Tagarchief: innovatie

Treurige truttigheid

Werken in de revalidatie is een groot goed. Er wordt in het centrum waar ik werk alles gedaan om qua behandeling zo goed mogelijk bij de tijd te blijven. Er wordt, weliswaar met teruglopende budgetten en de hand steeds meer op de knip, geïnvesteerd in de deskundigheid van het personeel.

Alles lijkt er dan ook op dat ook de werkomstandigheden met de tijd zullen meegaan. Je mag verwachten dat er mogelijkheden zijn om op iedere plek binnen het centrum gemakkelijk toegang te hebben tot de digitale gegevens die nodig zijn om behandelingen uit te voeren. Dat er daarnaast ruimschoots mogelijkheden zijn om de dure behandelruimtes vrij te houden en thuis, in je eigen goedkope werkruimte, op je eigen momenten, zaken als verslaglegging en mailbeantwoording ter hand te nemen. Er zijn immers al voldoende online mogelijkheden om voor veilige opslag van de gegevens te zorgen.

In de meest ideale situatie wordt er flink geïnvesteerd in eigen serverruimte, om vermenging met andere gegevens te voorkomen.

Nu weet ik dat het openstellen van WIFI-netwerken beperkingen kent. Beperkingen die gemakkelijk zijn te ontlopen overigens: geef mensen een wachtwoord, nadat ze hun naam hebben genoteerd en getekend hebben voor een aantal fatsoensregels.

Ik weet dat het openstellen van een WIFI je nu nog medeverantwoordelijk maakt voor het verkeer op dat netwerk. Dat is hetzelfde als wanneer de eigenaar van een trottoir verantwoordelijk zou zijn voor de beroving die op dat trottoir plaatsvindt. Weinig kans bij een rechtbank schat ik in.

Het zou dus zo mooi kunnen zijn. Vandaag kwam het interne polygoon-journaal met dito stem met de actuele berichtgeving over de Moderne Tijd.

Veel gestelde ICT beleidsvragen

Naar aanleiding van een paar vragen over het ICT beleid heeft de directie verzocht het geldende beleid nog eens onder de aandacht te brengen.

Het gaat om de volgende onderwerpen:
–         toegang tot het medewerkersnetwerk
–         mogelijkheden voor thuiswerken
–         toegang tot het patiëntennetwerk
–         gebruik van eigen aangeschafte apparatuur (zoals smartphones, tablets en notebooks)

Toegang tot het medewerkersnetwerk

Toegang tot het medewerkersnetwerk kan uitsluitend worden verkregen met door de afdeling ICT verstrekte middelen of een door R### verstrekte iPhone. Deze apparatuur is zodanig geconfigureerd dat wordt voldaan aan alle noodzakelijke veiligheids- en beheerseisen. Tevens geldt dat de inzet van deze middelen en benodigde accounts vallen binnen het licentiemodel en houden de jaarlijks terugkerende licentiekosten inzichtelijk.

Thuiswerken

Voor thuiswerken is geen beleid vastgesteld waar ICT beleid aan kan worden ontleend.

Momenteel is er een experimenteel ingeregelde dienst voor een zeer beperkte groep medewerkers, die van thuis uit een VPN verbinding kunnen opzetten naar het medewerkersnetwerk. Op deze dienst zit geen beschikbaarheidgarantie en kan niet worden gebruikt voor structureel thuiswerken.

Wanneer het de bedoeling is structureel thuis werken R#### breed aan te bieden, moet (ICT-)beleid worden vastgesteld en worden geïnvesteerd in infrastructuur en ondersteuning

Toegang tot het patiëntennetwerk

De toegang tot het draadloze netwerk (WiFi) wordt geboden aan revalidanten voor internetverbinding en is uitsluitend voor deze doelgroep bedoeld. De beschikbare bandbreedte is hierop ingesteld en kan niet worden ingezet voor gebruik van eigen aangeschafte apparatuur.

Gebruik van eigen aangeschafte apparatuur

Uit veiligheidsoverwegingen en het in de hand houden van beheerskosten is de aansluiting van eigen smartphones, tablets en notebooks niet mogelijk. Dit geldt ook voor andere vormen van e-mail synchronisatie.

Samenvatting: internet is eng. De digitale snelweg zit vol gevaren en we willen graag weten wie wat waar doet.

Overigens ter informatie: bovenstaande tekst komt van het interne polygoon-journaal van het centrum waar ik werk. Ik heb vakantie, maar, hoera! Twitter werkt, ik kreeg deze tekst bij toeval onder ogen vandaag. Overigens is dat een waarschuwing die al eerder is afgegeven: iedereen die nu nog denkt dat de Moderne Tijd met dat gevaarlijke internet is tegen te houden mag terug op cursus. Ondanks mijn vakantie kon ik toch reageren.

Overigens hoorde ik ook via dat erg gevaarlijke internet dat er al de nodige actiebereidheid is onder verschillende soorten collegae tegen deze poging de zaken bij het oude te laten.

Gelukkig was ik daarvoor niet afhankelijk van onze vooruitstrevende beleidsmakers van Alles-met-een-Stekker. Ik had al internet en wist er gebruik van te maken….

Over Mark Weghorst

Mark Weghorst, 1971, vader van twee kinderen en echtgenoot.

Ik ben breed gespecialiseerd. Of een specialistische generalist. Ik ben adviseur, changemaker, vragensteller.

Mijn ervaring deed ik op in de zorg- en welzijnssector. Hier heb ik ruime ervaring opgedaan met het begeleiden van individuen en groepen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast ook met coördinatie, management en projecten.

Een andere ervaringsstroom is de onderwijssector. Ik ben al jaren actief aan de randen van het onderwijs, als ouder, als bestuurder, als projectleider en nu als adviseur bij Ouders & Onderwijs. Mijn hoofdbaan is adviseur/changemaker bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.

Al mijn werk gebeurt altijd met of voor mensen: het geeft mij veel voldoening om met mensen te werken die graag verandering willen brengen in hun persoonlijke situatie. Ik ben op mijn best als de intentie tot veranderen bij anderen aanwezig is. Daarbij ben ik altijd gericht op leren, liefst op een zo informeel mogelijke manier. Ik zoek daarin altijd naar de heilige graal.

Manier van werken

Mijn stijl van werken wordt gekenmerkt door een directe, enthousiasmerende en doortastende manier van werken. Ik weet complexe problemen goed te
normaliseren en te simplificeren. Daardoor wordt het probleem begrijpelijker en makkelijker hanteerbaar.

Mijn werk is zeer methodisch. Er gebeurt nooit iets zomaar. Ik werk echter niet met een vaste methode. Vraag me waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe en ik kan het je uitleggen. Ook hierin ben ik dus veelzijdig. Ik word geïnspireerd door verschillende dingen en ik doe graag veel dingen tegelijk.

Mail: mark@markweghorst.com
Tel: 0 6 2 5 3 9 0 1 1 3

 

 

 

 

 

 

 

 

Simplexity

Revalideren is complex werk. De samenhang tussen wat de ene behandelaar doet en de ander nalaat, de onderlinge afstemming, de verantwoording tijdens en na de behandeling, het plannen en sturen van dergelijke behandelingen. Ingewikkeld werk.

Daar hoeft een revalidant niets van te merken. Sterker nog, een behandelaar hoeft ook niet te merken dat het een complex geheel is. Complexiteit vertroebelt namelijk je professioneel handelen. En daarmee komt die complexiteit je behandelingen niet ten goede. Je zou er dus niet mee lastig gevallen moeten worden: met die complexiteit. Het tegendeel is echter waar. Revalidanten en behandelaars moeten werken in de complexiteit van het Revalideren.

In dit verband moest ik denken aan een industrieel ontwerper die ik een tijdje geleden ontmoette. Hij noemde zichzelf een adept van de ‘simplexity‘. Simplexity, zo legde hij mij uit, is een complex concept op een simpele manier uitgewerkt. Als voorbeeld noemde hij de iPad.

De iPad is een toonbeeld van simplexity: een simpel ogend apparaat, één knop en intuitieve bediening, met een zeer complexe binnenkant. Gelukkig hoeft geen gebruiker te weten hoe complex die binnenkant is. Dat geloven we wel. Als eindgebruikers. Eindgebruikers die van jong tot oud, van computervaardig tot computeronvaardig uit de voeten kunnen met die iPad. Simplexity.

Nu weet ik dat het moment dat ik beweer dat je de revalidatiezorg niet zo complex moet maken het moment is dat ik met pek en veren wordt buitengezet. In de zorg doen we gewoon graag moeilijk. Moeilijk geeft status. Hoe moeilijker je revalidantengroep, hoe meer aanzien. Zeggen dat het simpeler kan is dus aantasting van die status. Desalniettemin probeer ik het toch:

Kan het, aan de achterkant, waar je als behandelaar moet werken, als revalidant behandeld wordt, niet wat simpeler? Dat als ik mijn rechterhand uitsteek ik een kop koffie vindt? En dat als ik denk aan wat ik op wil schrijven het al opgeschreven is? En dat als ik mijn computer bekijk ik alleen dat zie waar ik wat mee moet en wil? En er niet naar hoef te zoeken? En dat ik niet iets hoef te registreren dat toch al gebeurt? Maar dat ik, als behandelaar, alleen iets hoef te melden als het afwijkt? En dat een revalidant iets bij zich draagt (ov-chipkaart bv) dat hij bij mij tegen een kastje kan houden, bij in- en uitchecken?  En dat als zijn budget opraakt hij dit online, in zijn eigen omgeving, kan zien? En dat hij daar zelf op kan sturen? Dat hij zelf zijn afspraken kan plannen? Zelf zijn budget kan beheren? Dat we verantwoording over wat we doen primair naar de revalidant doen? En niet naar tweedeinstantiebetrokkenen?

Let wel: ik roep niet op tot simpel werken. Ik roep op tot simplex werken: snappen dat het complex is, maar er niet zo moeilijk over doen. De meest aansprekende wetenschappers zijn niet zij die wollig van het taalgebruik hun toehoorders met terminologismen en jargon om de oren slaan. De meest aansprekenden zijn zij die aan iedereen, ongeacht niveau, afkomst en kennis, uit kunnen leggen waarom de dingen werken zoals ze hebben uitgevonden. Ook dat is simplexity.

Kom nu maar op met die pek, en met die veren. Wel onderstaande graag…

Waar spreken we af als we elkaar kwijt zijn?

(column voor het personeelsbulletin van RevalidatieCentrum het Roessingh, verschenen juni 2011)

In tijden van crisis, terugval en bezuiniging rollen de ideeën over elkaar heen. Er zijn ideeën van mensen die het toch al voor het zeggen hadden en soms komen er nieuwe ideeën. Al die ideeën moeten leiden tot een nieuwe orde in de chaos van vandaag.

De ideeën van de mensen die het toch al voor het zeggen hadden, hebben als belangrijkste kenmerk dat ze oude structuren intact houden. Daar heeft het in ieder geval alle schijn van. Het management-mantra: “we moeten de schouders eronder zetten” gaat meestal over andermans schouders. Meedenken en meepraten wordt getolereerd, zolang ideeën maar passen binnen de oude structuren.

In de huidige tijd zijn er mogelijkheden die gebruikt kunnen worden terwijl er geen controle is van de mensen die het toch al voor het zeggen hadden. Daarmee verandert er iets aan de structuur van de macht. Kennis was al voor iedereen bereikbaar geworden door internet. Door ook de verspreiding van ideeën via internet ontstaat een beweging die zich niet laat controleren.

Het is een aardig spel: de ideeën van de mensen die het toch al voor het zeggen hadden tegen de ideeën van een nieuwe orde: de mensen die het zich niet laten zeggen. Beiden zijn nodig om tot een nieuwe orde in de chaos van vandaag te komen. Waar het uit komt? Wie het weet mag het zeggen.

Laten we in ieder geval afspreken waar we naar toe gaan als we elkaar kwijt zijn.

Patiënt aan de macht!

Natuurlijk weten behandelaars en doktoren wat goed is voor hun patiënten. Misschien zelfs wel beter dan die patiënten zelf. Behandelaren en doktoren hebben immers jaren van studie besteedt aan het Beter Weten. Het is dan ook niet gek dat patientgericht werken zoveel weerstand oproept bij juist die groepen. Want hoe kan je nu patientgericht werken als je het toch al beter wist. Voor die patiënt. Als die patiënt nu maar doet wat ik denk dat goed voor hem is komt alles goed.

Patiënten lijken zich te ontwikkelen. Mijns inziens waren ze al ontwikkeld, maar zagen we het in de zorg en de revalidatie nog niet. Een bredere beschikbaarheid van kennis, de mogelijkheid om het internet steeds meer te gebruiken als voorbereiding op doktersbezoek, een verdere assertiviteit van patiënten maakt dat we in de revalidatie rekening moeten houden met deze nieuwe realiteit.

Alles wat we bedenken moet de toets van de patiënt kunnen doorstaan. Maar in welk revalidatiecentrum zit de patiënt bij de eerste visiegesprekken. En als er al een patiënt is uitgenodigd, zorgt dat revalidatiecentrum er ook voor dat andere patiënten op de hoogte zijn?

Onlangs sprak ik over de optie dat patiënten hun eigen dossier gaan voeren. Omdat het ons toch al jaren niet lukt om dit adequaat te doen. Een van de reacties: “dat kunnen onze patiënten niet”. Zolang we met een dergelijke minachting over onze broodheren spreken is er nog veel werk te doen.

Van mij mogen ze: patiënten aan de macht.

Zelfstandige professionals en de zorg

Waarom, vraag ik mij af, hecht een grote, starre zorgorganisatie nog aan eigen zorgpersoneel. Zorgpersoneel wordt schaars, is door de starheid in de eigen organisatie niet effectief te plannen en om ze tevreden te houden zul je zelfs toe moeten staan dat ze vele uren niet-productief aan de slag zijn in projectjes, vergaderingen, organisatiezaken, etc.

Bestaande grote zorgorganisaties willen dat omdat ze niet beter weten. Ze zijn nu eenmaal gewend aan bezit van het werkkapitaal. Overigens is de afgelopen jaren de afdeling p&o steeds meer verworden tot beleidsafdeling, die zich verantwoordelijk voelt voor het verminderen van de aanspraken van het personeel op werkgeversverplichtingen (vaste contracten, studiebudgetten, sociale plannen, loopbaantrajecten, etc). De een wil bezit, de ander wil minder plichten.

Handig is het allemaal niet. Personeel in eigen dienst is namelijk gewend om de hand op te houden en zich te laten sturen. Eigen initiatief is immers geen pre in dit soort organisaties.

Zelfstandige professionals echter hebben een direct eigen belang bij een optimale inplanning met verdienende uren (patiënten). Daarnaast hebben ze ook nog eens belang bij een optimale samenwerking met andere zorgprofessionals, om optimaal te kunnen werken. De afdeling planning kan daar in ondersteunen net zoals de andere ondersteunende afdelingen. De zelfstandige professional mag immers best gebruik maken van de ruimtes in de grote zorgorganisatie. Die ruimte is er genoeg.

Gevolg: grotere flexibiliteit, daadkrachtig handelen, verantwoordelijkheid op de plek waar die het meest effectief is: dicht bij de patiënt, bij de zorgprofessional. In je eigen organisatie heb je uiteindelijk alleen professionals nodig die interdisciplinaire behandelingen kunnen managen (praktische planning, afstemingsmomenten patiënt-zorgprofessional, financiën). Misschien ook een baan voor een zelfstandige zorgprofessional?

Free your WIFI

Voor Het Nieuwe Werken is ICT van groot belang. Een meewerkende ICT-afdeling is een belangrijke voorwaarde voor invoering en implementatie van Het Nieuwe Werken. Voordat het zover is kan iedere ICT-afdeling in elk revalidatiecentrum al een eerste stap zetten.

Zet het draadloze netwerk open. Sluit het niet af. Gebruik desnoods een algemeen wachtwoord dat vrij verkrijgbaar is.

Een open WIFI maakt het wachten tussen twee afspraken aantrekkelijker. Het wordt mogelijk voor klanten, maar ook voor medewerkers om op elke willekeurige plek in de organisatie met een laptop, iPad, smartphone te werken. Alleen te werken, of samen te werken. Dat kan morgen al beginnen.

En wanneer je meteen de tweede stap ook wilt zetten kun je alle medewerkers echt vrije toegang tot internet geven. Zonder beperkingen. Vertel alleen wel dat je het internetverkeer bekijkt. Just in case…

Stimuleer het ondernemerschap

Zorgmedewerkers worden schaars. Ondanks teruglopende budgetten voor de zorg, volume- en productieproblemen hebben zorgmedewerkers een sterk ijzer in het vuur: ze worden schaars.

Over een paar jaar moet al het werk met steeds minder professionals gedaan worden. Dat vraagt om een andere benadering. De weinige zorgprofessionals weten zich schaars en zullen de prijzen opdrijven. Mits je op dezelfde productiegerichte manier blijft werken als je nu doet.

Op dit moment leiden veel organisaties in de revalidatie nog zelf specialisten op. Deze specialisten in opleiding (manueel therapeuten, psychomotore therapeuten, etc) krijgen hun opleiding vergoed en tekenen veelal een contract dat ze langere tijd gaat binden aan de organisatie. Desalniettemin komt er een moment dat ook deze medewerkers vertrekken. Tijd voor weer een nieuwe opleidingsronde?

Nee!
Maak bij uw eerstvolgende specialistenopleiding de afspraak dat de opgeleide specialist binnen twee jaar na afronding van zijn opleiding een eigen praktijk in zijn specialisme zal beginnen. Stimuleer hen daarin, niet alleen met woord, maar ook met gebaar. De terugbetalingsregeling kan omgedacht: je betaalt terug als je niet wegbent. Maak er meteen de deal bij dat de specialist zich beschikbaar houdt voor specialistische klussen. En reken op dat moment wellicht een kleine fee voor het aanbrengen van klanten.

Voordeel? Geen personele verplichtingen, geen risico’s op het verdwijnen van je specialismen, een groeiend professioneel netwerk om revalidanten mee van dienst te zijn.