Sophocles

(leestijd: 2 minuten)

Vandaag sprak ik op een thuiszitterscongres en ik was dagen bezig met wat ik daar precies zou gaan zeggen. Schrappen, schrijven, nadenken over wat ik hoe wilde duidelijk maken. Eén ding was in ieder geval belangrijk. Ik wilde dat mijn gehoor na de tijd meer om zich heen zou gaan kijken en ook het onzichtbare zou gaan opmerken. 

Ik bedacht daarvoor een stijlfiguur. Die stijlfiguur bestond uit een paar terugkerende sheets waarbij ik de mensen zou vragen of ze … gezien hadden. Of dat ze die kenden. Om het voor mezelf geloofwaardig te maken zou ik op de dag van het congres een naam vragen van een medewerker van het congrescentrum. Want die mensen had ik op het oog. Zij zijn het die de verzorging voor hun rekening nemen, zien wat mensen nodig hebben, het toilet wijzen als je nog niet eens aandrang voelt, maar toch blij bent dat je op tijd bent. Die “hospitality” wilde ik de mensen graag meegeven. 

Ergens in de voorbereiding op mijn plenaire lezing vroeg ik een jongen die me al eerder opviel. Open, heldere blik. “Ik heb wel een moeilijke naam, meneer, wat wilt u ermee?”. Ik legde hem uit wat de bedoeling was en hij zag meteen wat ik bedoelde. “Ik heet Sophocles, naar mijn opa, maar de mensen noemen me vaak Soof”. Ik legde hem uit wat ik zou doen en dat het kon zijn dat mensen naar hem zouden gaan vragen. Hij vond dat niet erg. Vermakelijk zelfs. 

In de lezing werkte het goed. Het publiek had uiteraard geen idee wie Soof was en kende hem niet. Op één mevrouw na. Ik negeerde haar op dat moment. Uiteindelijk legde ik uit waarom ik het over Soof had gehad en dat het te toevallig was geweest dat de jongen die ik toevallig vroeg een naam had naar de tragicus uit de Griekse oudheid die de werken over Oedipus had geschreven. Mijn lezing ging immers over de rol van ouders. 

Het publiek nam mee dat ze in het vervolg beter zouden gaan letten op het onzichtbare en wat meer hospitality in hun werkzaamheden zouden brengen. 

Na de lezing kwam de vrouw die Soof zei te kennen op me af. Ze was helemaal opgewonden, blij dat ze was dat ik het over Soof gehad had. Zij kende Soof al een paar jaar. Waar het congres handelde over schooluitval kende zij hem omdat zij de verzuimcoordinator op de school van Soof was. Soof was zo’n jongen die niet altijd de gemakkelijkste weg koos. Er waren er maar weinig die in hem geloofden, maar hij had het uiteindelijk gered en was net geslaagd voor en ging studeren. Hij was een van haar inspiratiebronnen voor echt maatwerk. Hoe bijzonder dat ik juist hem had uitgekozen.