Tagarchief: hulpverlening

Denk niet aan een giraf!

20130524-232102.jpgHet is dé manier om mensen duidelijk te maken dat je niet ergens niet aan kunt denken: de opdracht om niet aan een giraf te denken gedurende een korte periode. Het enige dat in je hoofd komt bij die opdracht is de giraf. Sinds kort vertel ik daarbij een vervolgverhaal.

Lees verder

Schijf van Vijf (maar dan anders)

Afgelopen week in een hulpverleningsgesprek bedacht en nog lang niet klaar. Toch deel ik graag het allereerste prototype en ik zal uitleggen waarom ik het gebruikte. Ik hoor graag of je aanvullingen hebt. Of misschien wel een zesde part kunt bedenken, of het niet eens bent met deze vijf.

De vijf parten van mijn schijf:

1. Voldoende beweging
2. Gezond eten
3. Sociaal contact
4. Cognitieve uitdaging
5. Rust

In de goede verhoudingen toegepast zou je hier goed mee moeten kunnen leven. De juiste verhoudingen zijn hier getekend als 20 procent per part. Dat is arbitrair. De verhouding is nu juist voor iedereen anders. En de verhouding kan wisselen per moment, per dag, per periode. Waar ik bijvoorbeeld momenteel heel veel investeer in cognitieve uitdaging, zou ik voor meer balans misschien meer beweging en meer rust moeten inbouwen. Door ze als vijf corresponderende parten voor te stellen wordt het een geheel.

In het gesprek waar ik het toepaste ging het om iemand die teveel rust had ingebouwd. Door het tekenen van deze schijf zag ze meteen waar voor haar de verandering zou moeten zitten. Het beeld van de schijf en de onderlinge verhoudingen hielpen haar om snel keuzes te maken waarmee ze uit de voeten kon. Dat is meteen ook het belangrijkste doel: helpen om inzicht te verschaffen en keuzes te helpen ondersteunen. Vooral het feit dat er geen vastgestelde verhouding is hielp de mensen waarmee ik er nu mee gewerkt heb. Waar voor de één, op dit moment, meer rust geen item is, kan het dat voor een ander wel zijn. Daarmee wordt de Schijf van Vijf, maar dan anders, een handig middel om iets duidelijk te maken.

Mocht je aanvullingen hebben, of anderzins opmerkingen dan hoor ik dat graag.

Een Handvol Vragen

Een middel dat ik vaak gebruik in mijn gesprekken, om als opdracht mee te geven, om mensen bewust te laten worden is Een Handvol Vragen. Ik zal hier kort uitleggen wat dat is:

Een hand heeft vijf vingers. Hier horen vijf vragen op. De hand is altijd bij de hand en zo kan, met de vragen op elke vinger, iemand stil staan bij hoe het op dat moment gaat. De vragen zijn eenvoudig. Het belangrijkste doel is stilstaan bij het moment en er zit geen verdere evaluatie achter. Er hoeft ook geen actie ondernomen te worden op de vragen. Ongeacht de antwoorden kan iemand, na het beantwoorden, gewoon weer doorgaan met waar ze zijn gebleven. Vaak zal het echter anders gaan: mensen worden zich bewuster, ze staan heel nadrukkelijk stil bij zichzelf en gaan in navolging daarvan toch vaak andere keuzes voor zichzelf maken.

Een Handvol Vragen helpt daarbij.

De vragen:
1. Heb ik honger?
2. Heb ik dorst?
3. Moet ik naar het toilet?
4. en 5. zijn vrij in te vullen. Je kunt specifieke zaken ten aanzien van jezelf vragen: bv. Heb ik mijn schouders opgetrokken, Ben ik rustig, Heb ik het naar mijn zin, etc. Juist deze open vragen geven ook betrokkenheid bij de opdracht en maken dat iemand de opdracht gemakkelijker uit gaan voeren in zijn dagelijkse praktijk.

Zoals gezegd: mensen hoeven niet het antwoord op te volgen. Al zou ik persoonlijk wel naar het toilet gaan als ik die vraag met ‘ja’ zou beantwoorden.

De opdracht is simpel uitvoerbaar: een hand is altijd voorradig en door de vragen te koppelen aan de hand zijn ze meteen ook paraat. Het is een goede eerste stap naar bewustwording.

Acceptatie of de kunst van het loslaten

Voor veel mensen is het lastig om zaken te kunnen accepteren. Zeker wanneer dat gaat om zaken die het dagelijks leven beïnvloeden zoals verlies van lichamelijke functies of het verlies van dierbaren. We verwachten allemaal dat we een leven zonder teleurstelling en ergernis kunnen leven. Het valt dan ook niet mee als je toch teleurstelling en ergernis meemaakt.
Iedereen kan leren accepteren. Hier probeer ik te verduidelijken hoe je daarmee een begin kunt maken. Je zult merken dat het gemakkelijker gezegd dan gedaan is.[1]

Vooraf:
Bij alles gaat het altijd om de gemakkelijkste weg. Er zijn regels en er zijn olifantenpaadjes. Regels vertellen hoe het hoort, waar je hoort te lopen en hoe je je hoort te gedragen. Regels zijn dus de trottoirs en de paden die bedacht zijn om te gebruiken.
Olifantenpaadjes wijzen je echter de weg in de dagelijkse praktijk. Ze zijn gemakkelijker, sneller en verlopen soepeler. In alle menselijk processen zijn er regels te bedenken, maar gaat het uiteindelijk om de praktische toepassing. Bij die toepassing kunnen olifantenpaadjes je van dienst zijn. Bij acceptatie geldt als regel dat je dat moet doen wat werkt. Olifantenpaadjes dus.

Dan:
Hoe pak je dat accepteren nu aan? Welke dingen moet je doen, of belangrijker nog, nalaten om je acceptatieproces een handje te helpen. Acceptatie ging toch ook om loslaten?
Hoe zorg je voor voldoende psychische flexibiliteit en een houding waarbij je kunt meebewegen op de golven van je leven vanuit een diepe aanvaarding van alle dingen die in je lichaam en om je heen gebeuren?

Acceptance and Commitment Therapy (ACT) gaat over meer dan alleen maar acceptatie. Daarvoor zijn nog een aantal factoren van belang. Naast acceptatie zijn dat:
– het feit dat je keuze hebt om je gedachten wel of niet te volgen.
– aandachtig leven, mild zijn naar jezelf en naar de dingen om je heen
– naar jezelf kunnen kijken
– die dingen doen die werkelijk van belang zijn voor jezelf
– je waarden kennen

Er zijn rijtjes te bedenken van zaken die belangrijk zijn bij het werken aan acceptatie. Voor dit onderstaande rijtje heb ik me gebaseerd op het eerder aangehaalde artikel uit PsychologieMagazine.

Leer te lijden: je zult afstand moeten nemen van het idee dat iedereen, overal gelukkig zou moeten kunnen zijn. Leven is een samenspel van leuke en vervelende dingen. Van lijden dus. Ergernis en boosheid zijn deel van het leven. Positief denken? Bestaat niet. En het is ook nog eens gevaarlijk!
Confronteer je angsten: weet wat je vermijdt en waarom je dat vermijdt. Zorg voor een ruim gedragsrepertoire. Hoewel het logisch lijkt nare situaties te vermijden zorgt het namelijk ook voor het beperken van de mogelijkheden die je hebt. En veel situaties die je vermijdt zijn misschien wel helemaal het vermijden niet waard.
Richt je op de feiten: de mens heeft de neiging om onheil uit te vergroten en met taal, gedachten, verwachtingen te verergeren. Een kleinigheid die misgaat wordt zo al snel een ramp. De wet van Murphy is een beschrijving van dit psychologisch fenomeen. Alles wat je aandacht geeft groeit.
Vernietig je controlestrategieën: dit sluit nauw aan bij punt 2. Controlestrategieën helpen je de waarheid te vermijden. Onzekerheid maskeer je met assertiviteit (of agressiviteit). Weinig zelfvertrouwen maskeer je door te doen wat anderen van je verwachten (en waar je goedkeuring voor krijgt). Streef naar wat ze in ACT creatieve hopeloosheid noemen. Als je erkent dat je trucs niet werken ontstaat er ruimte voor nieuw gedrag.
Observeer je gevoelens: Wanneer je angstig wordt of je gaat ergeren is er altijd een gebeurtenis waaraan je zou kunnen adresseren (die vervelende mevrouw die voorkroop bij de bakker bijvoorbeeld). Waar je echter last van hebt is het gevoel dat het bij je oproept. Observeer dat gevoel en bekijk het met een andere blik. Streef naar wat ze mindfulness noemen. Door mindfulness te beoefenen wordt het mogelijk de werkelijkheid te aanvaarden en bewust aandacht te geven aan jezelf en alles om je heen.
Concentreer je op je doelen: Vraag jezelf wat in jouw leven zin geeft. Wat is voor jou echt waardevol en mag dus ook moeite kosten. Zet je in voor de dingen die je kunt veranderen en accepteer wat niet te veranderen valt. Committeer je aan je waarden. Ook al heb je angst, ga stug op je doel af. Keuzes kun je toch niet vermijden: niet kiezen is ook een keuze.
Heb mededogen: probeer je te verplaatsen in anderen. Misschien heeft die mevrouw bij de bakker wel enorme haast. Een beetje empathie laat woede of irritatie vaak als sneeuw voor de zon verdwijnen. Verwondering is een emotie die nauw verwant is aan irritatie. Weet dat je daarin de keuze hebt.

Slot
Dit artikel heeft geenszins de bedoeling om compleet te zijn. De toegevoegde links in het artikel en in de voetnoot staan er dan ook niet voor niets. Het doel was een aanzet te geven tot bezig zijn met acceptatie en ik hoop dat er zaken in staan waarmee je je voordeel kunt doen. Mocht je echter grote bezwaren hebben met de dingen die hier zijn beschreven dan hoor ik dat uiteraard ook graag!


[1] Voor dit artikel heb ik mij oa gebaseerd op mijn kennis van de Acceptance and Commitment Therapy. Het boek: “Leven met pijn” van oa. Karlein Schreurs en een artikel uit PsychologieMagazine:

Revalidatiebuurtzorg

Buurtzorg[1] is een concept waarmee in korte tijd het werk van wijkverpleegkundigen revolutionair is veranderd. Zij zijn afgestapt van een model waarbij gecommandeerd en gecontroleerd wordt door een manager, waarmee vervolgens communicatieproblemen ontstonden. Buurtzorg werkt met de principes van vakmanschap, onderlinge verbinding en vertrouwen[2]. Buurtzorg wordt inmiddels door iedere politieke partij omarmd als voorbeeld voor hoe het zou moeten.

Buurtzorg heeft inmiddels een afdeling Geestelijke Gezondheidszorg[3] gekregen en het wachten is op de transitie van andere sectoren. Ik wil de revalidatie wel “aanbieden”. Revalidatie is een terrein waarbij hoge zorgkosten gepaard gaan met dure accomodaties en een zwaar managementapparaat. Bovendien wordt er organisatorisch niet gemakkelijk veranderd en wordt bij veranderingen vooral de eigen comfortzone gekozen. Dat is jammer, omdat met werkelijke veranderingen de revalidatiezorg voor grote groepen beschikbaar zou kunnen blijven, waar nu de keuze gemaakt dreigt te gaan worden voor de uitsluiting van bepaalde doelgroepen.

Wat zou er dan moeten veranderen? In eerste instantie zou het vakmanschap terug moeten naar de behandelaar. Tussen het vakmanschap van een behandelaar en de revalidant zitten nu vaak registratieformulieren, planningsafdelingen en ict die het uitvoeren van het werk als vakman niet gemakkelijker maken. Vakmensen zijn te veel bezig met het verantwoorden van hun werk naar managementlagen waarvan je je het bestaansrecht kunt afvragen.

Daarmee is niet gezegd dat vakmensen zich niet hoeven te verantwoorden. De vraag is alleen naar wie en met welk doel. Vakmensen zouden zich naar de revalidant dienen te verantwoorden en moderne oplossingen bieden daar ook al voorzieningen voor. Het doel zou moeten zijn dat een revalidant weet met wie hij van doen heeft en wat de kwaliteiten van de vakman zijn.

In tweede instantie zou de vakman weer meer verbinding met zijn vak moeten maken. Dat klinkt wat ingewikkeld maar is het niet. Verbinding met het vak betekent dat hij de verantwoordelijkheid kan dragen voor een traject, voor de afspraken, voor de afronding. Daarnaast moet de vakman verbinding maken met zijn vakgenoten en andere vakmensen om samen het optimale resultaat te behalen. Onderlinge kennisdeling is daarbij het sleutelbegrip.

In de huidige organisatievormen liggen wezenlijke verantwoordelijkheden net buiten de vakman: hij mag zich niet bezig houden met de planning, is gehouden aan een zorgpad met een beperkt aantal verrichtingen en het is de vakman niet toegestaan daar van af te wijken. Ik weet dat elke manager op dit moment zal zeggen dat hij graag zelfdenkend personeel heeft en dat er alle ruimte is voor eigen verantwoordelijkheid. De praktijk is echter anders.

Daarmee kom ik op het derde punt: vertrouwen. De samenleving, de zorgverzekeraar, de revalidant zal vertrouwen moeten leggen in het vakmanschap van de behandelaar. Daar waar controle-instrumenten eigenlijk altijd leiden tot een afnemend vertrouwen zal dat bij de afwezigheid van externe controle niet gelden. Moet er dan helemaal niets? Zeker wel. Bij alle drie items (vakmanschap, verbinden en vertrouwen) draait het om verantwoordelijkheid. Verantwoordelijkheid binnen de grenzen van het mogelijke voor revalidant, behandelaar en zorgverzekeraar.

De vraag is natuurlijk hoe je dit allemaal organiseert. Ik heb daar ideeën over. Ideeën die ik niet zomaar weg geef, maar deel met hen die daar werkelijk in geïnteresseerd zijn en ze op waarde weten te schatten. En het op waarde schatten is iets anders dan een geldelijke beloning.

De ideeën gaan over de organisatie van de zorg, de wijze van afspraakplanning, de indicering, de regierol, de bewaking van de budgetten, de bewaking van de kwaliteit van behandelaars en behandelingen, de financiering, de deskundigheidsbevordering van zelfstandig professionals, etc.

Mijn aanbod van de revalidatie aan buurtzorg komt namelijk voort uit frustratie. Frustratie over het feit dat mijn betrokkenheid op de revalidatiezorg niet leidt tot een verbetering van de situatie van revalidanten. Dat afnemende budgetten, teruglopende vergoedingen niet leiden tot nieuwe keuzes, maar tot het aannemen van meer managers die gaan nadenken over wat ze met deze situatie moeten gaan doen. Die uiteindelijk ook niet kiezen maar in hun eigen staart blijven bijten.

Mijn revalidatiecentrum hoeft niet dicht. Het zou een prima plek zijn voor grote groepen mensen om te gaan werken op de manier zoals ik dat voorsta. Anders georganiseerd, anders gegroepeerd, misschien bevolkt door vooral zelfstandige professionals, maar in ieder geval anders. Slechter zal het er in ieder geval niet op worden.

Het aardige is dat ik iets aanbied dat ik niet heb. Ik bied iets aan terwijl het niet van mij is. Mocht het hele verhaal doorgaan dan zal het ook niet van mij worden. Misschien wordt de revalidatiezorg dan weer van de revalidanten. Revalidanten en hun behandelaars.

[2] De oplettende lezer heeft gemerkt dat ik met de drie C-s en de drie V-s refereer aan een artikel over het Nieuwe Werken dat de transitie van C naar V ziet als belangrijke drijfveer voor het Nieuwe Werken. Zie het artikel van de managementsite daarover:
http://www.managementsite.nl/14313/innovatie/nieuwe-werken-toekomst.html

Tandwielen

Vandaag weer eens er bij gepakt: mijn theorie over tandwielen. En meteen maar bedacht dat het tandwielenverhaal een plek op mijn weblog verdient.

found on lucina-academy.beDe tandwielentheorie gaat over de sociale omgang tussen mensen. Met de theorie snappen deelnemers aan deze sociale omgang beter waar het (soms) misgaat en wat ze kunnen doen om dit te voorkomen. De theorie werkt educatief en zorgt voor nieuwe keuzes. De tandwielentheorie is toepasbaar op alle situaties waarin mensen duurzaam met elkaar samenleven en samenwerken.

Neem bijvoorbeeld een gezin. Om het nog gemakkelijker te maken: mijn eigen gezin. En neem dan de dinsdagmiddag. De middag dat ik de jongste van school haal, de oudste iets later verwelkom en we gezellig kabbelend de middag doorbrengen. Iedereen doet zijn ding, zoekt bezigheid, is zinvol aanwezig. In volledige harmonie. Mooi.

Om 17.45 uur komt mijn vrouw en de moeder van de kinderen thuis. En dan begint het gedonder. Alsof ik opgejaagd word reageer ik te bits op haar vragen, de kinderen beginnen te dreinen en zoeken ineens ruzie met elkaar, het eten brandt aan, etc.

Wat ging hier mis? De tandwielentheorie:

In de middag, met zijn drieën thuis, hebben we allemaal een prettig tempo. Dat tempo kun je beschouwen als een draaiend tandwiel. De wijze waarop je harmonisch samenleeft en samenwerkt kan je beschouwen als drie in elkaar grijpende tandwielen die qua tempo allemaal bij elkaar passen. Iedereen doet zijn eigen ding, in relatie tot zijn omgeving, in de context die er is.

Mijn vrouw, hard gewerkt, druk nog van het werk, komt het huis binnen met een iets ander tandwieltempo. Topsnelheid zeg maar. Haar snelle tandwiel raakt de onze en iedereen wordt meteen opgejaagd. Meteen beginnen we tegen te sputteren: “dit gaat ons te hard, doe eens normaal”. Met name die laatste opmerking werkt niet.

Wel de uitleg van de tandwielen. “Doe eens normaal” was een vervelende opmerking voor mijn vrouw. Uitleg dat haar tempo iets anders lag en dat er daarom niet direct adequaat gereageerd werd wel. De oplossing werd dat degene die binnenkomt op de deurmat even gaat staan peilen hoe het ‘tempo’ van de aanwezige tandwielen ligt. Om daar vervolgens bij aan te sluiten.

Voor het voorbeeld was mijn vrouw degene die iets anders binnen moest komen. In de praktijk zijn er eigenlijk vooral dagen dat ik mijn tempo iets terug moet schroeven om een beetje harmonisch mee te mogen doen. Daar heb ik alle belang bij: ik heb een hele leuke vrouw en nog leukere kinderen. Vooral als we een beetje harmonisch doen.