Tagarchief: commitment

Vooruit denken

Ik kan vooruit denken. Het is mij gegeven om dat zelfs erg goed te kunnen. Vandaar dat ik ook zo’n moeite heb om dit stuk te schrijven, maar dat wijst zich later. Ik kan ver vooruit denken en kan voor me zien wat keuzes tot gevolg hebben.
Ik snap bijvoorbeeld waarom dingen op termijn niet zullen brengen wat men er vandaag van verwacht. Ik snap zelfs dat dat voor de mensen die de dingen van vandaag bedenken zo vervelend is dat ze later de focus graag leggen op de dingen die dan verbeterd zijn. Terwijl iedereen dan vergeten lijkt wat er ook al weer mee beoogd werd.

zwermDan lijkt “ver-vooruit-kunnen-denken” dus een prettige eigenschap. Toch is dat niet zo. De meeste mensen denken niet zo ver vooruit en kunnen mij, in mijn uitleg, al snel niet meer volgen. Ze kunnen immers niet zover vooruit denken. Dat is niet om die mensen tekort te doen. De meeste mensen halen alles uit hun mogelijkheden. Iedereen heeft alleen niet dezelfde mogelijkheden.
Zieners en vooruitkijkers hebben het niet altijd gemakkelijk. Het is, ik kan dat verzekeren, enorm moeilijk om je mond te houden over acties die je om je heen ziet gebeuren waarvan je zeker weet dat ze niet gaan werken. Als je echter een aantal keren hebt gemerkt hoe er gereageerd wordt op vooruitkijk-argumenten laat je dat wel uit het hoofd. Het nieuwe devies wordt dan “geduld-oefenen”. Dat is zo mogelijk nog moeilijker dan toezien hoe mensen fouten maken zonder dat je er iets van kunt zeggen.

Er zijn nu, in dit stuk, nog twee soorten mensen over. De ene zal zoiets  zeggen als dat ik niet zo moeilijk moet doen en gewoon moet doen wat ik denk dat goed is. De ander zal misschien herkenning vinden en is benieuwd naar het vervolg. Laat die ander vooral doorlezen. Die ene moet misschien zijn energie in andere dingen stoppen dan het lezen van dit stuk.

Twee voorbeelden:
Het eerste voorbeeld komt uit het verkeer. Bij mij in de buurt is een viaduct verwijderd, is een verkeerssituatie drastisch aangepast en heeft een groot verkeersknooppunt ruim drie jaar op de kop gestaan. Nu is het een oase van stoplichten[1], strepen, aanwijzingen en afremmende- en optrekkende auto’s. Auto’s staan namelijk in hoge mate stil op dit knooppunt.

De bedenker van dit al is tevreden. Hij beziet zijn werk en ziet dat er geen ongelukken gebeuren en heeft tot in de finesses de verkeersstromen onder controle gebracht. De meeste mensen die er rijden zullen ook stellen dat het veiliger is geworden. Men weet immers precies wat moet gebeuren en volgt dat lijdzaam.
Toch is het niet goed. Auto’s kùnnen namelijk sneller en prettiger doorstromen en zo heel nu en dan blijkt dat ook. Dat is als de stoplichten uitvallen. Dan blijkt het stoppen van iedere verkeersstroom helemaal niet nodig te zijn en kan iedereen, op elk willekeurig tijdstip van de dag vlotjes doorrijden. Men moet wel iets beter opletten, maar wie kan daar nu op tegen zijn[2].
Niemand ziet dat. Er is (te)veel geld uitgegeven aan stoplichten en strepen op de weg. Al zou het niet werken, niemand zal het toegeven. Gebruikers zullen niet zien dat het beter kan. Als ik in die momenten van geluk dat de stoplichten niet werken over dat knooppunt kom maakt mìjn hart een sprongetje van blijdschap. Bij de meeste andere mensen is er irritatie over het feit dat de stoplichten (weer) niet werken.

Tweede voorbeeld:
Er zijn in mijn werk[3] zorgpaden ingevoerd. Iedereen krijgt nu standaard maatwerk[4]. Een ongeveer gelijk programma, met een heleboel gelijkheidsbeginsels en een riant boekwerk aan voorschriften. Het lijkt wel een verkeersknooppunt.
Het eerste dat mensen die er mee werken zeggen is dat er meer grip komt op de stroom patiënten. Dat is ook zo. Ik zie dat ook. Ik kan namelijk ook stilstaande patiënten beter bekijken dan patiënten die aan het stromen zijn. Stromen omdat ze geholpen en behandeld worden en uiteindelijk klaar zijn.
De praktijk is dat het helemaal niet stroomt. Er komt geen patiënt meer in. Er is ineens een zee aan tijd in de agenda’s van behandelaars vanwege allerlei voorschriften en gelijkheidsbeginsels die werken als stoplichten. Als dit opvalt wordt er adhoc een oplossing gekozen die zo mogelijk nog belemmerender werkt. Er wordt daardoor heel veel tijd en dus geld verspild.

Al die verspilling is geen moedwil. Het is, in alles, het beste wat er momenteel te bieden is op de plek waar ik werk. Dat is een zorg op zichzelf.

Ik heb er last van dat er geld verspild wordt aan oplossingen waar van te voren over nagedacht had kunnen worden. Waar van tevoren, ver vooruit denkend, van gesteld had kunnen worden dat het geen goed idee was. Het voelt, werkend in een dergelijke situatie of verkerend op zo’n knooppunt, of ik me iedere keer door al dat weggegooide geld moet ploeteren voordat ik aan de slag kan. Dat is niet prettig, maar ik sta daar alleen in. Ik merk niet dat anderen daar veel hinder door ondervinden. Ook daarover kan je (ver vooruit denkend) weer hetzelfde verhaal ophouden[5]. Dat zal ik niet doen.

Die ander die heeft doorgelezen heeft mij nu wel begrepen. Die ene die mijn advies in de wind sloeg (don’t they all?) en toch doorlas zal nu stellen dat ik dan ook maar met oplossingen moet komen. Als ik het dan zo goed weet.
Meneertje.
Voor die ene zal ik een oplossingsrichting opschrijven. Voor die ander is dat niet nodig, maar die mag dat gerust ook meepikken.

De oplossingsrichting zit in het diepere functioneren van een zwerm. Daar is veel onderzoek naar gedaan en onlangs zag ik op televisie Charlotte Hemelrijk (what’s in a name voor een zwermonderzoeker) die bijzonder helder kon uitleggen hoe de zwerm werkt. Dat heeft mij aan het denken gezet.
Waar men aanvankelijk dacht dat zwermen (spreeuwenzwermen met name) allerlei hogere wiskundige of transcendente voorschriften kenden (denk hierbij aan het zenuwcentrum van een verkeersknooppunt of de excelbestanden van zorgpad-minnaars en hun gedeelde geloof in hun systemen) bleek bij nader onderzoek dat spreeuwen zich maar aan een paar afspraken hielden. Die afspraken waren zoooo simpel dat ik ervan in de lach schoot.
Niet botsen, een beetje meedoen en afstand houden.
Daar komt het ongeveer op neer. Als iedere individuele spreeuw dat doet krijg je de figuren die een spreeuwenzwerm maakt.
Bedenk eens wat dergelijke simpele afspraken zouden betekenen voor het verkeer op een knooppunt of het werken in de zorg. Ze zijn toepasbaar. Je moet om dat te kunnen snappen alleen wel een beetje vooruit kunnen denken. De oplossing ligt volgens mij dus in zwermdenken.

Ik weet dat die ene hier geen genoegen mee neemt. Die wil stoplichten, voorschriften, gelijkheidsbeginsels en formulieren. Die ene zal bovendien zeggen dat ik toch vooral bekend sta om mijn botsen en mijn niet meedoen. Dus hoezo zwermdenken!
Meneertje!
Voor de ander gloort hiermee misschien hoop. In dat laatste geval: graag gedaan!

Charlotte Hemelrijk op De Wereld Leert Door over spreeuwenzwermen


[1] Ja, ik weet dat stoplichten in de verkeerskunde verkeerslichten worden genoemd. In mijn ogen zijn het echter dermate grote obstakels voor een vlotte doorstroming van het verkeer dat ik ze graag stelselmatig stoplichten blijf noemen.
[2] Mensen zullen het principe van “Shared-Space” misschien herkennen. Een concept dat wat mij betreft meer navolging en uitwerking verdiend. Al zullen weinigen dat met me eens zijn.
[3] Complexe revalidatiezorg
[4] Jaha, ik ben me bewust van deze onmogelijkheid: standaard en maatwerk lijkt niet goed te passen. Toch doen ze bij mij op mijn werk een dappere, maar vruchteloze poging.
[5] “hoe kan je nu je hoofd wegdraaien, je schouders ophalen, als je zou weten dat een dergelijke wijze van geldverspilling uiteindelijk niet alleen de zorg de nek omdraait, maar ook jouw baan als zorgverlener?”

Acceptatie of de kunst van het loslaten

Voor veel mensen is het lastig om zaken te kunnen accepteren. Zeker wanneer dat gaat om zaken die het dagelijks leven beïnvloeden zoals verlies van lichamelijke functies of het verlies van dierbaren. We verwachten allemaal dat we een leven zonder teleurstelling en ergernis kunnen leven. Het valt dan ook niet mee als je toch teleurstelling en ergernis meemaakt.
Iedereen kan leren accepteren. Hier probeer ik te verduidelijken hoe je daarmee een begin kunt maken. Je zult merken dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is.[1]

Vooraf:
Bij alles gaat het altijd om de gemakkelijkste weg. Er zijn regels en er zijn olifantenpaadjes. Regels vertellen hoe het hoort, waar je hoort te lopen en hoe je je hoort te gedragen. Regels zijn dus de trottoirs en de paden die bedacht zijn om te gebruiken.
Olifantenpaadjes wijzen je echter de weg in de dagelijkse praktijk. Ze zijn gemakkelijker, sneller en verlopen soepeler. In alle menselijk processen zijn er regels te bedenken, maar gaat het uiteindelijk om de praktische toepassing. Bij die toepassing kunnen olifantenpaadjes je van dienst zijn. Bij acceptatie geldt als regel dat je dat moet doen wat werkt. Olifantenpaadjes dus.

Dan:
Hoe pak je dat accepteren nu aan? Welke dingen moet je doen, of belangrijker nog, nalaten om je acceptatieproces een handje te helpen. Acceptatie ging toch ook om loslaten?
Hoe zorg je voor voldoende psychische flexibiliteit en een houding waarbij je kunt meebewegen op de golven van je leven vanuit een diepe aanvaarding van alle dingen die in je lichaam en om je heen gebeuren?

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) gaat over meer dan alleen maar acceptatie. Daarvoor zijn nog een aantal factoren van belang. Naast acceptatie zijn dat:
– het feit dat je keuze hebt om je gedachten wel of niet te volgen.
– aandachtig leven, mild zijn naar jezelf en naar de dingen om je heen
– naar jezelf kunnen kijken
– die dingen doen die werkelijk van belang zijn voor jezelf
– je waarden kennen

Er zijn rijtjes te bedenken van zaken die belangrijk zijn bij het werken aan acceptatie. Voor dit onderstaande rijtje heb ik me gebaseerd op het eerder aangehaalde artikel uit PsychologieMagazine.

Leer te lijden: je zult afstand moeten nemen van het idee dat iedereen, overal gelukkig zou moeten kunnen zijn. Leven is een samenspel van leuke en vervelende dingen. Van lijden dus. Ergernis en boosheid zijn deel van het leven. Positief denken? Bestaat niet. En het is ook nog eens gevaarlijk!
Confronteer je angsten: weet wat je vermijdt en waarom je dat vermijdt. Zorg voor een ruim gedragsrepertoire. Hoewel het logisch lijkt nare situaties te vermijden zorgt het namelijk ook voor het beperken van de mogelijkheden die je hebt. En veel situaties die je vermijdt zijn misschien wel helemaal het vermijden niet waard.
Richt je op de feiten: de mens heeft de neiging om onheil uit te vergroten en met taal, gedachten, verwachtingen te verergeren. Een kleinigheid die misgaat wordt zo al snel een ramp. De wet van Murphy is een beschrijving van dit psychologisch fenomeen. Alles wat je aandacht geeft groeit.
Vernietig je controlestrategieën: dit sluit nauw aan bij punt 2. Controlestrategieën helpen je de waarheid te vermijden. Onzekerheid maskeer je met assertiviteit (of agressiviteit). Weinig zelfvertrouwen maskeer je door te doen wat anderen van je verwachten (en waar je goedkeuring voor krijgt). Streef naar wat ze in ACT creatieve hopeloosheid noemen. Als je erkent dat je trucs niet werken ontstaat er ruimte voor nieuw gedrag.
Observeer je gevoelens: Wanneer je angstig wordt of je gaat ergeren is er altijd een gebeurtenis waaraan je zou kunnen adresseren (die vervelende mevrouw die voorkroop bij de bakker bijvoorbeeld). Waar je echter last van hebt is het gevoel dat het bij je oproept. Observeer dat gevoel en bekijk het met een andere blik. Streef naar wat ze mindfulness noemen. Door mindfulness te beoefenen wordt het mogelijk de werkelijkheid te aanvaarden en bewust aandacht te geven aan jezelf en alles om je heen.
Concentreer je op je doelen: Vraag jezelf wat in jouw leven zin geeft. Wat is voor jou echt waardevol en mag dus ook moeite kosten. Zet je in voor de dingen die je kunt veranderen en accepteer wat niet te veranderen valt. Committeer je aan je waarden. Ook al heb je angst, ga stug op je doel af. Keuzes kun je toch niet vermijden: niet kiezen is ook een keuze.
Heb mededogen: probeer je te verplaatsen in anderen. Misschien heeft die mevrouw bij de bakker wel enorme haast. Een beetje empathie laat woede of irritatie vaak als sneeuw voor de zon verdwijnen. Verwondering is een emotie die nauw verwant is aan irritatie. Weet dat je daarin de keuze hebt.

Slot
Dit artikel heeft geenszins de bedoeling om compleet te zijn. De toegevoegde links in het artikel en in de voetnoot staan er dan ook niet voor niets. Het doel was een aanzet te geven tot bezig zijn met acceptatie en ik hoop dat er zaken in staan waarmee je je voordeel kunt doen. Mocht je echter grote bezwaren hebben met de dingen die hier zijn beschreven dan hoor ik dat uiteraard ook graag!


[1] Voor dit artikel heb ik mij oa gebaseerd op mijn kennis van de Acceptance and Commitment Therapy. Het boek: “Leven met pijn” van oa. Karlein Schreurs en een artikel uit PsychologieMagazine: