Tagarchief: bewustwording

Mars!! – een onechte recensie

marsAfgelopen weekend speelde mijn dierbare zus haar voorstelling “Mars!”. Natuurlijk was ik als broer daar bij. Als ik had gedurfd. Ik wilde graag, maar vond vermijding door gezinsafspraken, Moederdagen, andere verplichtingen, etc. Daarna voelde ik me schuldig. Alsof ik zondigde tegen mijn eigen principes.

Wat is het geval. Mars gaat over de grote verandering die mijn zus in haar leven heeft doorgemaakt. Ze gooide het roer om, liet zich daarbij bijstaan door deskundigen en zegevierde. Ze zegevierde niet zo’n beetje ook. De verandering die ze doormaakte was jaloersmakend gelukt. Daarover gaat Mars. Denk ik.

Ik heb Mars namelijk niet gezien. Ik heb haar erover gehoord, ik heb er stukken over in de krant gelezen, maar ik heb het dus nog niet gezien. Waarschijnlijk is er een bedoeling met het feit dat ik Mars nog niet gezien heb. Misschien kan ik het niet aan. Confronteert Mars me wel teveel met mijn falen in mijn eigen Grote Verandering.

Ik kwam in mijn “Mark 3.0” niet verder dan een pietluttige verslaving en wat rommelen met fitnessapparaten. Met dat eerste zal ik niet meer beginnen en met dat laatste ben ik al gestopt. Ik zocht excuses. “Er is teveel aan de hand, ik heb een bijzonder metabolisch systeem, met mijn rug…” Smoezen.

Mijn kinderen bewezen al dat er niet zoiets als erfelijke slechte eigenschappen bestaan. Zij hebben alleen maar goede eigenschappen en doen de dingen eigenlijk zoals ik ze zou moeten doen. Mijn zus, mijn generatiegenoot, drukt mij met haar voorstelling en vooral met haar Grote Verandering nog eens fijntjes op de feiten: iedereen kan veranderen. De sleutel is motivatie. Ik kan dat dus ook. Met dat gepruts in de marge van mijzelf en dat gezoek naar excuses moet het nu eindelijk maar eens afgelopen zijn.

Dat was niet wat ik wilde horen kennelijk. Dus zag ik Mars weer niet. En raad ik graag iedereen aan om Mars wel te gaan bekijken. Want Mars gaat ergens over. Ik kan het u niet precies vertellen, maar het raakte mij ergens heel erg diep en vervelend. Een goed stukje theater dus. Vraag er dus naar in uw lokale theater. Mijn zus is vast en zeker te boeken.

En ikzelf?

Morgen begin ik…

(foto: Cyril Wermers)

Vooruit denken

Ik kan vooruit denken. Het is mij gegeven om dat zelfs erg goed te kunnen. Vandaar dat ik ook zo’n moeite heb om dit stuk te schrijven, maar dat wijst zich later. Ik kan ver vooruit denken en kan voor me zien wat keuzes tot gevolg hebben.
Ik snap bijvoorbeeld waarom dingen op termijn niet zullen brengen wat men er vandaag van verwacht. Ik snap zelfs dat dat voor de mensen die de dingen van vandaag bedenken zo vervelend is dat ze later de focus graag leggen op de dingen die dan verbeterd zijn. Terwijl iedereen dan vergeten lijkt wat er ook al weer mee beoogd werd.

zwermDan lijkt “ver-vooruit-kunnen-denken” dus een prettige eigenschap. Toch is dat niet zo. De meeste mensen denken niet zo ver vooruit en kunnen mij, in mijn uitleg, al snel niet meer volgen. Ze kunnen immers niet zover vooruit denken. Dat is niet om die mensen tekort te doen. De meeste mensen halen alles uit hun mogelijkheden. Iedereen heeft alleen niet dezelfde mogelijkheden.
Zieners en vooruitkijkers hebben het niet altijd gemakkelijk. Het is, ik kan dat verzekeren, enorm moeilijk om je mond te houden over acties die je om je heen ziet gebeuren waarvan je zeker weet dat ze niet gaan werken. Als je echter een aantal keren hebt gemerkt hoe er gereageerd wordt op vooruitkijk-argumenten laat je dat wel uit het hoofd. Het nieuwe devies wordt dan “geduld-oefenen”. Dat is zo mogelijk nog moeilijker dan toezien hoe mensen fouten maken zonder dat je er iets van kunt zeggen.

Er zijn nu, in dit stuk, nog twee soorten mensen over. De ene zal zoiets  zeggen als dat ik niet zo moeilijk moet doen en gewoon moet doen wat ik denk dat goed is. De ander zal misschien herkenning vinden en is benieuwd naar het vervolg. Laat die ander vooral doorlezen. Die ene moet misschien zijn energie in andere dingen stoppen dan het lezen van dit stuk.

Twee voorbeelden:
Het eerste voorbeeld komt uit het verkeer. Bij mij in de buurt is een viaduct verwijderd, is een verkeerssituatie drastisch aangepast en heeft een groot verkeersknooppunt ruim drie jaar op de kop gestaan. Nu is het een oase van stoplichten[1], strepen, aanwijzingen en afremmende- en optrekkende auto’s. Auto’s staan namelijk in hoge mate stil op dit knooppunt.

De bedenker van dit al is tevreden. Hij beziet zijn werk en ziet dat er geen ongelukken gebeuren en heeft tot in de finesses de verkeersstromen onder controle gebracht. De meeste mensen die er rijden zullen ook stellen dat het veiliger is geworden. Men weet immers precies wat moet gebeuren en volgt dat lijdzaam.
Toch is het niet goed. Auto’s kùnnen namelijk sneller en prettiger doorstromen en zo heel nu en dan blijkt dat ook. Dat is als de stoplichten uitvallen. Dan blijkt het stoppen van iedere verkeersstroom helemaal niet nodig te zijn en kan iedereen, op elk willekeurig tijdstip van de dag vlotjes doorrijden. Men moet wel iets beter opletten, maar wie kan daar nu op tegen zijn[2].
Niemand ziet dat. Er is (te)veel geld uitgegeven aan stoplichten en strepen op de weg. Al zou het niet werken, niemand zal het toegeven. Gebruikers zullen niet zien dat het beter kan. Als ik in die momenten van geluk dat de stoplichten niet werken over dat knooppunt kom maakt mìjn hart een sprongetje van blijdschap. Bij de meeste andere mensen is er irritatie over het feit dat de stoplichten (weer) niet werken.

Tweede voorbeeld:
Er zijn in mijn werk[3] zorgpaden ingevoerd. Iedereen krijgt nu standaard maatwerk[4]. Een ongeveer gelijk programma, met een heleboel gelijkheidsbeginsels en een riant boekwerk aan voorschriften. Het lijkt wel een verkeersknooppunt.
Het eerste dat mensen die er mee werken zeggen is dat er meer grip komt op de stroom patiënten. Dat is ook zo. Ik zie dat ook. Ik kan namelijk ook stilstaande patiënten beter bekijken dan patiënten die aan het stromen zijn. Stromen omdat ze geholpen en behandeld worden en uiteindelijk klaar zijn.
De praktijk is dat het helemaal niet stroomt. Er komt geen patiënt meer in. Er is ineens een zee aan tijd in de agenda’s van behandelaars vanwege allerlei voorschriften en gelijkheidsbeginsels die werken als stoplichten. Als dit opvalt wordt er adhoc een oplossing gekozen die zo mogelijk nog belemmerender werkt. Er wordt daardoor heel veel tijd en dus geld verspild.

Al die verspilling is geen moedwil. Het is, in alles, het beste wat er momenteel te bieden is op de plek waar ik werk. Dat is een zorg op zichzelf.

Ik heb er last van dat er geld verspild wordt aan oplossingen waar van te voren over nagedacht had kunnen worden. Waar van tevoren, ver vooruit denkend, van gesteld had kunnen worden dat het geen goed idee was. Het voelt, werkend in een dergelijke situatie of verkerend op zo’n knooppunt, of ik me iedere keer door al dat weggegooide geld moet ploeteren voordat ik aan de slag kan. Dat is niet prettig, maar ik sta daar alleen in. Ik merk niet dat anderen daar veel hinder door ondervinden. Ook daarover kan je (ver vooruit denkend) weer hetzelfde verhaal ophouden[5]. Dat zal ik niet doen.

Die ander die heeft doorgelezen heeft mij nu wel begrepen. Die ene die mijn advies in de wind sloeg (don’t they all?) en toch doorlas zal nu stellen dat ik dan ook maar met oplossingen moet komen. Als ik het dan zo goed weet.
Meneertje.
Voor die ene zal ik een oplossingsrichting opschrijven. Voor die ander is dat niet nodig, maar die mag dat gerust ook meepikken.

De oplossingsrichting zit in het diepere functioneren van een zwerm. Daar is veel onderzoek naar gedaan en onlangs zag ik op televisie Charlotte Hemelrijk (what’s in a name voor een zwermonderzoeker) die bijzonder helder kon uitleggen hoe de zwerm werkt. Dat heeft mij aan het denken gezet.
Waar men aanvankelijk dacht dat zwermen (spreeuwenzwermen met name) allerlei hogere wiskundige of transcendente voorschriften kenden (denk hierbij aan het zenuwcentrum van een verkeersknooppunt of de excelbestanden van zorgpad-minnaars en hun gedeelde geloof in hun systemen) bleek bij nader onderzoek dat spreeuwen zich maar aan een paar afspraken hielden. Die afspraken waren zoooo simpel dat ik ervan in de lach schoot.
Niet botsen, een beetje meedoen en afstand houden.
Daar komt het ongeveer op neer. Als iedere individuele spreeuw dat doet krijg je de figuren die een spreeuwenzwerm maakt.
Bedenk eens wat dergelijke simpele afspraken zouden betekenen voor het verkeer op een knooppunt of het werken in de zorg. Ze zijn toepasbaar. Je moet om dat te kunnen snappen alleen wel een beetje vooruit kunnen denken. De oplossing ligt volgens mij dus in zwermdenken.

Ik weet dat die ene hier geen genoegen mee neemt. Die wil stoplichten, voorschriften, gelijkheidsbeginsels en formulieren. Die ene zal bovendien zeggen dat ik toch vooral bekend sta om mijn botsen en mijn niet meedoen. Dus hoezo zwermdenken!
Meneertje!
Voor de ander gloort hiermee misschien hoop. In dat laatste geval: graag gedaan!

Charlotte Hemelrijk op De Wereld Leert Door over spreeuwenzwermen


[1] Ja, ik weet dat stoplichten in de verkeerskunde verkeerslichten worden genoemd. In mijn ogen zijn het echter dermate grote obstakels voor een vlotte doorstroming van het verkeer dat ik ze graag stelselmatig stoplichten blijf noemen.
[2] Mensen zullen het principe van “Shared-Space” misschien herkennen. Een concept dat wat mij betreft meer navolging en uitwerking verdiend. Al zullen weinigen dat met me eens zijn.
[3] Complexe revalidatiezorg
[4] Jaha, ik ben me bewust van deze onmogelijkheid: standaard en maatwerk lijkt niet goed te passen. Toch doen ze bij mij op mijn werk een dappere, maar vruchteloze poging.
[5] “hoe kan je nu je hoofd wegdraaien, je schouders ophalen, als je zou weten dat een dergelijke wijze van geldverspilling uiteindelijk niet alleen de zorg de nek omdraait, maar ook jouw baan als zorgverlener?”

Een Handvol Vragen

Een middel dat ik vaak gebruik in mijn gesprekken, om als opdracht mee te geven, om mensen bewust te laten worden is Een Handvol Vragen. Ik zal hier kort uitleggen wat dat is:

Een hand heeft vijf vingers. Hier horen vijf vragen op. De hand is altijd bij de hand en zo kan, met de vragen op elke vinger, iemand stil staan bij hoe het op dat moment gaat. De vragen zijn eenvoudig. Het belangrijkste doel is stilstaan bij het moment en er zit geen verdere evaluatie achter. Er hoeft ook geen actie ondernomen te worden op de vragen. Ongeacht de antwoorden kan iemand, na het beantwoorden, gewoon weer doorgaan met waar ze zijn gebleven. Vaak zal het echter anders gaan: mensen worden zich bewuster, ze staan heel nadrukkelijk stil bij zichzelf en gaan in navolging daarvan toch vaak andere keuzes voor zichzelf maken.

Een Handvol Vragen helpt daarbij.

De vragen:
1. Heb ik honger?
2. Heb ik dorst?
3. Moet ik naar het toilet?
4. en 5. zijn vrij in te vullen. Je kunt specifieke zaken ten aanzien van jezelf vragen: bv. Heb ik mijn schouders opgetrokken, Ben ik rustig, Heb ik het naar mijn zin, etc. Juist deze open vragen geven ook betrokkenheid bij de opdracht en maken dat iemand de opdracht gemakkelijker uit gaan voeren in zijn dagelijkse praktijk.

Zoals gezegd: mensen hoeven niet het antwoord op te volgen. Al zou ik persoonlijk wel naar het toilet gaan als ik die vraag met ‘ja’ zou beantwoorden.

De opdracht is simpel uitvoerbaar: een hand is altijd voorradig en door de vragen te koppelen aan de hand zijn ze meteen ook paraat. Het is een goede eerste stap naar bewustwording.

Kunnen we het misschien over waarden hebben?

Het nieuwe jaar is begonnen en de eerste nieuwjaarstoespraken hebben geklonken. Ook de eerste berichten komen binnen. Voor de basisverzekering zijn bijvoorbeeld ineens een heleboel mensen niet meer chronisch ziek, waar ze dat tot oudejaarsdag wel waren. Voor deze mensen betekent dat onduidelijkheid over vergoedingen. Misschien nog wel belangrijker is dat dit betekent dat daar waar mensen een goed evenwicht hebben gevonden met bijvoorbeeld beweegzorg ze nu op zoek moeten naar iets anders. Voor mensen met chronische klachten is dat geen sinecure.

Ook de vrije tarieven van tandartsen leiden tot wilde toestanden, bleek vandaag. Daar waar een altoos lachende Rutte de vrije tarieven verkoopt als zinvol voor de consument (alsof je met je gebit naar de winkel gaat) blijkt nu dat tandartsen eindelijk hun kans schoon zien en kennelijk de kerstvakantie hebben benut om de vakantiewensen van hun gezinnen nu eens allemaal in te gaan lossen. Aan de patiënten de taak om dan maar naar Duitsland of België te reizen of de tandartscontrole tijdens de vakantie te plannen. Ik voorzie handel in het organiseren van tandartsreizen.

Bij alles gaat het steeds om geld. Alsof alles tegenwoordig in geld uit te drukken is. In ieder geval heeft het er alle schijn van dat alles tegenwoordig in geld wordt uitgedrukt. Geld ontstond ooit omdat het een toegevoegde waarde had. Als ik melk had en jij had sla dan ruilden we de helft. Dan hadden we allebei sla en melk. Geld voegde iets toe. Ik kon mijn melk ruilen voor geld, waardoor ik naast sla ook aardappels kon kopen. Ga zo maar door.

Inmiddels lijkt geld een waarde op zichzelf te zijn geworden. Geld heeft zelfs niet altijd meer een duidelijke waarde. Wie heeft er nog een beeld bij de honderden miljarden waar het in de eurocrisis momenteel over gaat. En wie denkt er niet ook wel eens aan het idee dat je die komma ook wel een paar posities op kan schuiven. En dat dan het bedrag aanzienlijk simpeler eruit zal komen te zien.

Overigens is 100 miljard ook maar een schijntje. Verdeel dat eerlijk onder de 500 miljoen inwoners en schrijf het in een paar jaar af. Dan zijn we in één keer van het hele gezeur af.

Maar waar het me om gaat is dat we met alle economiegerichtheid wegraken van waar het werkelijk om gaat. Van wat je echt belangrijk vindt. Je waarden. Dat wat, eurocrisis of geen eurocrisis, gappende tandarts of geen gappende tandarts, chronisch of niet chronisch, altijd hetzelfde blijft. Ik schat in dat dat voor de meeste mensen ook vrij universele waarden zullen zijn:

– iedereen wil graag zorgen voor een ander en dat een ander voor hem/haar zorgt.

– iedereen wil zo veel mogelijk dingen doen waar je gelukkig van wordt.

– iedereen wil ….

Het maakt niet zoveel uit wat je invult. Belangrijker is dat weinig mensen bij hun diepste en belangrijkste waarden “geld” als waarde invullen. Iedereen wil geld, maar dan toch vooral om de waarden te kunnen realiseren. Daarmee is geld weer waar het voor bedoeld is: een middel dat staat voor iets waardevols.

Als mensen bij mij in gesprek komen en het gaat om het maken van andere keuzes is dit meteen het eerste waar ik het graag over heb. Bij voorkeur als het gaat om een ander werkperspectief. Mijn vraag is dan niet hoeveel ze zouden willen verdienen, maar hoeveel ze echt nodig hebben. Meestal is dat een vraag die verwordering oproept. Mensen zijn gewend aan een inkomen. Hebben er vaak hun uitgaven wat op aangepast, maar niemand vraagt zich nog ooit af of het allemaal wel nodig is.

De verwondervraag mis ik dezer dagen. Mis ik eigenlijk al een heel jaar lang. Wat hebben we eigenlijk nodig? En wat zouden we kwijt willen? En wat is het ons waard? Zorgen we nog wel goed voor elkaar? Ik voor jou, jij voor mij, de Duitsers voor de Grieken, fysiotherapeuten voor mensen met chronische klachten, tandartsen voor gebitten?

Wat ik nodig heb en waar ik gelukkig steeds vaker medestanders in tref is het denken in waarden. Wat is belangrijk? Écht, echt belangrijk en hoe zorgen we daarin voor elkaar?  De groep is alleen nog klein. Ik hoop maar dat de groep groeit en dat we het dan eindelijk weer kunnen gaan hebben over wat echt belangrijk is.

 

 

 

 

 

 

 

 

Werkvloerguerrilla

In traditionele organisaties is iemand de baas. De meeste organisaties zijn nog traditioneel van aard. Het moeilijkste aan organiseren is iedereen die je nodig hebt mee te krijgen. Achter je doelstellingen te krijgen. Bij beginnende organisaties lijkt dat vanzelfsprekend. Je begint een organisatie, zoekt de mensen uit die achter je doelstellingen staan en de organisatie is geboren.

Niets is minder waar. In ieder samenwerkingsverband van mensen (of dat nu een organisatie, een klas, een vereniging is) heb je verschillende rollen nodig die bezet moeten worden. Er zijn volgers, klapvee, critici, narren en er is de werkvloerguerrilla.

In iedere organisatie heb je mensen die je tot de werkvloerguerrilla kunt rekenen. Zij zijn het die de regels aan de laars lappen, hun eigen weg gaan en daarmee nieuwe paden banen. Soms paden die niet begaanbaar zijn. Dat is nu eenmaal de aard van de werkvloerguerrilla.

Een gebruikelijke reactie op werkvloerguerrilla is het elimineren ervan. Zorgen dat ze niet meespreken, niet uitgenodigd worden, op ‘outplacement’ gezet worden. Het lastige is alleen dat groepen altijd hetzelfde zijn ingedeeld. De werkvloerguerrilla hoort dan ook niet bij personen, maar is een wetmatigheid aan groepen. Als je de huidige werkvloerguerrilla elimineert zal er een nieuwe opstaan. Bovendien lukt het niet om op de gebruikelijke wijze te handelen. Kern van handelen van de werkvloerguerrilla is namelijk dat het zich ontrekt aan de Gebruikelijke Wijze.

Beter is het te dealen met deze groep. Zorg dat ze een functionaliteit krijgen en zorg dat je de weerstand die je bij ze ervaart gaat beschouwen als betrokkenheid. Het behoren tot deze groep is namelijk geen pretje. Het is honderd keer gemakkelijker om te volgen, te applaudisseren op de goede momenten en blij te zijn met je kerstpakket dan altijd maar kritisch, grensopzoekend- en overschrijdend en anders dan anderen.

De werkvloerguerrilla kan je de weg wijzen naar de toekomst, kan je gids zijn door het struikgewas aan de randen van je organisatie, kan je op omissies wijzen in je reglementen. Zoals internetbedrijven hackers inhuren om de systemen veilig te krijgen zou je de werkvloerguerrilla kunnen vragen je organisatie in de gaten te houden. Waar zitten de gaten, de lekken en de mogelijkheden om af te wijken. Waarschijnlijk niemand die je dat beter kan vertellen dan de werkvloerguerrilla.