Baat het niet..

(leestijd: 6 minuten)

"een schip is het veiligst wanneer het in de haven ligt, maar daar zijn schepen niet voor gebouwd" (Paulo Coelho)(Voor een korte lezing in Apeldoorn op 6 juni 2019 gebruikte ik onderstaande tekst als basis. Ik had kort de tijd om een aantal statements te maken aan een publiek van kritische en geïnteresseerde professionals en ouders. Allen bezig om het voor kinderen zo passend mogelijk te maken. De bijeenkomst werd georganiseerd rond het boek van Remko Iedema: Baat het niet, dan schaadt het wel).

Ouders hebben altijd gelijk

Ouders hebben altijd gelijk! Laat dat dan meteen maar duidelijk zijn. Volgens mij is dit het enige handige uitgangspunt in het werken met kinderen. Het belang van kinderen staat centraal en ouders horen daar nu eenmaal onlosmakelijk bij. Zij zijn de enige in de samenwerking die echt iets te verliezen hebben, dus die verhouding is per definitie altijd ongelijk.

Iedere professional die een fout maakt wordt opgevolgd door een nieuwe, verse professional, maar ouders die een fout maken dragen dit een leven mee. Bovendien krijgen ze de professionele missers er gratis bij. Ouders zijn eindverantwoordelijk en ze doen per definitie hun best. Hun kwetsbaarheid vraagt om een bijzondere positie in de samenwerking. Een positie die uitgaat van hun gelijk. 

Ik geef daarbij graag drie gedachten mee: 

1. Aansluiten bij het leefsysteem

Je voegt in bij waar het kind in zijn leefsysteem is. Ik noem met nadruk leefsysteem sinds ik begrijp dat er inmiddels zesentwintig verschillende gezinssamenstellingen geteld worden. Het gezin als hoeksteen is daarmee moeilijk vol te houden, terwijl je met de term leefsysteem meteen afstand neemt van het systeemdenken, waarover later meer. Elk kind maakt onderdeel uit van een not-evidence based, maar oh-zo-sterk leefsysteem, met gebruiken, vertrouwen en ervaring.

Professionals hebben kennis van termen als levend verlies en weten dat in hun dagelijkse praktijk ook na te leven. Dat betekent dat je handelen houdbaarheid moet kennen: het moet ook houdbaar zij over drie, tien of twintig jaar als de kinderen waar je nu mee werkt om uitleg komen vragen. Weet wat je doet, waarom je keuzes maakt en wat op dit moment je afwegingen zijn. Net als ouders doe je ook niet minder dan je beste best, maar weet dat de fouten die je maakt duurzame gevolgen hebben voor kinderen én ouders. Iedereen herinnert zich als de dag van gisteren de momenten dat hij niet meer mee mocht doen, niet gekozen werd of voor gek werd gezet. Die pijn stolt zich in een mens en geeft zich gemakkelijk door.

Iedereen mag fouten maken, maar doe dat altijd in overeenstemming met de belangrijkste partijen aan tafel: kinderen en hun ouders. Zorg dat je de termen van informed consent naleeft: zorg dat als je ouders voorhoudt dat dit dé oplossing is dat je dan de alternatieven ernaast zet, met een beargumenteerde sterkte-zwakte-analyse erbij. Dat ouders daarna de kans en de ruimte hebben om daarover na te denken en er een keuze in kunnen maken die echt vrij is. Dus dat er geen veilig-thuis-melding in het verschiet ligt of een afwijzing, of een verwijderingsprocedure.

2. Doe normaal

Passend onderwijs reduceren tot een antwoord op individuele ondersteuningsvragen van een kind is de grootste misvatting die er bestaat. Inmiddels weten we dat één op de vier kinderen een chronische aandoening heeft die op de een of andere manier effect heeft op hun dagelijks functioneren. Dus hoezo extra? Iedere politieke partij zou zich met een bereik van vijfentwintig procent een positie in de macht aanmeten, dus waarom deze specifieke groep niet?

Daarnaast zijn er nog de kinderen die in hun functioneren beïnvloed worden door sociale problemen: inkomensproblemen, huisvestingsproblemen, relatieproblemen van de belangrijke volwassenen in zijn leefsysteem, rouw en verlies, mantelzorg, psychiatrische problemen in de directe omgeving of een broer of zus die uitgesloten wordt van het meedoen in de maatschappij.

Iedereen die denkt dat je naar passend onderwijs kunt kijken vanuit het idee van een verzameling “normale” kinderen met een paar “bijzondere” of (nog erger) “dubbel bijzondere” kinderen moet zichzelf gaan heroverwegen. Passend onderwijs gaat over álle kinderen met hun bijbehorende leefsystemen. Je hoeft echt niet overal een antwoord op te vinden, maar mag nu eindelijk echt wel eens afstand nemen van dat escalerende biomedische verdienmodel, waarbij een kleine groep het geld opmaakt. Daar kun je vandaag mee stoppen.

Diagnose CWE

Als je dan toch persé een diagnose nodig hebt opper ik CWE. Dat betekent Child With Needs. Al mag je dat ook afkorten tot C. 

Preventie, preventie

Zorg ook dat je de preventievragen stelt: als zich een probleem voordoet: had ik dat kunnen voorspellen, aan de hand van kind-, context- of andere factoren. Wat kan ik dan nu óók doen om die aankomende groep alvast te helpen, zodat ze geen probleem krijgen. Nog verderop: wat kan ik bedenken aan beschermende factoren waardoor het niet lukt om dit probleem te krijgen, ook al loop je door allerlei factoren risico’s. Zet steeds in op al die pijlers. 

Wat je nog niet kunt op dit moment, omdat je het nog niet weet, kun je leren, toch? Je bent toch onderwijs of zorg of werkt met of voor mensen? Daar gaat het toch altijd over leren en ontwikkelen? Of zeg je tegen kinderen die het nog niet kunnen ook dat een ander het wel gaat oplossen? En dat handelingsverlegen betekent dat je het zelf niet meer hoeft te doen? Bij een gevoel van handelingsverlegenheid gaat je hart toch sneller kloppen als onderwijskundige, als -goog, als jeugdarts, als zorgverlener, als ambtenaar? Dan mag je toch eindelijk echt aan de bak? Je kunt dan toch eindelijk je comfortzone verlaten om lekker te gaan ontwikkelen?

Dus: doe normaal en iedereen doet mee. Zorg dat je een systeem van krachtige basiszorg rond een kind creëert. Geen specialistische jeugdzorg, maar gewoon goed onderwijs, sociaal werk en jeugdgezondheidszorg. Als er echt meer nodig is is de route naar specialisten eenvoudig. Maak het niet nodeloos ingewikkeld en hou het vooral simpel en overzichtelijk. Heb vertrouwen.

3. Gevangenendilemma

De derde gedachte gaat over het gevangenendilemma. U dacht hier te komen, lekker onderuit, achterover, een gratis boek scoren en even wat inspiratie te tanken. Dat had u mis. U bent betrokken geraakt in een gevangenendilemma. Omdat ik u dat schets en omdat Johan van den Beucken u een echt goed verhaal vertelde over hoe je naar passend onderwijs kunt kijken. Of naar onderwijs in het algemeen, want volgens mij heeft Johan het nooit over passend onderwijs.

Het gevangenendilemma kent u? De situatie dat u voor een keuze staat en van tevoren weet dat de combinatie van uw keuze en de keuze van een ander consequenties heeft? Dat u, luisterend naar Johan kunt zeggen: ach mooi hoor, om daarna over te gaan tot de orde van de dag? In uw eigen biomedisch diagnosedenken? Nee hoor. U heeft geluisterd en daarmee bent u ongewild betrokken geraakt in het dilemma. Als u namelijk niet hetzelfde gaat doen als Johan zorgt u er persoonlijk voor dat het succes van Johan eindig is. U tekende met luisteren en vervolgens niet handelen persoonlijk het eindvonnis van de school van Johan. Iedereen gaat namelijk net zolang door met niets doen, in de wetenschap dat ze dan nog een tijdje lang de uitdagingen van de school van Johan voor zich uit kunnen schuiven, tot het bij Johan echt niet meer lukt. Hij krijgt alleen nog maar kinderen die elders worden weg-georganiseerd vanuit het diagnosedenken daar. Johan en zijn school gaan ten onder en u ziet daarin dan het bewijs dat u er goed aan deed hem niet na te volgen. U heeft dat mis. Gruwelijk mis. 

Ouders willen immers niets liever dan dat hun kind gewoon meedoet. Dat ze een beetje relaxed groot worden. Stel ouders maar eens de vraag of ze druk of geluk willen voor hun kinderen? Leg maar eens uit dat kinderen van nu straks bijna 100 jaar worden en dus nog een leven lang de tijd hebben om te ontwikkelen? Dat het niet allemaal nu hoeft? Dat zittenblijven dus echt de een-na-zwaarste reguliere straf is op uitsluiten, isoleren en negeren na? Amnesty International mag wat mij betreft een nationale actie gaan starten tegen al die instituties die werkelijk denken dat het redelijk is om een kind (en zijn ouders) in onzekerheid te laten over de toegankelijkheid van zijn door het rijk bekostigde organisaties, of dat nu in zorg of onderwijs is. Elk kind dat zich aanmeldt is welkom toch?

Iedereen die denkt dat je Johan en zijn school de problemen toe kunt schuiven, want dat is wat u doet als u blijft doen wat u deed, maakt zich schuldig aan de moreel verkeerdste positie in het gevangenendilemma. Dat zijn degenen die ontkennen dat er nú iets moet gebeuren en de Johannen de problemen toeschuiven.

Het zijn scheve panelen: als een dienblad dat je scheef houdt en waar langzaam de glazen een kant op gaan schuiven. Je houdt het alleen recht als je allemaal meedoet: Afstand neemt van diagnose-denken, gaat doen wat werkt en daar vandaag, morgen en overmorgen steeds weer opnieuw naar zoekt. Ervoor zorgt dat ieder kind dat zich bij u aan de poort meldt zich welkom voelt en gezien, gehoord en geholpen voelt.

Kortom:

Ieder kind ervaart dat het ergens bijhoort, meetelt, belangrijk is voor anderen, zoals anderen belangrijk zijn voor hem (= RELATIE). Ieder kind mag en kan zich uitspreken over zaken zodat hij het gevoel krijgt ook echt iets te kunnen en iets kan creëren (= COMPETENTIE) en tenslotte maakt een kind daarin zelf de keuzes , de afwegingen en wordt daar serieus in genomen wordt (= AUTONOMIE). Als je deze drie kernbegrippen (relatie, competentie en autonomie) centraal stelt in je werk met kinderen en jongeren heb ik er wel vertrouwen in.

Ik had al aangegeven dat je het systeemdenken echt moet vergeten? Dat het aardig is om kruispunten in te richten met het idee dat je alles kunt regelen? Maar dat je je zelf daarmee gruwelijk voor de gek houdt en uiteindelijk meewerkt aan een uit de voegen springend stelsel, waar je steeds meer geld in kunt pompen, terwijl het niet gaat helpen? Zorg tenminste dat iedereen altijd in beweging, in ontwikkeling kan zijn. 

En: wees een mens. Verschuil je niet achter systemen, regels en wetten. Er is niets dat een goede oplossing in de weg staat. Helemaal niets. Het is aan u: wees mens, stel centraal of je dit kind ontwikkeling in relatie, competentie en autonomie kunt bieden en weet dan vanaf nu het enige juiste antwoord.