Escaleren in perspectief

(leestijd: 5 minuten)

“Als u niet ingaat op mijn uitnodiging om aan te sluiten bij het brede overleg zie ik mij genoodzaakt op te schalen naar het openbaar ministerie. U kunt vrijblijvend met mij in gesprek, maar niet meewerken heeft wel consequenties.”

In mijn huisgezin geldt een regel: vrijblijvende meningen bestaan niet en wie een vraag stelt moet tegen een antwoord kunnen. Elk antwoord. Steeds meer kom ik erachter dat elke professional in het domein van de jeugd last heeft van zijn opschalingsmogelijkheden. Zolang die er zijn bestaat er geen echte inclusie, zal niemand het beste van zijn kunnen laten zien en zijn situaties, waar de opschaling eenmaal een feit is gedoemd uit de bocht te vliegen.

De oplossing? Stoppen met escaleren, met opschalen, met doorverwijzen en het zelf op gaan lossen. Desgewenst met hulp. 

m.c. esscher – trappenhuis

Dreigende onveiligheid voor kinderen thuis is zo’n terrein waar opschalen op de loer ligt. Ouders zijn verantwoordelijk voor het in veiligheid laten opgroeien van hun kinderen. Ze hebben te maken met de leerplichtwet en moeten zorgen dat hun kind onderwijs kan volgen in een school. De leerplicht is dus eigenlijk schoolplicht. Er is ook recht op onderwijs en vrijheid van invulling van de pedagogische taken. We kennen in Nederland geen staatskader voor opvoeding. Een leerplichtambtenaar, mentor op school of jeugdarts heeft een wettelijke rol in het opgroeien van kinderen. Die wettelijke rol maakt dat ze anders dan de buurvrouw niet weg mogen kijken als ze zich zorgen maken. Het handelingsrepertoire is echter beperkt.  

“Een ouder is toch vrij in zijn keuze van een consult bij de jeugdarts gebruik te maken?”
“Zeker, zeker. Maar niet verschijnen betekent meteen ook dat je je als ouder niet controleerbaar opstelt en daardoor zorg oproept.” 

Een professional móet met ouders zijn geconstateerde zorgen bespreken. Op grond van de meldcode hoort een professional hier actief in te zijn en ouders hierbij in elke stap mee te nemen. De meldcode is erop gericht om bij iedere stap argumenten te verzamelen om de zorg weg te nemen. In de praktijk is de meldcode vaak een ladder met vijf treden die allemaal beklommen worden als de eerste stap gezet is. De vijfde stap is melden bij een andere instantie. Iedere instantie kent zo’n stap vijf. Er is dus nooit een eindstap. Elke eindstap leidt weer tot een nieuwe escalatieladder die, eenmaal bij de eerste stap, vanzelf tot stap vijf gaat leiden. 

“Je kunt toch alles vragen? Je mag toch best doorvragen als leerplichtambtenaar als ouders hun kind thuishouden vanwege corona?”
“Als je maar duidelijk maakt dat hun antwoorden niet vrijblijvend zijn. Sommige antwoorden kun je niet naast je neerleggen.”

Ouders escaleren ook. Iedere ouder begint vanuit het naïeve vertrouwen dat ze goed bezig zijn, dat anderen ook vinden dat ze goed bezig zijn en dat ze andere volwassenen die zich beroepsmatig met hun kinderen bezighouden kunnen vertrouwen. Iedere ouder die in een escalatie is terecht gekomen kan je vertellen dat er een eerste moment is waarbij de escalatie begon. Het begint altijd bij onbegrip, miscommunicatie en een voor het gezinsleven bedreigende situatie. Ze weten vaak nog precies waar het bij wie begon. 

Ouders escaleren door in hun eigen handelen te escaleren. Ze beginnen vol vertrouwen, raken ontstemd, worden bozer, kunnen woest zijn, gaan schreeuwen, schelden of slaan, zoeken juridische of echte stokken om dat kracht bij te zetten en in sommige gevallen parkeren ze hun auto in de hal van een maatschappelijke organisatie zonder de deur te openen. In de kern is dit precies dezelfde escalatie als de escalatie in het professionele systeem. Ze hebben alleen niet de mogelijkheid om naar een andere persoon te escaleren: zij zijn immers levenslang betrokken. 

Een leerkracht wordt door de ib-er opgevolgd, die het doorzet naar de schooldirecteur. Die kan een samenwerkingsverband betrekken en de leerplichtambtenaar inzetten. Eventueel ook een jeugdarts of andere hulpverleners. Baat dat niet dan kan opgeschaald worden naar een dwingender kader: een melding bij Veilig Thuis. Veilig Thuis schaalt desgewenst op naar de Raad voor de Kinderbescherming, waarna een rechter zich over de zaak mag gaan buigen. Eenmaal daar kan het zomaar zijn dat er een auto in de hal geparkeerd staat waar dat niet de bedoeling is. 

Zolang een professional de mogelijkheid heeft om een situatie door te schuiven is er een (soms onbewust) verlangen om het dan ook door te schuiven. Dat scheelt namelijk werk, inzet, moeite. Situaties zijn vaak erg ingewikkeld en die ingewikkeldheid helpt om niet tot oplossingen te komen. Wat zou er gebeuren als iedere professional weet dat hij bij een opschaling zeker weet dat hij tot het eind de regie over de situatie zal houden? Zouden er dan andere oplossingen gevonden worden? Komt er dan een andere creativiteit los en kan het escaleren voorkomen? 

De moeilijkheid is namelijk dat bij een escalerende professional de ouder gewoon mee-escaleert. Waar de plaats van de professional wordt ingenomen door een volgende professional gaat de escalatie bij de ouder in één persoon door. Dat escalerende gedrag van de ouder maakt de situatie er ingewikkelder op en dan ligt complexisme op de loer. Het ge-escaleerde gedrag van deze ouder is namelijk een bevestiging van de ingewikkeldheid van de situatie en de terechte opschaling. Complexisme is de maatschappelijke ontwikkelingstoornis waarbij de professionele wereld door moeilijk te doen situaties tot onoplosbare puzzels maakt. De beste remedie vóór complexisme is opschalen naar een volgende professional. Het oplopende moeilijke gedrag van de ouder is de beste aanleiding om de situatie nog moeilijker te vinden en dus nog eens door te schuiven.

Er is ook een remedie tégen complexisme: normaliseren.

Om te kunnen normaliseren in escalerende situaties is een-stap-terug een eerste tip. Doe een stap terug, kijk wat er gebeurt als je even niets doet en probeer de escalatiepatronen te zien. Zoek daarin, als professional, je eigen rol en positie.

Ben je nog steeds gericht op de-escalatie? Heb je nog steeds de volle overtuiging dat ook deze ouder het beste voor heeft met zijn kind? Ben je nog steeds gericht op het bewijzen van het gelijk van deze ouder? Denk je eigenlijk al aan de volgende stap? Heb je deze ouder wel eens een “vrije keuze” gegeven die eigenlijk niet vrijblijvend was? Weet deze ouder dat jij met de antwoorden je dossier vult? Is die volgende stap eigenlijk echt helpend, wetende dat daarna waarschijnlijk weer een volgende stap volgt? Weet je zeker dat nu handelen ook op termijn de beste optie is? Is de aangeboden hulp voortgekomen uit de vragen van de ouder of de wensen van de professionals? Wat is voor de eerste drie weken voor alle partijen de best te verdragen optie? Hoe beperken we de schade als we het ene belang boven het andere stellen? Kunnen we de schade beperken? 

Als professional kun je alles zelf oplossen. Desnoods met hulp van collega’s. Je kunt ze erbij halen, maar jij blijft aan zet in een wereld zonder doorverwijsmogelijkheden. Wat je nog niet kunt, kun je leren. Een escalatieladder devalueert je eigen rol als professional, maar helpt, door de escalatie bij ouders ook de situatie niet in de goede richting. Vraag ouders maar eens waar het begin van al het gedoe lag. Altijd bij het eerste moment van opschaling, toen er nog maar nauwelijks iets aan de hand was. Als die professional daar de kans had gehad om (eventueel met ondersteuning) de situatie in de goede richting te helpen was die hele escalatie niet nodig geweest. Dan bleef elk kind aan boord, aangehaakt en in verbinding.