Waterkering en de zorg voor de jeugd; een denkmodel

(leestijd: 4 minuten)

(samen geschreven met Marga Beckers en verschenen op website van Guus Schrijvers Academie)

Om het denken en het doen in de zorg voor de jeugd in een postieve beweging te krijgen zoekt het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid naar beelden, metaforen en modellen die dat denken en doen helpen veranderen. Adviseurs en changemakers Marga Beckers en Mark Weghorst zagen parallellen tussen de zorg voor de jeugd en de manier waarop problemen met hoog water worden aangepakt. Het denkmodel “waterkering” zag daarmee het licht. 

Het water aan de lippen

De evacuatie van het Rivierenland is een van de grootste evacuaties uit de recente Nederlandse geschiedenis. Op 31 januari1995 en in de dagen daarna werden 250.000 mensen, variërend van vijf dagen tot twee weken, verplicht uit grote delen van het Gelderse rivierengebied geëvacueerd vanwege de gevaarlijk hoge waterstand van de Maas, de Rijn, de Waal en de IJssel (Wikipedia). 

In 2015 kregen 380.000 kinderen een vorm van jeugdzorg (= jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering). In 2019 groeide dat aantal naar 433.000 kinderen (CBS, Statline). Een stijging van 14%. Een van de doelen van de jeugdwet was de zorgvraag terugdringen. Van het versterken van beschermende factoren komt nog weinig terecht. 

In Itteren en Borgharen herinneren ze zich de overstromingen van 1995 nog goed, bleek in een in 2020 uitgezonden documentairereeks over de overstromingen (NPO 2doc). De oorzaken bleken in de jaren erna. Naast achterstallig dijkonderhoud bleek ook het denken over waterveiligheid te vragen om aanpassingen (rijkswaterstaat). 

Robuust en veerkrachtig

Binnen het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid werken we aan het kansrijk, veilig en gezond opgroeien van kinderen, door vooral bezig te zijn met preventie. We proberen voor generaties kinderen contexten te creëren waarmee die hoofddoelen haalbaar worden. In Nederland wordt 60 keer meer uitgegeven aan het oplossen van problemen dan aan het voorkomen ervan. Ook de corona-crisis leerde de samenleving het belang van een robuuste, veerkrachtige publieke gezondheid die weerstand kan bieden tegen “overstromingen”. 

Naast wat achterstallig onderhoud aan de publieke gezondheid vraagt dit misschien ook wel om aanpassingen in ons denken over de ruimte die onze jeugd nodig heeft. Daarin bieden de gedachten over waterkeringen inspiratie. De oplossingen die voor het rivierenland gevonden werden in de strijd tegen het toenemende water kennen parallellen naar de zorg voor de jeugd. 

Ruimte maken 

Ruimte voor de rivieren bleek een belangrijke pijler onder de aanpak van overstromingsrisico’s. De kerngedachte: ga er vanuit dat je soms erg hoog water hebt en creëer dan vrije ruimte waar het water in dat geval weg kan. Dit heeft grote voordelen. Ten eerste gedraagt water in vrije ruimte zich rustiger en vermindert het de krachten van de sterke stroming. Nog belangrijker: het water blijft een geheel en ergens op de weg van het water komt alles weer bij elkaar. 

Vertalend naar de jeugdhulp vraagt dit een generatie-blik op de jeugd: weg van de individualisatie van problematiek en kijken naar ondersteunende contexten. Daarnaast vraagt het om het combineren van verschillende werelden die nu nog niet altijd gemakkelijk met elkaar communiceren. Waar een jongere hulp nodig heeft moet deze uiteraard beschikbaar zijn. 

Maakbaarheid of schade beperken? 

Binnen het programma Ruimte voor de Rivieren veranderden ze de term waterveiligheid in overstromingsrisico. Praten over de term waterveiligheid betekent denken in slachtoffers en maakt dat er nauwelijks nog ruimte is voor het aanvaarden van risico’s. 100% veiligheid is immers niet te garanderen en vandaar dat de term overstromingsrisico een beter vertrekpunt is. 
Vertaald naar de jeugd: op het moment dat je aanvaardt dat je het niet voor alle jeugd optimaal (tijdig, passend, helpend) krijgt kun je gaan kijken naar wat er nodig is om zoveel mogelijk schade te beperken. Wat kunnen we in het leven van alle jongeren bijdragen om te zorgen dat ze zich gezien, gehoord en geholpen voelen. 

Een inclusieve context

We leven samen met het water in Nederland en dat betekent van alle kanten aanpassen. Vooral van het niet-water. Het water moet zich weliswaar hier en daar wat nauwkeuriger laten leiden (in Dordrecht was bijvoorbeeld geen “ruimte voor het water” en bedachten ze het opvijzelen van de historische huizen), maar de kern blijft dat je het water in samenhang moet brengen met wat de samenleving (burgers, economie, infrastructuur, financiën) vraagt. Een inclusieve maatschappij betekent ruimte voor iedereen, rekening houdend met ieders rechten, belangen en wensen. Dat vraagt van een samenleving dat ze zich instellen op de context rond kinderen waarin iedereen mee kan doen, zich veilig voelt en zich kan ontplooien. Die context is groter dan het onderwijs, breder dan de jeugdgezondheid en diverser dan het sociaal domein. Binnen het NCJ maakten we in 2020 met onderwijs, jeugdgezondheidszorg en wetenschap een praatplaat over het onderwijs en hoe je de toekomst dichterbij kunt halen voor jongeren. Ook daarin stond de context centraal. 

Het kind centraal De context centraal

Misschien is dat de grootste mindset-shift: daar waar we de afgelopen jaren gewend raakten aan het centraal stellen van het individuele kind helpt het dat kind wellicht veel beter als we de context rond kinderen centraal stellen. Hoe richten we de samenleving in, wat vinden we met elkaar acceptabel aan risico’s en hoeveel ruimte geven we aan kansrijk, veilig en gezond opgroeien. 

Als we preventie van problemen echt serieus nemen, investeren op het creëren van ondersteunende, contextrijke landschappen waarin kinderen zich echt kunnen ontwikkelen zorgt dit, met een reëlere verdeling tussen curatie en preventie ook voor het terugdringen van jeugdhulpgebruik. Dan komt er naast een steviger dijk, waar die echt nodig is, ook ruimte voor die jongeren waar een ondersteunende context voldoende bescherming biedt voor het aangaan van risico’s. 

Geraadpleegde bronnen: