Tagarchief: testing

Ik beken!

blogfotoIk beken! Ik beken dat ik een fraudeur ben. Een fraudeur in de zorg. Ik werk in de zorg en ik heb gefraudeerd.

Zo, dat is eruit. Daar liep ik al een tijd mee rond. De aanhoudende berichten in de media over fraude in de zorg stimuleerden me zeker bij deze bekentenis. De onderste steen moet nu boven, de omerta is voorbij. Al heb ik nooit echt een omerta ervaren. Ik deed gewoon. Net als alle anderen.

Iedereen in de zorg weet toch waar ik het nu over heb? Niet over de vraag of je als uitvoerend professional je uiterste best doet om het beste voor je cliënt, patiënt, bewoner, revalidant te bereiken. Daar twijfel ik na al die jaren niet aan. Mensen gaan niet in de zorg werken om zoveel mogelijk geld te verdienen. Dan wordt je wel bankier. Natuurlijk zijn er incidenten geweest in mijn werk als het gaat om de betrouwbaarheid in het dagelijkse werk. Die komen overal voor. Die los je dan samen op en je wordt er uiteindelijk allemaal alerter en beter van.

Het gaat me ook niet meteen over het declareren van zwaardere behandelingen dan daadwerkelijk worden uitgevoerd. Datgene waar nu medisch specialisten van beticht worden. De mens en zijn medische vragen laten zich nu eenmaal niet precies indelen in diagnose-behandel-codes. En dan slipt er wel eens wat tussendoor. En natuurlijk krijg je dat in je opleiding. Het zou al wat zijn dat dokters opgeleid worden in het enkel uitvoeren van de regels! Ik heb graag een dokter die de randen van de mogelijkheden verkent. Anders waren we nu nog steeds aan het aderlaten. Van specialisten mag je verwachten dat ze de grenzen van hun mogelijkheden weten te verkennen. En geef ze eens ongelijk, als het gaat om het registreren van hun werk.

Of stopt u altijd bij oranje? En brengt u ook dat dubbeltje terug dat u bij het wisselgeld teveel kreeg en waar u pas buiten achter kwam? Wat is uw prijs?

Ook daar gaat het mij niet om. Ik heb het hier in mijn eigen bekentenis over de registratiefraude. De fraude die ontstaat als:

1. er druk is om te registreren
2. de registratie wordt gebruikt om de professional te beoordelen
3. diezelfde registratie wordt gebruikt om te declareren
4. diezelfde registratie wordt gebruikt om langjarig formatie te berekenen.

Dus professionals wordt gevraagd om iets op te schrijven (in doorgaans rammelende, moeizame en weinig gebruikersvriendelijke systemen), waarbij ze zelf verantwoordelijk zijn voor wat ze invullen, wetende dat ze daarop worden beoordeeld en op de korte en lange termijn gefinancierd zullen gaan worden. Denk eens even mee. Als ik daadwerkelijk opschrijf dat ik naar de wc ga zal dat uit de formatie gaan vallen, want niet productief. Net zoals collegiale consultatie. Daar maken we zonder veel moeite een patiëntgebonden activiteit van, zodat het in de productie valt en meetelt voor de formatiebesprekingen. Het staat ook nog eens goed op je resultaatcijfers.

Geen zorgverlener heeft zin in gesprekken over productie. Daar word je geen zorgverlener voor. Je wilt wel hard werken en veel mensen helpen. En omdat zorgverleners net zoals medisch specialisten worden opgeleid in het gebruiken van hun creatieve mogelijkheden zorg je er wel voor dat je geen gesprek krijgt over onderproductie. Als je zelf verantwoordelijk bent voor het invullen van je registratie en je zorgt dat het net bij de weg is (oranje, dubbeltjes), kraait geen haan er naar. Baas tevreden, zelf tevreden, financier tevreden. Meten is weten.

Door de enorme druk om alles te willen weten en daar vervolgens van alles aan te verbinden is een systeem ontstaan waarmee fraude bijna een wetmatigheid is geworden. Het systeem is zover geperfectioneerd dat iedereen medeverantwoordelijk is en er dus niemand op aanspreekbaar is. Als ik mijn lijst oprecht invul krijg ik rode vlekken in mijn lijst (daar staat dan niets, omdat ik naar de wc was, stond te wachten op een volgende cliënt even een babbeltje maakte met een collega, etc). Rode vlekken is een gesprek en heeft op enige termijn consequenties. Consequenties die mij mogelijk raken in mijn portemonnee. We zijn zo steeds verder afgedwaald van het werkelijke primaire proces: zorgverlenen.

Wie wilde dit ook alweer? Wie bedacht deze controlemechanismen? Hielp het? Werd er beter en meer zorg verleend? Leek het alsof er beter en meer zorg verleend werd?

In het onderwijs kennen we die praktijken uit de Verenigde Staten. Daar is allang bekend dat systemen die gericht zijn op het verhogen van de opbrengsten èn relatie hebben tot de arbeidsovereenkomst van degene die de gegevens moet aanleveren leiden tot fraude. Sterker nog: het leidt tot helemaal niets. Overigens zijn ze daar binnen de politiek nog niet over uit. Er is nog steeds zoiets als opbrengsgericht werken, centrale verplichte eindtoets, koppelen van toetsresultaten aan kwaliteit van scholen, etc. Je verzint het niet.

Ik heb gefraudeerd. Ja. Daar werd ik zelf maar zeer zijdelings beter van. Ik heb het niet eens gemerkt. En daar is nu zo’n toestand over? Over iets dat iedereen met een beetje boerenverstand had kunnen voorspellen? Pfff

De Cito-eindtoets

20130109-213107.jpgMaandag 7 januari besteedde Tros Radar aandacht aan de Cito-eindtoets (kijk hier). Strekking van de uitzending: de Cito-eindtoets krijgt een toenemend gewicht in het aannamebeleid van de middelbare school en is met name voor jongens van negatieve invloed (daar schreef ik ook al eerder over) op hun toekomst.

Het werd de aanleiding voor een boeiende twitterdiscussie. Er bleken eindtoetsen te circuleren op marktplaats (wat de betrouwbaarheid van de uitslagen nog twijfelachtiger maakt dan ze al zijn door de wisselende citovoorbereidingen en citotrainingen die kinderen krijgen), de zin van de toets werd openlijk in twijfel getrokken, Harold van Gaarderen voegde een voorbeeldbrief toe, waarmee ouders hun kind kunnen onttrekken aan de nu nog onverplichte Cito-eindtoets.

Zelfs Cito zelf is geen voorstander van de wijze van gebruik van de eindtoets. En toch lijken het ministerie, de politiek en vele onderwijsbesturen er gewoon gebruik van te blijven maken. Reden te meer om, voordat de tweede kamer zich in het voorjaar van 2013 gaat uitspreken over de verplichte Cito eindtoets, korte metten te maken met de invloed van Cito op het gehele curriculum (de eindtoets is slechts een slagroomtoef).

Al eerder opperde Jan Steenhuis zulke gedachten (zie de reacties onder een eerdere post) over de Cito eindtoets en voorzichtig dacht hij al aan een boek over de onzin van de eindtoets. Ik doe graag met hem mee en misschien is daar nu de tijd voor aangebroken.

Ik wil in ieder geval graag een hoofdstuk schrijven over de relatie tussen toetsen voor de leerling en toetsen voor schoolprestaties en wat er gebeurt wanneer je daar dezelfde toets voor gebruikt. Ik snap dat scholen die worden afgerekend op prestaties waar ze maar zo weinig invloed op hebben (zie de bijdrage van Jan Steenhuis op leerstijlmonitor) gaan zoeken naar zekerheden. Dat ze daardoor de poort sluiten voor leerlingen die met een beetje moeite best tot de eindstreep komen is droevig. Dat daarmee de leerling niet centraal staat, maar het voortbestaan van een school(bestuur) is in en intriest.

Dat we daarmee een generatie opleiden die zichzelf vooral zal onderscheiden in toetsbaarheid is een zo mogelijk nog groter probleem. Het wordt dan hooguit toevallig of daar volwassenen uit voort komen die de echte problemen van de toekomst kunnen oplossen. Daar lijkt namelijk iets heel anders voor nodig dan de Cito nu toetst (cito toetst niet de creativiteit, flexibiliteit, samenwerking, etc). Leerlingen die nu uitblinken in creativiteit, flexibiliteit en samenwerking en die fouten durven te maken, omdat je (alleen) daardoor leert hoe de dingen werken zullen in deze toetscultuur onder het maaiveld verdwijnen. Dàt lijkt mij eeuwig zonde.