie komt uit het apparaat dat is geschonken door de horecavereniging. Tussendoor loopt een mevrouw goedkeurend te knikken. Zij wordt betaald voor dit knikken. Zij is de begeleider.”

De slavernij zit in het feit dat de medewerkers niet betaald worden, maar dat er aan alle kanten aan deze medewerkers verdiend wordt zonder dat ze hier zelf ooit echt beter van worden. Hard werken wordt niet beloond. Het feit dat ze dagelijks hier naar toe komen, werk verrichten en niet betaald krijgen is voor mij reden genoeg om aan te nemen dat ze eigenlijk slavenarbeid verrichten.

Er zit veel goeds aan deze instellingen: mensen krijgen de mogelijkheid om in het echte leven, in het publieke domein werk te verrichten waarmee zij zich kunnen ontwikkelen. De financiële prikkel om te ontwikkelen is er echter niet. Niet voor de medewerker, niet voor de instelling en niet voor de goedbedoelende clubs die dit soort horeca ondersteunen.

Kan het dan anders? Jazeker. Dat was de bedoeling van de locatie in Enschede. Een plek waar mensen met een arbeidshandicap kunnen werken zonder dat het slavernij is. Gewoon echt werk dus. Echt werk waarvoor je betaald wordt omdat je iets verricht hebt: koffie wegbrengen, gasten begeleiden naar hun tafel, broodjes gemaakt, dienstbaar zijn. Een ouderwetse arbeidsovereenkomst dus: je doet iets en je krijgt er een afgesproken bedrag voor.

Al die zaken zijn werk en in mijn ogen hoor je voor werk te betalen. Als er vraag naar is. En daar zit de kneep. Niemand vraagt om mensen met een arbeidshandicap in de horeca te laten werken. Mensen met een arbeidshandicap werken in de horeca bij de gratie van het bestaan van allerlei goedbedoelde regelingen. Het wrange hiervan is dat dat werken van deze mensen in de horeca op zal houden als de regelingen ophouden. Niemand is namelijk echt verantwoordelijk, maar afhankelijk van externe factoren.

In de lunchroom wordt gebruik gemaakt van de Unieke Verkoop Factoren van mensen met een arbeidshandicap. Wat zijn dat dan bijvoorbeeld. Deze mensen zijn, enkele uitzonderingen daargelaten, langzaam. Ze hebben moeite met een hoog werktempo, zijn soms te pietluttig vergeleken bij normale horeca. Het unieke hieraan is dat je met deze medewerkers op een prima manier kunt onthaasten. Sterker nog: met haast moet je niet bij deze mensen aanschuiven.

De lunchroom biedt vanaf de entree een groot bad aan onthaasting. We zorgen voor een inrichting, een entourage en de inzet van medewerkers zodat onthaasting niet eens meer een keuze is binnen dit restaurant. Het is een vanzelfsprekendheid. Er draait muziek die uitnodigt om even te zuchten, nog eens lekker te gaan verzitten en te genieten.

Aan onthaasting is genoeg behoefte. Denk ik. En onthaasten kunnen deze mensen met een arbeidshandicap als geen ander. Ze kunnen zelfs niet anders. Daarbij zijn ze op dat moment niet eens lui of sloom te noemen: het is gewoon hun eigen passende tempo.
En dan is het ineens Echt Werk. Werk waar behoefte aan is, waar vraag naar is.

De giften van overheden, Rotary’s en andere goedbedoelenden zullen we genereus aanvaarden. We zullen daarvan met het team avonden organiseren met thema’s die aansluiten bij de lunchroom: onthaasten. Om zo het belang van onthaasten verder te verspreiden.

 

Eiland

Gisteren werd ik in verband gebracht met een mysterieus nieuw twitteraccount: @RexMino. Natuurlijk keek ik bij Rex Mino en bekeek de ene tweet en de eerste informatie. Rex wil een eigen eiland, eigen regels en als ze niet meer werken nieuwe regels. Ik snapte de connectie met Rex. Ik wil ook een eiland. Ik besloot Rex te volgen en geld daarmee als een “early adapter”. Je weet nooit waar het nog goed voor kan zijn.

Ik heb Rex meteen de tekst van een lied van Andre Manuel gestuurd. Een lied dat ik vond passen bij de ambities van Rex. Ambities die ik zo herkende. Vandaag heb ik daarover doorgedacht en ik vond mijzelf in die dagdroom terug bij Rex aan een tafel in een obscuur Belgisch wegrestaurant. We bespraken de wereld, de maatschappij en krabbelden op bierviltjes onze ideeën voor het eiland.

Ideeën die net zo fantastisch als realistisch leken, op dat moment, aan dat tafeltje, op die bierviltjes. De mensen op het eiland zouden niet gericht zijn op bezit. Ze zouden gericht zijn op dienstbaarheid. Dienstbaarheid aan zichzelf en aan elkaar. Het bezit wat ze hadden was dat wat ze nodig hadden. Een gemeenschap gericht op het helpen van elkaar en ter meerdere eer en glorie van de omgeving. De natuurlijke omgeving en de mensen in die natuurlijke omgeving. Een maatschappij gericht op geluk en niet op gelijk. Op vertrouwen en niet op controle. Gericht op het verbinden van vakmanschap in plaats van het uit elkaar spelen van concurrenten.

Een plek waar vijanden vrienden werden alleen door de ideeën over elkaar te kantelen. Waar de grootste onenigheid de basis werd voor een nieuw verbond. En waar vooral iedereen zichzelf kon zijn. Een open gemeenschap die gesloten genoeg zou zijn om veiligheid te bieden aan iedereen. Een gesloten geheel waar openheid en transparantie niet eens benoemd hoefde te worden.

Er zouden nieuwe zakelijke concepten ontstaan. Onmogelijkheden werden omgedacht en zouden aan de basis staan van nieuwe succesvolle ondernemingen. Wederom niet gericht op bezit en op het vergroten van dat bezit, maar gewoon omdat het kon. En Rex en ondergetekende zouden slechts één procent van de verdiensten van de ondernemingen ontvangen. Alleen om naar een volgend eiland te kunnen reizen en daar te zoeken naar nieuwe onmogelijkheden en oude vetes die om oplossing schreeuwden. De beweging rond Rex zou groeien en groeien en meer en meer mensen zouden zich aansluiten bij zijn even verwarmende als vernieuwende ideeën.

“In september zal het beginnen”, samenzweerde Rex mij vanachter zijn glas en hij keek er nog eens diep in, “zorg dat je erbij bent” en hij schoof mij een foto toe die ik herkende van zijn site.

“Opdat je niet vergeet…”

Dagdroom of niet; ik kijk uit naar de volgende berichten van Rex. Ik zal zorgen dat ik er ben als het nodig is.

 

Oplossingswerk: uitgangspunten

Wanneer u mij inhuurt voor veranderingen, nieuwe ideeën, innovaties of denktankwerk is het goed te weten dat ik een paar uitgangspunten heb bij dit soort werk. Die zal ik hier uiteen zetten:

1. Simplexiteit: er is niets mooier dan een oplossing verzinnen die in de inhoud enorm complex is, maar aan de buitenkant voor iedereen begrijpelijk is. Ook het uitleggen van oplossingen kan op deze manier. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan.

2. Als je doet wat je altijd doet, krijg je wat je altijd kreeg. Of: als iets nù niet werkt zal het straks ook niet werken. Je lost een probleem niet op met dezelfde methoden als diegene die het probleem veroorzaakt hebben. De huidige situatie geeft lessen voor morgen. Er komt altijd een moment dat het morgen anders moet gaan dan vandaag. Daar moet je dus vandaag mee bezig zijn.

3. Ieder probleem heeft de oplossing in zich. Als een probleem geen oplossing in zich draagt dan is het geen probleem, maar een feit. Feiten moet je aanvaarden. Door de oplossing te zoeken in het probleem openen zich nieuwe wegen tot nieuwe oplossingen.

4. Omdenken: ik bekijk de dingen graag van een ongebruikelijke kant. In ieder geval van een kant die in aanvang de wereld op zijn kop lijkt te zetten. Net als bij punt drie levert dat nieuwe ruimte op om tot oplossingen te komen.

5. Ik zoek graag naar de olifantenpaadjes die er al liggen of die logisch lijken. Olifantenpaadjes zijn de kortste en de effectiefste wegen van A naar B. Ze hebben vaak iets in zich van verzet tegen gevestigde orde. Omdat olifantenpaadjes korter en effectiever zijn zijn ze vaak een belangrijke graadmeter voor de mogelijke oplossing.

De oplettende lezer leest veel Einstein-achtige uitgangspunten. Dat is niet voor niets. Einstein is één van de belangrijke denkers van de moderne tijd en heeft belangrijke dingen gezegd. Het misschien wel belangrijkste: imagination is more important than knowledge…

Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten help ik u het probleem op te lossen, alsof het er nooit geweest is.

Email-marketing en een fijne toepassing

Ten behoeve van een project voor Ouders & Onderwijs Twente bedacht ik het samenvoegen van (technische) principes van email-marketing aan ideële doelstellingen. Wellicht is dat al gebruik. Ik was het nog niet eerder tegengekomen.

Kern van het idee:
Principes van email-marketing (managen van grote groepen emailadressen, indelen op basis van antwoorden/kenmerken, opvolgmails, automails, etc) koppelen aan de behoefte om met grote groepen eindgebruikers van gedachten te kunnen wisselen.

In het geval van Ouders & Onderwijs Twente is daarnaast nog gekozen voor de koppeling aan een forum, waarbij ouders met elkaar van gedachten kunnen wisselen, maar waarbij ook direct vragen gesteld kunnen worden.

Vanuit de database zijn ook zeer gericht mensen te werven voor bijeenkomsten, gericht op een bepaald thema. Door het op deze manier slim aan te pakken loop je niet het risico ‘leeg te lopen’ op het bijhouden van je mailbox. Dat kan je beter laten doen.

Verdere toepassing:
Andere groepen gebruikers: bijvoorbeeld klanten van een zorg-welzijnsinstelling.Ook daarbij kan je een profiel laten aanmaken, maar dat profiel ook laten aanmaken op grond van de antwoorden.

Info bij Mark Weghorst.

Vauten-veztiefal: fan vauten mag/kan/moet je leerun

Wat is het?
Inspiratie-event voor onderwijsteams of groepen onderwijzers. Gericht op het omgaan met opbrengstgericht en handelingsgericht werken.

Doel na de dag?
In staat zijn “de vaut” als middel in het leerproces te integreren
Zelf kritisch te zijn op het eigen vauten-veztiefal
Reflecterende vragen te hebben voor leerlingen in de klas
Relativeren van opbrengstgericht werken en toepassing daarvan binnen handelingsgericht werken

Foto gevonden op Managementsite.nl 

Wat vraagt het?
Een zekere basisveiligheid in het team. In de opzet wordt de groep meegenomen in een proces. Dat vereist vooral mentale inspanning. Niet iedereen hoeft het eens te zijn met de opzet, de insteek. Weerstand mag. Enige strikte voorwaarde is dat die dag alles in de groep gebeurt, behalve bewezen (;-)) toiletbezoek. Dat commitment is noodzakelijk om te kunnen werken. Het is dan ook niet toegestaan om tijdens de sessies weg te lopen, als gevolg van bijvoorbeeld oplopende emoties.

Hoe?
Het event kent een duidelijke opbouw.
Er is een entree-activiteit, waarbij met name de veiligheid en de werkafspraken helder gemaakt worden.
In het eerste deel staan de eigen vauten centraal. In een vergelijkbare setting als de Anonieme Alcoholisten worden de eigen vauten gepresenteerd. Iedereen komt aan de beurt, niemand slaat over.
In de volgende activiteiten wordt het belang van vauten in het leerproces duidelijk. Dit doen we aan de hand van de leermeestersproeve. Iedereen benoemt zijn of haar belangrijkste leermeester en geeft aan wat het precies was dat deze leermeester tot de belangrijkste maakt.
Een intermezzo-activiteit kan zijn het Andermans-Vauten-Veztifal.
Andere intermezzi: wat is het laatste dat je geleerd hebt en waarom?

Slotactiviteit:
Wat ga je morgen, de volgende schooldag, met je leerlingen doen. Organiseer, op klasnivo:
– Je eigen Vauten-Veztifal.
– Wie de beste vaut maakt wint
– Wie leerde het meest van zijn vauten?

Algemeen?
Het event wordt in principe met twee begeleiders uitgevoerd. Een van de begeleiders is Master in Medierend Leren en zal vanuit die zienswijze zijn inbreng hebben. De andere begeleider heeft zijn wortels in de gedragstherapeutische behandelingen en is een natural inspirator. Samen hebben zij een visie op onderwijs waar leerlingen, leerkrachten, ouders en schoolbesturen blij van zullen worden. Leren is namelijk leuk, een continu proces en het proces is belangrijker dan het resultaat. Daarnaast zouden leerkrachten wat minder hard mogen werken en zouden schoolbesturen wat meer vertrouwen in de goede afloop mogen hebben. Iedereen iets minder hard aan het werk, maar vooral slimmer.
De achtergrond van dit event is beschreven in “Mark en de dingen“, het weblog van Mark Weghorst.

Kosten?
Voor de kosten van bovenstaand event kan contact opgenomen worden met
Mark Weghorst, 06 25 39 0113. De tijdsduur van het event hangt af van groepsgrootte, ruimte en wensen. Ook dat kan in een gesprek verder verduidelijkt worden.

De betrouwbare overheid – deel 2 het Vervolg

Kort geleden tweette ik de post: de betrouwbare overheid, over Jaap en de Provincie en een weg waar ik een idee over had. De reden van dit blog was om duidelijk te maken dat je alleen gebruik kunt maken van sociale media als (overheids)organisatie als je het allemaal (goed) doet en niet alleen de voorposten. Jaap stond model voor de medewerker die er nog niet zoveel mee wilde. Hij speelde die rol met verve.

De post werd op een zaterdagnacht om 0.30 uur getwitterd. Om 0.45 was het geretweet en was de eerste reactie binnen. Van de provincie nog wel! En niet van zomaar een medewerker, maar van iemand met positie!
Een messagewisseling volgde en duidelijk werd dat de provincie, bij monde van deze medewerker, niet blij was met het sociale-media-gedrag van Jaap. Jaap die bovendien gekend werd als betrokken medewerker.
Ik werd vriendelijk verzocht om mijn ideeën toch maar door te sturen. Verkeersveiligheid was nog steeds een hot item.
De afgelopen week heb ik mij daarom bezig gehouden met het beschrijven van mijn idee. Dat was een leuke klus, mede omdat ik een wat andere vorm koos dan gebruikelijk. Uiteindelijk maakte ik een film van de mindmap waar mijn idee in stond uitgewerkt.

Vandaag had ik contact met de medewerker van de provincie. Een leuk gesprek en ik kon mijn idee uitleggen. Kennelijk zat de provincie te wachten op mijn idee en dat gaf mij een goed gevoel.

Ik heb dan ook graag de film doorgestuurd en zal binnenkort een afspraak hebben met de provincie om mijn idee toe te lichten.
Ik hoop bij die gelegenheid ook Jaap de hand te schudden. Want was het niet Jaap die maakte dat ik het verhaal opschreef en had ik misschien ergens ook niet begrip voor de positie van Jaap. Jaap die misschien wel gewoon snel de boel op wilde lossen zodat het weer veilig zou worden op de provinciale wegen. Jaap die best wel met De Burger in gesprek wilde, maar alleen wat onwennig was met Mijn Aanpak. Het is hem vergeven.
 
Deel 3 volgt ASAP!