Tagarchief: opvoeding

Altijd van je af!

Een kreet uit Kreatief met Kurk: “Altijd van je af”. Doel: voorkomen dat je jezelf in de vingers snijdt. Het is daarnaast een mooie kreet om aan te geven wat momenteel het grootste maatschappelijke probleem is geworden: het wijzen naar een ander. Of zoals een man mij laatst uitlegde, aan de hand van een voorbeeld over zijn vrouw:

“Als ik mijn vrouw op haar tenen ga staan, moet ik van haar beter uitkijken waar ik mijn voeten zet. Als mijn vrouw míj op de tenen gaat staan, moet ik van haar beter uitkijken waar ik mijn voeten zet.”

Kern van het verhaal is dat een ander het gedaan heeft. In de maatschappij werkt dit voortreffelijk. Zo krijgen de moslims de schuld van de onveiligheid. Zijn de straathufters de oorzaak van straatterreur. Zijn de Grieken oorzaak van de crisis. Zijn de kinderen met etiketten debet aan het verval in onderwijs en is dat weer allemaal de schuld van handelingsverlegen ouders. En als ouders werpen we deze aantijgingen weer hard van ons af door te wijzen naar…

Een ander. Want een ander heeft het altijd gedaan. Gelukkig wel. Zolang een ander het heeft gedaan heb je namelijk zelf geen verantwoordelijkheid. En zolang een ander schuld, oorzaak en boete is hoef je alleen maar te wijzen. Wijzen en wachten totdat de ander eindelijk verantwoordelijkheid neemt en de zaken oplost. Ondertussen kun je rustig achterover.

Het lastige met dat wijzen is wel dat je daarmee ook afhankelijk bent geworden van die ander. Zolang die ander (moslim, griek, straathufter, kind, ouder) namelijk niet doet wat er moet gebeuren wordt er geen probleem opgelost. Krijgen we de crisis niet onder de knie, wordt het niet veiliger, verbetert het onderwijs niet en doen ouders niet harder hun best.

Eigen-verantwoordelijkheid-nemen is de remedie tegen de “altijd-van-je-af-methode”. Wanneer je namelijk je eigen aandeel gaat zien in het grotere geheel en snapt hoe je zelf debet bent aan dat grotere geheel, krijg je ineens ook mogelijkheden om er iets aan te doen. Hij die verantwoordelijkheid neemt heeft namelijk zelf in de hand dat er iets verandert. Dat geldt voor de moslim, de griek, de straathufter, het kind, de ouder en … de ander. De ander die dan jijzelf bent geworden.

“Altijd van je af” reserveren we dan voor die momenten dat je er gewoon even geen zin in hebt. In nemen van je verantwoordelijkheid. Terwijl je eigenlijk heel goed weet dat het wel zo is. Om daarna gewoon toch weer zelf de verantwoordelijkheid op te pakken.

 

Je moet zijn waar de bal is

Dit verhaal gaat over een mooie jongeman. Een jaar of 10. Sterker nog, precies 10. Deze jongeman gaat door het leven zonder diagnoses en toch is hij bijzonder. Hij is een zeer originele denker, heeft fantastische denkkronkels, lost zijn rekensommen op onnavolgbare wijze op en geeft op de open CITO-vragen altijd de juiste antwoorden, als je tenminste de moeite neemt om zijn gedachten te volgen. “Oase” hoort volgens hem namelijk bij “oceaan” (want water), bij “gebergte” (want oma gebruikte oase om achter de kerststal een berg te fabrieken), bij “oppervlakte” (want spiegel jezelf maar eens in het water) en bij “woestijn” (ja, duhuh).

Hij heeft eigenlijk maar één probleem. Door zijn grote alertheid op alles om hem heen lukt het hem niet altijd om op tijd op te letten op iets belangrijks. Regelmatig mist hij de eerst twee, drie zinnen van een uitleg, komt hij er net te laat achter dat een klaarliggend potlood mét punt handig is als je moet beginnen en is een reservepotlood ook geen luxe als je binnen een bepaalde tijd sommetjes moet maken.

En hij houdt van voetbal.

Voetbal werd het verschil: ik legde hem een oude wijsheid van de Grote Cruijf uit: “je moet zijn waar de bal is”. Rafael van der Vaart stapte ooit na een interland van het veld en had enorm veel kilometers gerend. De commentator wees daar met trots op en vroeg Cruijf naar zijn mening. “Knap stom”, zei Cruijff, “je moet niet veel lopen, je moet zijn waar de bal is.”

De mooie jongeman snapte deze wijsheid meteen en, mooier nog, met zijn onnavolgbare gedachtenkronkels kon hij het meteen ook toepassen in zijn dagelijks leven. De afgelopen weken gaan zijn prestaties vooruit. Hij zit klaar als het moet, heeft zijn potloden klaarliggen, geslepen en wel en kan zelfstandig zijn (school)dagen indelen. Juf is blij.

En hij? Hij knipoogt, als hij zijn hand ophoudt om het laatste chocolaatje aan te pakken. “Ik ben waar de bal is, papa!”

Werkvloerguerrilla

In traditionele organisaties is iemand de baas. De meeste organisaties zijn nog traditioneel van aard. Het moeilijkste aan organiseren is iedereen die je nodig hebt mee te krijgen. Achter je doelstellingen te krijgen. Bij beginnende organisaties lijkt dat vanzelfsprekend. Je begint een organisatie, zoekt de mensen uit die achter je doelstellingen staan en de organisatie is geboren.

Niets is minder waar. In ieder samenwerkingsverband van mensen (of dat nu een organisatie, een klas, een vereniging is) heb je verschillende rollen nodig die bezet moeten worden. Er zijn volgers, klapvee, critici, narren en er is de werkvloerguerrilla.

In iedere organisatie heb je mensen die je tot de werkvloerguerrilla kunt rekenen. Zij zijn het die de regels aan de laars lappen, hun eigen weg gaan en daarmee nieuwe paden banen. Soms paden die niet begaanbaar zijn. Dat is nu eenmaal de aard van de werkvloerguerrilla.

Een gebruikelijke reactie op werkvloerguerrilla is het elimineren ervan. Zorgen dat ze niet meespreken, niet uitgenodigd worden, op ‘outplacement’ gezet worden. Het lastige is alleen dat groepen altijd hetzelfde zijn ingedeeld. De werkvloerguerrilla hoort dan ook niet bij personen, maar is een wetmatigheid aan groepen. Als je de huidige werkvloerguerrilla elimineert zal er een nieuwe opstaan. Bovendien lukt het niet om op de gebruikelijke wijze te handelen. Kern van handelen van de werkvloerguerrilla is namelijk dat het zich ontrekt aan de Gebruikelijke Wijze.

Beter is het te dealen met deze groep. Zorg dat ze een functionaliteit krijgen en zorg dat je de weerstand die je bij ze ervaart gaat beschouwen als betrokkenheid. Het behoren tot deze groep is namelijk geen pretje. Het is honderd keer gemakkelijker om te volgen, te applaudisseren op de goede momenten en blij te zijn met je kerstpakket dan altijd maar kritisch, grensopzoekend- en overschrijdend en anders dan anderen.

De werkvloerguerrilla kan je de weg wijzen naar de toekomst, kan je gids zijn door het struikgewas aan de randen van je organisatie, kan je op omissies wijzen in je reglementen. Zoals internetbedrijven hackers inhuren om de systemen veilig te krijgen zou je de werkvloerguerrilla kunnen vragen je organisatie in de gaten te houden. Waar zitten de gaten, de lekken en de mogelijkheden om af te wijken. Waarschijnlijk niemand die je dat beter kan vertellen dan de werkvloerguerrilla.

Jongens, atletiek en school

De laatste tijd gaat het in de media regelmatig over onderwijs aan jongens en hoeveel moeilijker dat voor hen vooral in de laagste klassen van het voortgezet onderwijs is. In de brugklassen van mijn dochter hoorde ik daarvan de voorbeelden. Er zat kennelijk een verschil in een aantal executieve functies en over het algemeen leken de gevraagde functies beter bij meisjes te passen dan bij jongens.

Ik wilde daar meer van weten. Ik ben niet voor het uiteen drijven van jongens en meisjes, maar zag ook de verschillen. Zou er reden zijn om aan te nemen dat je hier anders mee om moet gaan? Internet, fora, boeken boden niet direct uitkomst. Er stonden weliswaar meningen, maar die had ik zelf ook al. Er werden onderzoeken genoemd die voor de scheiding der seksen pleitten en onderzoeken die dat juist niet deden. En als de waarheid in het midden zou liggen wat zou dat dan betekenen.Clubkampioen 2010

Ik kwam er niet uit. Mijn zoon bood gelukkig uitkomst. Met zijn tien jaar maakte hij een even simpele als doeltreffende vergelijking met zijn sport: atletiek:

– Natuurlijk moet je jongens anders behandelen. Dat doen ze bij atletiek ook.

– ?

– Jongens moeten verder springen, harder lopen en verder gooien. Omdat ze sterker zijn.

– Dus?

– Als meisjes slimmer zijn moeten zij meer weten, meer leren en meer kunnen.

Zoonlief (10 jaar) toonde daarmee in één klap het gelijk van de scheidingsbeweging aan. Was er echter niet nog meer aan de hand?

Mijns inziens wel. Ook hier bood de atletiek mij uitkomst. Mijn zoon traint namelijk al zijn trainingen, alle onderdelen, de hele training samen met meisjes. Daarin is geen enkel onderscheid. Ze krijgen hetzelfde onderricht. Dat maakt atletiek nu juist zo’n leuke sport. Pas op het moment dat er beoordeeld wordt worden er seksespecifieke eisen gesteld. Leren is trainen. Volgens mij. Toetsen is de wedstrijd bij atletiek. Als het leren met overgave is gedaan zou de toets niet meer iets hoeven toe te voegen.

Ervan uitgaande dat, in tegenstelling tot atletiek, uiteindelijk de cognitieve verschillen zullen worden overbrugd zou je in de jaren daaraan voorafgaand leerwegondersteunend moeten toetsen. En als het toetsen daarbij seksespecifiek moet worden ingezet dan is dat zo. Als uiteindelijk de opbrengst maar hetzelfde is. Dus: samen naar school, hetzelfde onderricht, seksespecifieke, leerwegondersteunende toetsing, indien nodig. We toetsen immers alleen als we het niet weten.

Ook mijn zoon stemt hiermee in. Of ik dat maar even wil regelen. Over twee jaar is het voor hem zover…

 

Autisme en communicatie

(Ook te lezen als gastblog op de site van Auticomm)

Onlangs was ik de dagvoorzitter van een congres over Autisme[1]. In de voorbereiding van die dag heb ik mij verdiept in Autisme, de verschillende zienswijzen, de verschillende aanpakken en ik heb er mijn mening over gevormd. Ik merkte dat er veel te weten is over Autisme. Ondanks dat ik tijdig begonnen was met de voorbereiding en daar ruimschoots de tijd voor had genomen schatte ik in dat mijn kennisnivo het niet zou halen bij de sprekers en vele van de bezoekers van die dag.

Vandaar dat ik mijn voorbereiding verlegde naar meer praktische zaken: wat heb ik met Autisme, kom ik mensen met Autisme tegen, wat kan ik met de manier van communiceren waar het bij Autisme over gaat.

Natuurlijk verdiepte ik mij ook in theorieën rond centrale coherentie, executieve functies en theory of mind. Daarmee had ik echter geen compleet beeld. Ik las daarnaast een boek van Peter Vermeulen: ik ben speciaal. Dit geldt als een standaardwerk over Autisme. Ik kan dat alleen maar beamen.

Mijn verdieping ging echter naar mijn persoon: wat snap ik van de communicatiewijze. Begrijp ik waarom dit zo belangrijk is? In de literatuur gaat het vooral over concrete communicatie. Een term die ik zelf, als maatschappelijk werker, regelmatig bezig. Als communicatie tussen mensen niet goed verloopt is het concretiseren van die communicatie altijd een makkelijke, tastbare eerste stap is mijn vaste overtuiging na 17 jaar mensenwerk.

Een definitie van concrete communicatie kreeg ik op het congres van Kobe Vanroy, één van de collegae van eerdergenoemde Peter Vermeulen die een heldere inleiding hield op het congres. Hij gaf als definitie: Ondubbelzinnig de context verhelderen door expliciet, positief en visueel duidelijk te maken wat we bedoelen en verwachten.

Communicatie met mensen met Autisme moet dus ondubbelzinnig zijn: je moet zeggen wat je bedoelt. Daarnaast moet het duidelijk zijn wat je bedoelt en moet je het zichtbare benoemen. Dus niet wat niet de bedoeling is, maar juist wat wel de bedoeling is. Tenslotte is het handig en praktisch dat je over dezelfde beelden beschikt als degeen met autisme. Dat dus de hond waar jij het over hebt dezelfde is als de hond van degeen waarmee je praat.

Dit lijkt allemaal duidelijk en fantastisch: ik houd mij in gevolg aan deze regels en de communicatie verloopt beter. Er bekroop me echter ook een vreemd gevoel. Ik zou namelijk graag met iedereen praten als was het iemand met een autistisch brein. Ik heb namelijk niet het idee dat er zoveel mis is met concreet communiceren, duidelijk zijn en zeggen wat je bedoelt.
Waarom zou dit voorbehouden moeten zijn aan mensen met een autistisch brein. En zouden de zg. neurotypicals niet erg gelukkig zijn als ze niet empathisch op zoek hoeven naar de diepere bedoeling achter wat er gezegd wordt? Laat staan de vraag of empathie überhaupt wel bestaat. Is er misschien één neurotypical te vinden die in staat is mijn gedachten te voelen? Of zou het gokken blijven?

Ik vind dus dat mensen met autisme zichzelf te kort doen als ze vragen om een aanpassing in de communicatie. De aanpassing die gevraagd wordt is namelijk voor iedereen een verbetering. Het wordt er namelijk makkelijker van voor iedereen. En, als maatschappelijk werker met enige ervaring in mensenwerk, kan ik zeggen dat daar waar het tussen neurotypicals misgaat (een begin van) de oplossing altijd ligt in autismevriendelijk communiceren. Dat het zo heet weet ik sinds kort. Dat het zo is wist ik al langer.



[1] Ik spreek over Autisme, mensen met Autisme, het Autistisch brein. Dit is gemakshalve. Ik weet dat ik ook pervasieve ontwikkelingsstoornis, autistisch spectrum stoornis of iets anders zou kunnen schrijven. Voor het leesgemak gebruik ik de gangbare term: Autisme, die overigens binnenkort, bij democratisch handopsteken, ook in de nieuwe DSM-versie zal terecht komen.

Oplossingswerk: uitgangspunten

Wanneer u mij inhuurt voor veranderingen, nieuwe ideeën, innovaties of denktankwerk is het goed te weten dat ik een paar uitgangspunten heb bij dit soort werk. Die zal ik hier uiteen zetten:

1. Simplexiteit: er is niets mooier dan een oplossing verzinnen die in de inhoud enorm complex is, maar aan de buitenkant voor iedereen begrijpelijk is. Ook het uitleggen van oplossingen kan op deze manier. Waarom moeilijk doen als het makkelijk kan.

2. Als je doet wat je altijd doet, krijg je wat je altijd kreeg. Of: als iets nù niet werkt zal het straks ook niet werken. Je lost een probleem niet op met dezelfde methoden als diegene die het probleem veroorzaakt hebben. De huidige situatie geeft lessen voor morgen. Er komt altijd een moment dat het morgen anders moet gaan dan vandaag. Daar moet je dus vandaag mee bezig zijn.

3. Ieder probleem heeft de oplossing in zich. Als een probleem geen oplossing in zich draagt dan is het geen probleem, maar een feit. Feiten moet je aanvaarden. Door de oplossing te zoeken in het probleem openen zich nieuwe wegen tot nieuwe oplossingen.

4. Omdenken: ik bekijk de dingen graag van een ongebruikelijke kant. In ieder geval van een kant die in aanvang de wereld op zijn kop lijkt te zetten. Net als bij punt drie levert dat nieuwe ruimte op om tot oplossingen te komen.

5. Ik zoek graag naar de olifantenpaadjes die er al liggen of die logisch lijken. Olifantenpaadjes zijn de kortste en de effectiefste wegen van A naar B. Ze hebben vaak iets in zich van verzet tegen gevestigde orde. Omdat olifantenpaadjes korter en effectiever zijn zijn ze vaak een belangrijke graadmeter voor de mogelijke oplossing.

De oplettende lezer leest veel Einstein-achtige uitgangspunten. Dat is niet voor niets. Einstein is één van de belangrijke denkers van de moderne tijd en heeft belangrijke dingen gezegd. Het misschien wel belangrijkste: imagination is more important than knowledge…

Aan de hand van bovenstaande uitgangspunten help ik u het probleem op te lossen, alsof het er nooit geweest is.

Over Mark Weghorst

Mark Weghorst, 1971, vader van twee kinderen en echtgenoot.

Ik ben breed gespecialiseerd. Of een specialistische generalist. Ik ben adviseur, changemaker, vragensteller.

Mijn ervaring deed ik op in de zorg- en welzijnssector. Hier heb ik ruime ervaring opgedaan met het begeleiden van individuen en groepen op het gebied van persoonlijke ontwikkeling. Daarnaast ook met coördinatie, management en projecten.

Een andere ervaringsstroom is de onderwijssector. Ik ben al jaren actief aan de randen van het onderwijs, als ouder, als bestuurder, als projectleider en nu als adviseur bij Ouders & Onderwijs. Mijn hoofdbaan is adviseur/changemaker bij het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid.

Al mijn werk gebeurt altijd met of voor mensen: het geeft mij veel voldoening om met mensen te werken die graag verandering willen brengen in hun persoonlijke situatie. Ik ben op mijn best als de intentie tot veranderen bij anderen aanwezig is. Daarbij ben ik altijd gericht op leren, liefst op een zo informeel mogelijke manier. Ik zoek daarin altijd naar de heilige graal.

Manier van werken

Mijn stijl van werken wordt gekenmerkt door een directe, enthousiasmerende en doortastende manier van werken. Ik weet complexe problemen goed te
normaliseren en te simplificeren. Daardoor wordt het probleem begrijpelijker en makkelijker hanteerbaar.

Mijn werk is zeer methodisch. Er gebeurt nooit iets zomaar. Ik werk echter niet met een vaste methode. Vraag me waarom ik de dingen doe zoals ik ze doe en ik kan het je uitleggen. Ook hierin ben ik dus veelzijdig. Ik word geïnspireerd door verschillende dingen en ik doe graag veel dingen tegelijk.

Mail: mark@markweghorst.com
Tel: 0 6 2 5 3 9 0 1 1 3

 

 

 

 

 

 

 

 

Spiegelbeeldcorrecties

Zoals beloofd mijn visie op spiegelbeelden en de gevolgen voor je zelfbeeld.
`Zijn die er dan, Mark?`

Jazeker. Kijk even mee:
Wanneer ik in de spiegel kijk zie ik mijn eigen hoofd in spiegelbeeld. Mijn ogen staan, net zoals mijn mond, iets scheef ten opzichte van elkaar. Als ik de lijn van mijn mond en mijn ogen doortrek zullen ze elkaar ergens raken.

Mijn hoofd wil dat niet. Mijn hoofd wil symetrie. De mooiste gezichten zijn symetrische gezichten. Gezichten die links en rechts hetzelfde zijn. Ik wil symetrie, de mens wil symetrie.
Omdat ik van mijzelf altijd alleen maar een spiegelbeeld zie zal ik, in mijn hoofd, mijn hoofd gaan corrigeren tot een symetrisch beeld. Probleem opgelost.

Er gebeurt echter iets geks wanneer we twee spiegels pakken. Als we twee spiegels pakken en daarmee dus eindelijk zicht krijgen op ons ware gezicht schrikken we onszelf dood. Wat een scheef gezicht!

Ook dat gezicht klopt echter niet. Dat erg scheve gezicht is schever dan in werkelijkheid, door de automatische correctie die je hersenen uitvoeren bij het zien van je gezicht. Je wilde immers symetrie. De fout die de hersenen nu maken is dat ze de linkerkant naar beneden trekken, waar ze de rechterkant zouden moeten corrigeren.

Je hersenen weten dat niet en kunnen daar ook niets aan doen. Het idee echter dat je ooit echt zicht kunt hebben op jezelf is een farce. Bedenk eens hoelang het geleden is dat je de achterkant van je oorschelpen, schouders en dergelijke echt hebt gezien: nog nooit.

Maar wat heeft dit nu met zelfbeeld te maken? Voor het zelfbeeld lijkt het belangrijk dat je goed zicht hebt op jezelf. Het is een mythe dat je door naar jezelf te kijken meer zicht op jezelf krijgt. Je krijgt hooguit zicht op je gecorrigeerde spiegelbeeld. De truc van de extra spiegel helpt alleen de zieleknijper: iedereen schrikt van de scheefheid van zijn gezicht en gelooft meteen dat het met zijn zelfbeeld beroerd gesteld is.
Valt dus ook wel mee. Ook daar is overcorrectie, automatisme van je brein, oorzaak en gevolg.

Weet in ieder geval dat er dus maar weinig kans is dat je jezelf goed kunt zien. En leef daarmee. Misschien dat je daardoor eens wat beter naar die ander kunt luisteren als het over zijn beeld van jou gaat. Of zou die ander jou ook corrigeren?

Een kind te leen

Ouders en onderwijs zouden een partnerschap moeten aangaan. Dat zijn althans de ideeën rond ouders en onderwijs. Ik ben het daarmee eens. Een kind heeft recht op betrokken ouders en deskundige leerkrachten. Daar waar daar twijfel over is moeten die ouders en het onderwijs elkaar daarop bevragen. Logisch. Niet logisch, getuige de moeite die het kost om op een constructieve wijze in gesprek te gaan.

Ouders en onderwijs verstaan elkaar niet altijd even goed. Dat daarbij wat aan ouders mankeert is duidelijk. Ouders zijn niet in staat om op een fatsoenlijke manier hun kroost op te voeden. Kinderen krijgen niet meer genoeg te eten en geld verdienen is belangrijker dan kinderen. Kinderen zijn voor het gros van de ouders niet meer dan een statussymbool dat keck staat op de achterbank van een grote Volvo.

Maar daarover staat al genoeg op internet. Bijna alle zichzelf respecterende meningdragers (linkedin, twitter, etc) hebben wel ergens een lijstje wensen ten aanzien van ouders opgeschreven. Kern is steeds bovenstaande analyse.

Wat ik daarom graag wil doen is de andere kant belichten. Ik zou erg graag, vanuit de ouderpositie, het onderwijsveld willen helpen.
Eigenlijk heb ik maar één advies:
Benader ouders alsof je hun kind te leen hebt (gehad). En benader daarom de ouders vanuit dankbaarheid.
Simpeler kan ik het niet maken. Naast dat onderwijs natuurlijk veel deskundigheid heeft ten aanzien van de didactische ontwikkeling van kinderen heeft ze natuurlijk zelf geen kinderen. Die moeten ze lenen in het concept dat leerplicht heet. Ouders lenen hun kinderen uit.

Waarom is dit nu zo belangrijk.
Een leerkracht die snapt dat zij slechts een korte passant is in het leven van dit kind zal haar deskundigheid ten behoeve van ouders inzetten. Bovendien voelt deze leerkracht een verantwoordingsplicht ten opzichte van de ouders. En misschien is dat wel de relatie die er zou moeten zijn tussen ouders en onderwijs.

Zelfvertrouwen kweken

Iedereen wil zelfvertrouwen. Daar ga ik tenminste vanuit. Het is ook vrij logisch waarom mensen dit zouden willen. Zelfvertrouwen zorgt ervoor dat je je zekerder voelt in het sociale verkeer. De vraag is alleen hoe je dit voor elkaar krijgt als je het niet hebt. Of als je het kwijt bent.

Zelfvertrouwen is familie van onafhankelijkheid. Zelfvertrouwen gaat erg slecht samen met afhankelijkheid.Mensen die afhankelijk zijn denken zelfvertrouwen te hebben als andere mensen zeggen dat ze dingen goed doen. Het lijkt er dan op dat deze mensen zelfvertrouwen hebben. Zolang ze echter afhankelijk zijn van de oordelen van anderen hebben ze geen zelfvertrouwen, hooguit andermansvertrouwen.

Zelfvertrouwen komt met een groeiend gevoel van onafhankelijkheid. Die onafhankelijkheid kan zich uiten in de wijze waarop je je keuzes maakt of in de dingen die je doet, omdat je ze zelf nodig acht. Van belang is de manier waarop je jezelf acht. Vind je dat wat je van waarde acht belangrijk genoeg om je over de oordelen van anderen heen te zetten en je gang te gaan? Doe je de dingen die je van waarde acht?

Het gevoel van onafhankelijkheid kan worden beïnvloed door het beoefenen van zelfbeoordeling. Zelfbeoordeling is een techniek die er voor zorgt dat onafhankelijk van het oordeel van derden acties van een persoon door deze persoon zelf op waarde zijn geschat. Door aan zelfbeoordeling te doen ben je minder uit op de reactie van anderen, ben je minder op zoek naar bevestiging en leef je relaxter. Een aanlokkelijk affiche.

Als je anderen om je heen wilt helpen met het versterken van zelfvertrouwen moet je aan bovenstaande denken. Het heeft dan ook geen zin om oordelend te spreken over de acties van degene die zijn zelfvertrouwen moet vergroten. Dat geldt zowel de negatieve oordelen als bijvoorbeeld complimenten. Ten aanzien van een negatief oordeel lijkt dat duidelijk. Ten aanzien van een compliment werkt het eigenlijk hetzelfde. Door complimenten te geven koppel je opnieuw de actie van een ander aan jouw oordeel. Daarmee krijg iemand geen zelfvertrouwen. Dat noem je, zoals al gezegd: andermansvertrouwen.

Mag je dan helemaal geen complimenten geven? Jawel. Complimenten kun je geven op de wijze waarop iemand zijn zelfbeoordelingsproces heeft doorgemaakt.
– Wat vind je van de manier waarop je dit gedaan hebt.
– (…)
– Wat mooi om te zien dat je daar zo naar kunt kijken.
Bewust is de actie niet genoemd. Die is namelijk niet van belang. Het compliment richt zich, oordeelsvrij, op de persoon. En stimuleert zo zelfvertrouwen.